Echte natuur bestaat niet eens in Nederland 2

Na het verschijnen van de Nota Ruimte, waren overwegend negatieve commentaren te beluisteren. Maar laten we het eens van de positieve kant benaderen.

Gemeenten en provincies kunnen samen met groene partijen, zoals Staatsbosbeheer en rode partijen zoals projectontwikkelaars en bouwers aan de slag met gebiedsontwikkeling. Een integrale benadering waarbij de relatie tussen stad én ommeland en dorp én landelijk gebied in één plan benaderd wordt. Provincies moeten voor zulke bovenregionale en bovenlokale zaken hun regierol oppakken. Daar ligt voor hen dé uitdaging.

Het rijk moet daarbij wel de juiste voorwaarden scheppen. Dus niet eerst bezuinigen op het provinciefonds en vervolgens aannemen dat de provincies nu een, twee, drie een instrumentarium uit de grond stampen om de nieuwe rol en taken voortvarend aan te pakken. Hier ligt een duidelijke taak voor de centrale overheid.

Ook moet het rijk helder zijn in de kwaliteitseisen die gesteld worden bij de nieuwe ontwikkelingen. De natuurlijke waarden van ons landschap moeten duurzaam geborgd zijn en door de planologische ontwikkelingen in de komende jaren versterkt worden. Want meer mensen hebben nog meer behoefte aan bereikbaar groen.

Dat vraagt wel van het rijk dat het toeziet op het werk van provincie en gemeente. En het vraagt een bereidheid om zonodig in te grijpen.

Een heldere regierol voor de rijksoverheid is zeer gewenst, zelfs noodzakelijk. Maar de echte uitdaging is voor provincie, gemeenten en private partijen. Want in een land waar publieke `armoede' en private `rijkdom' heerst, liggen er kansen op het gebied van intensieve samenwerking.