Sociale wetgeving

Het kabinet wil met de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een geloofwaardiger en solidair sociaal-verzekeringsstelsel scheppen. Het klinkt fantastisch, maar als gedeputeerde wonen, zorg, welzijn van de provincie Noord-Brabant vraag ik mij echter sterk af of dat op deze manier lukt.

Ik ben bang dat de slechte financiële situatie van het rijk leidt tot een overhaaste invoering van een slecht doordachte, nieuwe wet met alle gevolgen van dien. Het rijk wil een fundamentele omwenteling van het stelsel.

Prima, maar dan is zorgvuldigheid gewenst en kan het niet zo zijn dat bijstellingen en hersteloperaties de komende jaren schering en inslag zijn. De steeds wisselende naamgeving van de in voorbereiding zijnde wet doet echter het ergste vermoeden. Weet het kabinet eigenlijk wel wat het écht wil bereiken? En overziet het kabinet de consequenties van zijn voornemens wel?

Het is volstrekt onduidelijk waarom het kabinet erg veel moeite heeft om de meerwaarde van de provincies in wetgevingstrajecten te erkennen. Juist op het bovenlokale en regionale vlak rond wonen, zorg en welzijn wordt de provincie steeds vaker gezien als procesbegeleider, monitor, vraagbaak en belangenbehartiger. Behalve het in stand houden van steunfunctie-instellingen kan het kabinet zich niets anders voorstellen bij het nut van de provincies. Laat het kabinet hier geen mogelijkheden liggen?

    • Cda-Gedeputeerde Provincie Noord-Brabant
    • Drs. R.H. Augusteijn