Op de thee bij de rebellen

Meereizen met een rebellenleider is een wensdroom van veel oorlogsverslaggevers en dat is dan ook wat de Vlaamse journalist Dirk Draulans heeft gedaan voor het Vlaamse weekblad Knack. De avonturen die hij over een periode van vijf jaar als reporter beleefde in voormalig Belgisch Congo vormen de grondslag van Handelaar in Oorlog. Zijn boek draait om de figuur van Jean-Pierre Bemba, aanvoerder van de Mouvement de Libération du Congo (MLC), een door buurland Oeganda gesteunde rebellenbeweging die actief was in het noorden van Congo. Sinds kort is Bemba rebellenleider af. In juli trad hij aan als vice-president in een regering van nationale verzoening onder de door hem in deze pagina's nog als snotjong afgeschreven president Joseph Kabila.

Het conflict in de Democratische Republiek Congo wordt ook wel Afrika's Eerste Wereldoorlog genoemd omdat er zoveel buitenstaanders bij betrokken raakten. Maar liefst vijf buurlanden begonnen zich vroeg of laat met de strijd om de macht in Kinshasa te bemoeien. Sommige landen steunden rebellenbewegingen die in de loop van de tijd uiteenvielen of zich opsplitsten in elkaar beconcurrerende facties. Andere steunden etnische milities of het wankele regime van Kabila senior. Ingewikkelde materie, ook als je hevig in Congo geïnteresseerd bent. Maar Draulans is een gedreven verteller. Hij voert de lezer meteen mee naar de rebellenbaas. Hij vindt Bemba een imponerend man, maar zijn ontzag voor hem staat een relativerende kijk op diens humeurigheid niet in de weg. Draulans dineert in de villa's van Bemba en maakt kennis met zijn entourage. Hij krijgt een stoel toegewezen in de vliegtuigjes waarmee de rebellenleider de bevolking gaat opzoeken om aan te kondigen dat hij ze heeft bevrijd. Wat de Congolezen daar zelf van vinden, krijgen we jammer genoeg niet te weten, want de verslaggever richt zijn blik op de grote jongens: de aanvoerders, de broodheren, de wapenhandelaars en de zakkenvullers. Het is hun hebzucht die miljoenen Congolezen veroordeelt tot een uitzichtloos bestaan. Ook Bemba lijkt vooral uit op Congo's onuitputtelijke bodemschatten.

Handelaar in Oorlog heeft een goed inzicht in de manier waarop Afrikaanse conflicten worden uitgevochten, hoewel Draulans zich soms niet helemaal heeft kunnen onttrekken aan de Afrikaanse geruchtenmachine. De strijd in Congo beantwoordt maar zelden aan de opvattingen die men in het Westen over oorlogsvoering heeft. Er wordt soms maandenlang geen schot gelost. In de dorpen gaat het leven gewoon door. Zelfs in een militair kamp waar krijsgevangen soldaten heropgevoed worden, hangt een huiselijke sfeer.

In de inleiding neemt Draulans een reuzensprong van de Eerste Wereldoorlog naar Oost-Congo met de bewering dat alle mensen barbaren zijn. En dat het dus niet uitmaakt of je blank of zwart bent, uit Joegoslavië of uit Rwanda komt: `De mens kan overal zijn duivels ontbinden, zelfs bij ons.' Dat is een zeer grove simplificatie van de Congolese geschiedenis en de diepere oorzaken van het conflict. Hij suggereert ook ten onrechte dat Handelaar in Oorlog over het kwaad in de mens gaat. Die pretentie maakt Draulans niet waar. Wel lukt het hem om allerlei machtsstructuren en de dynamiek van een Afrikaanse rebellie te ontrafelen.

Dirk Draulans: Handelaar in Oorlog. Atlas, 368 blz. €19,90

    • Pauline Bax