Vissen voor het raam

Vissen in een aquarium kijken graag uit hun raam. Ze zien meer dan je denkt. Een Nederlands stekelbaarsje is daar zelfs beroemd mee geworden.

Dat stond in een aquarium voor een gewoon raam. En elke keer als de rode postwagen van de PTT voor de deur stopte, werd die vis ontzettend kwaad. Hij wou hem verjagen. Het lukte hem nog ook, al duurde het soms even.

Bij die driedoorn stekelbaarsjes hebben de mannetjes in het voorjaar een rode buik. Ze verjagen elkaar dan uit hun eigen gebied – dat rood werkt als een rode lap op een stier. Door die rode auto werd dat ontdekt.

Over dat Nederlandse visje uit de vorige eeuw wordt nog steeds over de hele wereld gepraat. Hij heeft geeneens een naam, maar is wel een Voorbeeld geworden. Dieren kijken naar hun omgeving met een speciaal oog voor dingen die zij zelf toevallig belangrijk vinden. Ze zien dingen van zichzelf terug – ook al slaat dat soms nergens op. Want rode PTT-busjes willen heus je nest met visseneitjes niet overnemen, meestal dan.

Dom van dieren? Welnee. Nou ja, alleen als je mensen ook dom vindt. Want wij doen precies hetzelfde. Wat wij belangrijk vinden aan onszelf zie we ook in andere dingen terug. Wij vinden gezichten en hun oogopslag belangrijk. En die zien we overal in. Neem de koplampen van een auto. Daar zien we al een gezicht in. Daardoor vinden we een auto lief en een beetje zielig, of juist lekker gemeen en stoer. De héle auto vinden we dan lief of stoer. Iedereen die auto's maakt weet dat: de koplampen zijn het belangrijkst. En het is nog gekker. Mannen vinden mooie ronde vormen van vrouwen prachtig. Daarom zijn ze ook allemaal verliefd op de mooi afgeronde sportauto's van vroeger. Let maar eens op, ze dromen helemaal weg. Wat een lijn! Wat een vorm!

Een stekeltje vindt dat nou weer grote onzin. Die kijkt naar rood. Of dat nou van een sportwagen of een PTT-busje is. Verzin maar wie het domst is.

Stekeltjes zijn graag op zichzelf. Daarom hebben ze een hekel aan het rood van anderen. Andere rode vissen leven weer graag in scholen. Die vinden hun kleur juist weer aantrekkelijk en zoeken die op. Gekleurde vogels die in groepen leven hebben hetzelfde. Daar krijg je soms rare vriendschappen van. Ik had ooit een rode prachtbarbeel, een soort mini-karpertje in mijn kamer. (En, voor je je zorgen maakt, in een aquarium) Er vloog ook een dwergpapegaai rond, met een kop en borst in precies dezelfde kleur rood. En die twee zochten elkaar altijd op. Dat vonden ze gezellig.

Natuurlijk zagen ze ook wel verschil, want een vis is maar een rare vogel en een vogel een vreemde vis. Maar wat ze ook heel goed zagen: rood past bij rood. Steeds weer zaten ze bij elkaar, aan weerskanten van hun raampje. Kleur zoekt kleur. Het vrouwtje van de rode vis was gewoon zilverkleurig. Maar zij kwam er ook vaak bij. Twee mooie rode mannetje bij elkaar!