`Soldaat C' geeft informatie over Britse misdraging

De Britse tabloid-krant The Daily Mirror voert vandaag een nieuwe getuige op die zegt gedetailleerde informatie te hebben over vier gevallen van mishandeling van Iraakse krijgsgevangenen door Britse soldaten.

Het ministerie van Defensie heeft intussen bevestigd dat de man zichzelf heeft gemeld en heeft gesproken met de Royal Military Police, de instantie die de incidenten onderzoekt. De man, omschreven als `soldaat C', is lid van de Territorial Army, het Britse equivalent van het Korps Nationale Reserve, die vorig jaar was toegevoegd aan de Queen's Lancashire Regiment (QLR). Leden van dat 600 leden tellende infanterieregiment zouden de foto's hebben gemaakt van mishandelde krijgsgevangenen, die The Mirror afgelopen weekeinde afdrukte. Volgens Piers Morgan, hoofdredacteur van de krant, is `soldaat C' niet bij het gefotografeerde incident aanwezig geweest. De authenticiteit van de foto's is overigens omstreden. Maar tegen vier leden van het QLR loopt al een strafzaak wegens de dood van Baha Mousa, een 26-jarige Irakees, in september vorig jaar in Basra.

Mousa, een nachtportier in een hotel, werd met vijf andere personeelsleden tijdens een inval door QLR-soldaten gearresteerd. Mousa's vader, een Iraakse politie-kolonel in Basra, de Britse militaire zone in Zuid-Irak, die zijn zoon vier dagen later identificeerde, heeft verklaard dat hij ernstige wonden had aan het hoofd en op de rest van zijn lichaam. Twee van de personeelsleden van het hotel die de arrestatie overleefde, vertelden tegen verslaggevers van The Guardian dat ze twee dagen gehurkt moesten zitten en herhaaldelijk werden geschopt en geslagen door de militairen. Mousa's nabestaanden horen tot de twaalf families, allen nabestaanden van omgekomen Irakezen, die woensdag bij het High Court in Londen een zaak begonnen om schadevergoeding te eisen.

De nieuwe getuige zou onder meer over dat incident gedetailleerde informatie hebben. Volgens The Mirror heeft hij ook de namen genoemd van de verantwoordelijke soldaten en onderofficieren tijdens andere incidenten, alsmede de namen van officieren die een oogje dicht knepen. Morgan houdt vol dat de foto's echt zijn, maar hij staat onder druk af te treden als ze vals blijken. Het zonder meer afdrukken zou de Britse positie in Irak als geloofwaardige vredestroepen ernstig hebben ondermijnd.