Co-auteur `Warenar'

Niet alleen P.C. Hooft (1581-1647) maar ook Samuel Coster (1579-1665) is auteur van het in de 17de eeuw zeer populaire blijspel Warenar (1617). Dat stelt historisch letterkundige Jeroen Jansen op basis van een historische reconstructie. Om zijn stelling kracht bij te zetten staan beide auteursnamen op het omslag van een door hem verzorgde nieuwe editie van Warenar, die maandag verschijnt. Costers bijdrage aan het blijspel, een adaptatie van de Romeinse komedie Aulularia, is al sinds eind 17de eeuw onderwerp van discussie. Na de eerste opvoering op 25 september 1617 in de Nederduytsche Academie in Amsterdam verschenen alle uitgaven anoniem. Een druk uit 1661 bevat voor het eerst namen, en wel die van beide auteurs. Costers naam verdween in een uitgave van Hoofts werken uit 1671. Jansen: ,,Inmiddels is er een brief uit 1617 opgedoken, waarin Hooft aan Hugo de Groot vertelt dat hij negen dagen aan het blijspel heeft gewerkt.'' Volgens Jansen was deze brief er de belangrijkste oorzaak van dat letterkundigen Hooft eeuwenlang als enige auteur noemden. Volgens Jansen zijn er echter genoeg bewijzen om te stellen dat Coster ook aan het stuk heeft gewerkt. ,,Er is een affiche uit 1656 waarop beide auteurs worden genoemd, Hooft nam de Warenar zelf nooit op in zijn bloemlezingen, en er zijn veel tijdgenoten die Coster als medeauteur noemen.'' Het definitieve bewijs kan pas worden geleverd als het originele handschrift, dat Hooft in 1617 naar Engeland stuurde, wordt teruggevonden. Jansen: ,,Maar dat zal wel nooit gebeuren.''

    • Ward Wijndelts