Patterson

Op het eerste gezicht is het armoe troef voor Rahsaan Patterson. Na twee mooie moderne soulplaten op MCA, onderdeel van het Universal-concern, verschijnt After Hours op een klein Brits label. Het hoesje ziet er hopeloos goedkoop uit. Maar bij nader inzien valt het erg mee: After Hours is een mooi derde album geworden. De instrumentatie klinkt iets eigentijdser, ofwel elektronischer, dan op zijn vorige werk, met als bijkomend voordeel dat Pattersons oriëntatie op de Stevie Wonder van de vroege jaren zeventig wat minder nadrukkelijk aan de dag treedt. Al is de link overduidelijk zodra hij zijn mond open trekt. Patterson klinkt bijna als een halfzusje van Wonder, maar die wat geslachtsloze stem glijdt zo soepeltjes over de verleidende ritmes dat dat nauwelijks een bezwaar mag heten. Patterson en zijn begeleiders weten hoe je een groove op moet bouwen en wat het ideale tempo is. In `Yeah Yeah Yeah' wordt de klus in uitnodigend mid-tempo geklaard met afbuigende synthesizergeluiden, als vallende sterren, en aanzwellende strijkers. Een nummer verderop, in `Separate', vallen de beats weer een stuk bonkender uit. De nieuwe soul mag dan lichtelijk stagneren, maar met een plaat van dit kaliber kunnen we vooruit.

Rahsaan Patterson: After Hours (Dome, distr. Challenge)