Dit is óók Amerika

Ooit telde Taylor, Nebraska, 42 scholen. Nu is er nog maar één, en ook die heeft weinig leerlingen. `Een landelijk getto' noemde The New York Times het gebied. En met de bevolking verdwijnt ook een stuk van de Amerikaanse geschiedenis. `Hier helpen de mensen elkaar nog.'

`Elke avond zagen we ze afzakken het dal in, ratelend de houten brug over totdat ze de steile zanderige helling opkropen naar het plateau waar ons huis stond. Daar, op een plat stuk grond, werden de hijgende paarden tot staan gebracht en klauterden kinderen op blote voeten uit de wagens; aan de voor- en achterkant, rennend en springend als kalveren.

,,We bekeken ze vanuit de kersenbomen of in de zomer vanuit het aspergeveld, waar het loof tot boven onze hoofden stond. We zagen hoe de teugels werden losgelaten, het tuig werd afgenomen terwijl de vrouwen de kinderen allerhande klusjes lieten doen en de eerste rookpluimen al opstegen van de stapeltjes stenen die daar klaarlagen. Meestal kwam daarna pas iemand een emmer water halen bij onze bron. Het was zulk koud water dat je er op warme dagen pijn van aan je tanden kreeg.''

Mari Sandoz zag als kind regelmatig nieuwkomers haar kleine wereld binnenrijden. De Amerikaanse schrijfster uit Sheridan, Nebraska, vertelt erover in Sandhill Sundays, het boek dat gaat over de kolonistenjaren uit haar jeugd. Dat was aan het begin van de vorige eeuw, toen Nebraska zich nog niet zo heel lang daarvoor bij de Verenigde Staten had gevoegd (1867) en de Pawnee- en Sioux-indianen zich hun historische geboortegrond zonder verzet uit handen hadden laten nemen.

Het uitgestrekte prairieland was in trek bij de meest radelozen onder de migranten, want het kostte er vrijwel niets, en na vijf jaar noeste arbeid mocht je het als je bezit beschouwen.

Op dat lege land, in het hart van Amerika, waar, om met Sandoz te spreken, de wolken op de heuvels dansen, werd menige bescheiden kolonistendroom bewaarheid. Grond was er in overvloed, gras groeide er voldoende en voor een ieder met ook maar een greintje verstand van ploegen en koeien was een eenvoudige maar stabiele toekomst gegarandeerd.

Langer dan drie generaties heeft het niet geduurd.

De nakomelingen van het kolonistenvolk gaan tegenwoordig liever de andere kant op. Van Noord-Dakota tot Texas, overal op de Grote Vlakte in het middenwesten van de Verenigde Staten keren de boerenzonen en -dochters het land dat hun grootouders hebben ontgonnen de rug toe.

Wat zij achterlaten zijn trotse tradities, vervlogen hoop en vooral een bikkelhard bestaan. Want nergens in de Verenigde Staten heerst zoveel materiële armoede als op de akkers en veehouderijen van de Great Plains.

Prairiewolven

Behendig stuurt Dean Meeks zijn groene John Deere-tractor langs de voederbakken. De koeien hebben zo'n honger dat ze als een wespenplaag rondom zijn aanhangwagen kleven. Meeks rijdt behoedzaam, opdat geen van de beesten onder zijn grote wielen belandt.

Vandaag moet Meeks (35) 2.500 stuks vee verzorgen. In de cabine van zijn tractor staat een geweer. ,,Om de prairiewolven te verjagen.'' De veehouderij van Mike en Donna Steckel, waar Meeks deze week bijklust, is een van de grootste in de omgeving van Taylor. Het dorp ligt in het hart van Nebraska en bestaat bij de gratie van akkerbouwers en veehouders als Meeks en de Steckels. Een andere reden van bestaan is er niet, zegt Meeks.

Van heinde en verre zijn de koeien op de Steckel-ranch bijeengebracht. Het is een machtig gezicht, vooral omdat het zo massaal is, maar Meeks en Donna Steckel hebben alleen oog voor de dreigende lucht boven de Sandhills – het voortrollende en boomloze heuvelland van de prairie. Want het voer moet bij het vee zijn voordat het weer omslaat, anders wordt er niet gegeten.

Meeks en Steckel rijden af en aan. Van de graanopslag naar de schuur met voedingrijke bestanddelen. Zeven verschillende ingrediënten moeten in de laadbak. Het is een gevecht tegen de wind. De grote happen hooi die Steckel met haar oude tractor in de aanhanger stort stuiven in grote wolken weer weg. Steckel, die dik in de vijftig is maar een meisjesachtige uitstraling heeft, werkt stug verder. Onder haar neus vormt zich telkens een druppel.

,,Het gras staat bij mij al twee jaar te laag'', zegt Meeks even later tijdens de lunch. Samen met Donna en Mike Steckel, die zich bij het tweetal heeft gevoegd, verorbert hij in het Cattleman's Café, de plaatselijke kroeg, een bord aardappelpuree met een saus van suddervlees en een bloedrood gelatinepuddinkje na. ,,Het gras is als stro. Daarom heb ik zo slecht geboerd'', zegt Meeks. De jonge boer verdient net als veel `grass ranchers' aan het vee van andere boeren dat hij tegen betaling laat grazen op zijn land. Maar de afgelopen jaren viel er bijna niets te grazen. Daarom klust hij bij. De Great Plains zijn in geen zeventig jaar zo droog geweest, zegt Mike Steckel. Dat vreet aan het boerenbestaan. ,,Zij is met mij getrouwd om mijn geld, ik om de seks, en we zijn beiden verneukt'', schatert Mike. Donna grinnikt, maar zegt niets en zet haar lepel in de rode pudding.

Meeks vergelijkt de huidige situatie met de Dirty Thirties, de crisis van de jaren dertig, toen hele stukken van de Plains veranderden in dor land waardoor veel boeren jarenlang honger leden. ,,Toch houd ik van dit bestaan'', zegt Meeks plotseling, alsof hij door heeft hoe moeizaam zijn verhaal klinkt. ,,Hier wil ik oud worden. Ik houd van de prairie.'' En hij meent het. Het beroep van boer heeft hij ook bewust gekozen. ,,Ik kom hier vandaan, heb na mijn studie in Denver gewerkt als computeringenieur, maar ik vond het verschrikkelijk in de stad. Ik kan niet tegen die drukte, het onpersoonlijke, het geforens. Daarom ben ik teruggekomen naar Taylor.''

Meeks is een van de weinigen uit zijn oude examenklas die de stap terug naar Taylor hebben gewaagd. Het dorp, met 170 inwoners, heeft de bevolking de afgelopen jaren gestaag zien teruglopen. En Taylor in Loup County is geen uitzondering; het hele middenwesten van de Verenigde Staten is getroffen door een langzame, maar aanhoudende leegloop.

Inmiddels heeft ruim tweederde van de bevolking de door hun voorouders veroverde en ontgonnen grond alweer verlaten. In bijna zeventig procent van de gemeente in het Great Plains-gebied wonen minder mensen dan in 1950. Hoewel de bevolking van de Verenigde Staten de laatste vijftig jaar met 130 miljoen mensen is toegenomen, is het aantal mensen in het Amerikaanse achterland juist afgenomen. Landbouwdeskundigen als Jon Bailey van het Center for Rural Affairs uit Walthill in Nebraska vragen zich zelfs af of de huidige inwoners misschien de laatste mensen zullen zijn die de Great Plains als hun thuis beschouwen. ,,Ouders raden hun kinderen aan te vertrekken en weg te blijven'', zegt Bailey.

Dixie Wietzki (47), de `burgemeester' van Taylor weet wat iedereen hier weet: ,,Er is niet veel wat de kinderen hier kan houden.'' De voorzitter van het dorpsbestuur – Taylor is te klein voor een officiële burgemeester – geeft ruiterlijk toe dat het niet goed gaat met Taylor. Jarenlange droogte, lage landbouwprijzen en aanhoudende recessie hebben staten als Nebraska, Noord- en Zuid-Dakota, delen van Kansas, Wyoming, Colorado, Oklahoma en Texas in een diepe crisis gestort.

Van de twaalf counties (of gemeenten) in de Verenigde Staten met het laagste inkomen per hoofd van de bevolking liggen er zeven in Nebraska. Loup County, waarvan Taylor deel uitmaakt, is de armste van het land. Volgens het ministerie van Handel verdienden de 627 mensen die in een gebied zo groot als Friesland wonen in 2002 gemiddeld 6.606 dollar per jaar. Voor heel Amerika was dat 30.413 dollar. Negentig procent van alle boeren in het gebied verkeert volgens regionale bankgegevens in financiële problemen.

Het Amerikaanse dagblad The New York Times heeft het gebied zelfs beschreven als een ,,landelijk getto''. De menselijke aanwezigheid op de Great Plains is volgens de krant ,,een fout die al 150 jaar voortduurt'' en ,,een van de langst lopende en duurste fouten in de Amerikaanse geschiedenis''.

Het dorp en de omliggende boerderijen zien er niet bepaald uit als de neerslachtige wijken in de armoedewijken van Amerika's grote steden. Integendeel, Taylor oogt eerder als een prentbriefkaart uit een wereld waarvan Amerika lang geleden afscheid heeft genomen. Rond het centrale park, met openbaar toilet en klimrek, staat een postkantoor, een bank, een gerechtshof annex gemeentehuis, het verenigingsgebouw voor oorlogsveteranen, een ontmoetingscentrum en de kazerne van de vrijwillige brandweer. Er zijn drie kerken, twee kroegen en zelfs een volledige twaalfklassige school, van groep een tot en met twaalf.

De vrijstaande witte huizen zijn opgetrokken van hout, hebben een veranda en een schuur. De tuintjes zijn verzorgd, met hier en daar een windmolentje of een tuinkabouter en langs de straten staan witte hekjes. Er ligt geen afval op straat.

Maar wie goed kijkt ziet ook leegstand, gevels waarachter geen huizen meer staan, bordjes waarop `te koop' staat en de roestige wrakken van afgedankte voertuigen. ,,Alles gaat dicht – we hebben niet eens een supermarkt. En in de klas van mijn stiefdochter zitten maar negen leerlingen.'' Aan het woord is Doug Welton, snorretje, zwarte cowboyhoed, Wrangler-spijkerbroek en een leren riem met een vuistgrote gesp. Hij is een vriendelijke man van weinig woorden die lang voor zich uit kan staren. Zodra hij gesproken heeft, zet hij zijn flesje Coors-bier aan zijn lippen.

Welton staat achter de tap van het Cattleman's Café, de enige plek in het dorp waar de mensen nog tot een uur 's nachts terecht kunnen. Voor een biertje en een praatje – als Welton daar zin in heeft. Vanavond zijn alleen Weltons tweede vrouw Jackie en haar 14-jarige dochter Jessica van de partij. Ze kijken tv – rodeo – en eten popcorn.

Overdag is Doug in loondienst op de veehouderij van de Webbers, even over de districtsgrens in Garfield. ,,Paarden voeren, palen slaan, nieuwe afrasteringen maken – wat ze maar nodig hebben.'' Maar het is een onzeker bestaan, want de Webbers bellen niet iedere dag. Dan zijn de avonden achter de tap van het Cattleman's Café een welkome aanvulling.

Even later stappen Kathy en haar 15-jarige dochter Lacy het café binnen. Kathy is de nieuwe eigenaar van de bar en samen met haar vriend Mike Yanze probeert ze nieuw leven in de brouwerij te brengen. Zo heeft Yanze op een leeg stuk grond naast het café een heuse biertuin gemaakt. Afgedankte houten elektriciteitskabelspoelen doen dienst als tafels. Doug toont het niet zonder trots. ,,Er wordt best wel eens gefeest in Taylor.''

Lacy, die bij Jessica op school zit, heeft belangstelling voor de onbekende gasten in de bar. Ze wil weten of Nederlandse vrouwen hun oksels en beenharen scheren. Lichaamshaar, zo blijkt, vinden de dames vies.

Dan vertelt Lacy, trainingsbroek, sweatshirt, petje achterstevoren, dat ze pas een werkstuk heeft gemaakt over Adolf Hitler. Ze praat over de man alsof het een klasgenootje van vroeger betreft; ,,Adolf was heel erg geïnteresseerd in kunst, maar niemand wilde het kopen.'' En ook Anne Frank passeert de revue. ,,Ze had lesbische gevoelens, maar dat heeft Otto uit haar dagboek geschrapt.'' Lacy houdt van geschiedenis. ,,Ze is echt goed, die meid'', zegt Jackie Welton over de vriendin van haar dochter.

Les via de satelliet

De trots van Taylor is de school. In 1910, toen Loup County volgens het bevolkingsregister nog 2.188 inwoners telde, had het district maar liefst 42 scholen. Nu is dat er nog maar één. ,,De beste school in de wijde omgeving'', zegt Doug Welton. ,,Beter dan hier bestaat er niet'', zegt `burgemeester' Dixie Wietzki. ,,De kinderen gaan ons echt aan het hart'', zegt schoolhoofd Rusty Rupert.

Dat laatste zal wel moeten, want veel leerlingen heeft de Loup County School niet: 124 kinderen, van de basisschool tot en met de middelbare school, stuk voor stuk met een boerenachtergrond. ,,Alle leraren hebben land of zijn er mee opgegroeid'', zegt de 54-jarige Rupert. Ook hij is grootgebracht op een veehouderij. Zijn flinke snor, blauwe Wrangler-broek en puntige cowboylaarzen met karakteristieke schuine hak verloochenen zijn afkomst niet.

,,Ik begrijp die kinderen heel goed. Veel van hen willen na hun eindexamen en hun opleiding in de stad best terug naar Taylor, maar er moet wel uitzicht zijn op werk'', zegt Rupert. Aan de school de taak de leerlingen voor te bereiden op een onzekere toekomst.

De leerlingen kunnen kiezen uit een uitgebreid vakkenpakket en als er voor een bepaald vak geen leerkracht voorhanden is, dan is er altijd nog de straalverbinding met negen andere scholen in de wijde omgeving. In het lokaal voor `distant learning' staan acht televisietoestellen opgesteld waarop de leerlingen de leraar en de klas van een andere school via glasvezelkabel `live' kunnen horen en zien. De leraar op zijn beurt ziet en hoort de klas in Taylor. Zo leren de kinderen Spaans en anatomie `op een afstand'.

Het gaat er gemoedelijk aan toe op de Loup County School. De klassen zijn klein en wanneer de bel gaat, klinkt een zacht geschuifel op de versleten treden van het oude, stenen gebouw. Jessica groet Lacy en Rupert maakt een praatje.

,,We hebben zo onze trots, over het leven hier'', zegt Rupert. Van hem geen zielig verhaal. En `de armste zijn' heeft zo zijn voordelen. ,,Onze leerlingen die doorstuderen krijgen zonder enig probleem een beurs.'' Naar de stad wil hij voor geen goud. ,,Hoe dichter je in de buurt komt van de rijksweg, hoe groter de problemen'', zegt hij beslist. Hij lacht zijn tanden bloot. ,,Waarom kostbare tijd voor een stoplicht spenderen?''

`Een luchtbel bevroren in de tijd', zo beschrijft Marah Sandoz het dorp dat haar hart heeft gestolen. Toen ze in 1990 met haar echtgenoot Loren (die familie is van schrijfster Mari Sandoz) neerstreek in Taylor, wist ze meteen dat ze wilde blijven. ,,We werden op slag verliefd; op de eenvoud en de vriendelijkheid van de mensen.'' De stad was ze beu, Loren vond een baan als natuurkundeleraar op de Loup County School en Marah besloot dat dit de plaats was waar ze haar kinderen wilde grootbrengen.

,,De meeste mensen hier gingen er niet vanuit dat we zouden blijven. Ze konden het gewoon niet geloven. Maar nu, na dertien jaar, zijn ze geloof ik wel overtuigd'', zegt Marah.

De negatieve belangstelling die voor Taylor bestaat ziet Marah als een kans om het dorp bij een groter publiek onder de aandacht te brengen. ,,Natuurlijk zijn er kinderen die zeggen dat hier niets te doen is. Maar in een grote stad zegt de jeugd hetzelfde. Jonge mensen zijn overal gelijk. Ze willen weg, de wereld ontdekken, dat wil iedereen op die leeftijd.''

Maar Marah is ervan overtuigd dat steeds meer Amerikanen ontdekken wat veiligheid waard is. Volgens Marah zijn die waarden in de stad steeds moeilijker te vinden. In het dorp zijn ze in overvloed. ,,Mensen helpen elkaar, er bestaat vertrouwen, niemand doet zijn voordeur op slot of haalt de sleuteltjes uit zijn auto. De mensen letten voor elkaar op.'' Dat gevoel van geborgenheid trekt mensen aan, is Marahs overtuiging.

De familie Sandoz is nu de hoop en de toekomst van Taylor. Loren heeft door zijn komst de school nieuw leven ingeblazen, hun vijf kinderen gaan er allemaal naar toe, en in 1996 kocht het echtpaar voor vijfduizend dollar het oudste pand van het dorp: het voormalige Pavillion Hotel. Een volledig verbleekt en in onbruik geraakt houten bouwwerk uit 1887. Loren heeft de buitenkant stukje bij beetje opgeknapt en in de oude stijl hersteld. En zodra hij en zijn vrouw de driehonderdduizend dollar die nog nodig zijn bijeen hebben geschraapt, wordt het gebouw ook van binnen aangepakt.

Marah Sandoz spreekt vertederd over haar `grand Victorian Lady', met vier suites en een balzaal. Een hotel dat ooit bekend stond als het beste tussen Grand Island en Rapid City, met damasten tafellakens en porselein op tafel. Het werd drie jaar na de stichting van Taylor gebouwd in afwachting van de spoorwegen – die Loup County nooit zouden bereiken.

Om hun eigen bouwfonds te spekken maakt Marah kleiminiaturen van het hotel die ze voor honderd dollar verkoopt. Die handel loopt zo goed (haar klanten zijn vooral oud-Taylorians) dat ze, alweer voor weinig geld, een leeg pand aan het dorpsplein heeft gekocht dat na een grondige verbouwing dienst moet doen als atelier.

De familie Sandoz hoopt dat met de opening van het hotel en het atelier de ontwikkeling van Taylor weer aantrekt. ,,De mensen zien dat je hier ook iets kunt opbouwen, dat het niet alleen ellende is, dat inspireert en geeft hoop.''

Nieuw volk

Behalve het echtpaar Sandoz lijkt het erop alsof niemand in Taylor weet hoe het precies verder moet met het dorp. Het afgelopen jaar zijn zes bejaarde inwoners overleden, en dat komt hard aan in de kleine gemeenschap. Alle dorpen in de Great Plains vergrijzen. Overals staan huizen leeg. Gaat er iemand dood, dan eisen de kinderen hun nalatenschap niet op. Achtergelaten bezittingen staan dan gewoon weg te roesten in de kamers van vervallen huizen waaruit het vensterglas al verdwenen is.

,,We hebben echt nieuw volk nodig'', zegt `burgemeester' Wietzki. Maar hoe trek je dat aan? ,,Ik heb gehoord dat het in het internettijdperk niet meer zo belangrijk is waar je woont. Misschien maakt dát uiteindelijk het verschil en moeten we gewoon geduldig zijn.''

Het is het enige dat de achterblijvers doen: wachten. Wachten op `nieuw volk', wachten op klanten, ondernemers, hotelgasten, families met kinderen, leerlingen, beter weer, een hogere vleesprijs, de beloften van het internet en de toekomst. Wachten tegen beter weten in.

Maakt het allemaal wat uit? De meerderheid van de Amerikanen ligt er immers niet wakker van. Het vlees komt toch wel in de schappen. Hier en daar klinkt zelfs de roep om het weidse land weer terug te geven aan de bizons, om zo het ecostelsel weer in ere te herstellen.

,,Alsof hier geen mensen wonen'', zegt Marah Sandoz boos. ,,Bovendien, de Great Plains zijn voorgoed veranderd. De bizons zouden hier niet eens kunnen overleven. De boeren hebben de zanderige grond veranderd in vruchtbare aarde. Dat is hun verdienste.''

En belangrijker nog, zegt Sandoz, hier op de Great Plains ligt een deel van de Amerikaanse geschiedenis. ,,Haal je dat weg, dan verlies je iets wezenlijks.'' Volgens economen is die geschiedenis, met het oog op het toerisme, dé toekomst voor het Amerikaanse platteland. Sandoz beschouwt dat tastbare verleden, in combinatie met de geïsoleerde rust van Loup County als een van Taylors belangrijkste kwaliteiten. ,,Veel mensen hier zien dat niet. Dat is het lastige. Het zijn de mensen die terugkomen of hier nooit hebben geleefd die Taylor het meest waarderen.''

Dit is een van de langst lopende en duurste fouten in de Amerikaanse geschiedenis