Bombast

Volgende week is de beroemde Amerikaanse schrijver Paul Auster in Nederland. Aan zijn bezoek worden voorbeschouwingen gewijd. Natuurlijk staat er dan een foto bij. Veel schrijvers of kunstenaars in het algemeen krijgen voor de lens van de fotograaf als vanzelf een geteisterde kop. Maar laten we niet generaliseren. Dat zie je bij portretten van bouwvakkers en arbeiders in een staalfabriek ook. Topmanagers met een geteisterde kop zijn zeldzaam. De portretten van Paul Auster zijn uitzonderingen.

Nu deze foto in het bijzonder. Hij staat voor zijn schrijftafel en rookt een sigaret. Uit het plafond komt een draad waaraan twee naakte brandende peertjes hangen. Het plafond is misschien wit geweest; nu zwaar berookt. Hij kijkt voor zich uit, in een hoek van 45 graden naar beneden. In zijn hoofd wordt aan een zin gebouwd, of een alinea, een hele passage. Hij heeft er plezier in, hij verheugt zich op de lichamelijke arbeid, het eigenlijke schrijven dat toch weer anders zal uitpakken dan hij in de stilte van zijn hoofd aan het bedenken is. Er is een denk-denken waarin de geest, in de privacy van de hersenpan, waait waar hij wil; een praat-denken waarin de eerst nog geruisloze hersenproductie in geluidsgolven wordt vastgelegd; en ten slotte het schrijf-denken waarin het productieproces tastbaar wordt bezegeld. Auster is hier in het laatste stadium van het denk-denken. Als de fotograaf is opgedonderd gaat hij aan zijn ouderwetse schrijfmachine, en hoort in zijn tikken zijn eigen lied van de arbeid.

Op dit punt gekomen kan ik de mechanische schrijfmachine weer gaan prijzen, maar dat heb ik al honderd keer gedaan. Bovendien ben ik verslaafd aan mijn laptopje. Voor wie de oude geluiden wil beleven, is er een computerprogramma dat de staccato's laat horen. Je laptop wordt een virtuele Woodstock, Remington of Adler. Dat vind ik te ver gaan. Het radiostation van de New York Times, WQXR, heeft op de ochtend van iedere werkdag om tien uur een programma, The Office Hour, dat begint met een compositie van Leroy Anderson, The Typewriter, waarin dit alles melodieus verwerkt is, het tikken en het geluid van de bel als de wagen aan het einde van zijn traject is. Dit muziekje noemen we een `herkenningsmelodie'.

Zo kom ik eindelijk waar ik wil zijn. Het televisieprogramma Andere Tijden heeft een documentaire uitgezonden, samengesteld uit amateurfilms die in de Bezetting zijn gemaakt. Stom genoeg niet gezien, maar ik hoor er niets dan goeds over. Zo zou je ook een radioprogramma kunnen maken, niet langer dan een kwartier, met herkenningsmelodieën. Radio Oranje, de Stem van Strijdend Nederland had, als ik het wel heb, het In naam van Oranje, doe open de poort! en dan kwam Den Doolaard en daarna Lou de Jong. De BBC Home Service begon met het begin van de Negende van Beethoven. Of het klingelen van de Big Ben? Het orkest van Geraldo Hello again, here are we on the radio again. De BBC had om half elf iedere ochtend het Workers Playtime met iets dat ik hier alleen kan weergeven als `taaatietatie-taaatie-tatIE' enz. Een Sondermeldung aus dem Führer Hauptquartier was herkenbaar door een daverende passage uit het oeuvre van Liszt. Glenn Miller had het onvergankelijke Moonlight Serenade. Als ik me ergens heb vergist, hoor ik het wel.

In die tijd dienden veel schoolgebouwen tot kazerne. Een aantal scholen moest de overgebleven gebouwen delen zodat je de regeling van de `halve dagen' had. Bij het huiswerk maken luisterden de kinderen ook toen al naar de radio, wat door de grote mensen werd afgekeurd. Toch is dit luisteren er de oorzaak van dat ik me in het verschijnsel van de herkenningsmelodie heb verdiept.

Toen kwam de televisie. Eerst met het testbeeld. Daarna kreeg gaandeweg ieder programma zijn eigen melodie, met een standaardfilmpje van gemonteerde beelden. Om je op het ergste voor te bereiden begonnen de journaals met een machtige bekkenslag, lieten je een selectie van voorbije hongersnood en explosies zien om dan terzake te komen. Intussen had de reclame zijn intrede gedaan. Langdurig voorspel van kakelende commercie. Dan de selectie van ellende van vorig jaar. Beng! De bekkenslag. De werkelijkheid van vandaag.

Dat er met reclame geld wordt verdiend, en dat met dit geld dan weer de nieuwsvoorziening wordt gefinancierd, begrijp ik. Maar de hoeveelheid niet-commerciële bombast waarvan het uitzenden ook geld kost, wordt steeds groter. Op AT5 van half acht heb je al een paar jaar de snapshots van die rollebollende gelukzaligen, en sinds kort ook een stuk of drie grote mensen die in een kruippak krijgertje spelen. Het zijn tegenwoordig weer bange tijden, en dus kijk ik meer naar CNN. Het blijft goed, maar ook hier een accumulatie van onzin, besloten door een aftellen, tien, negen, enz. voordat Irak en Bush kunnen worden aangesneden. Waarom doen ze het?

Bombast. Ik heb het opgezocht. Het komt uit het Frans, bombasin, oorspronkelijk een stof voor schoudervullingen.