Nederlandse uitzendmarkt blijft achter

De deze week gepubliceerde gunstige resultaten van de drie grote Nederlandse uitzendbedrijven bieden nog geen zicht op economisch herstel.

De drie grootste Nederlandse uitzendbureaus Randstad, Vedior en USG rapporteerden deze week alledrie een hogere kwartaalomzet. Maar de Nederlandse uitzendmarkt krimpt nog steeds. Terwijl de omzet in de rest van Europa flink groeide, werd de markt in Nederland 9 procent kleiner. Als de uitzendbranche nog altijd geldt als barometer van de economie, dan staat Nederland er dus slecht voor.

,,Nederland is inderdaad het langzaamste jongetje van de klas'', zegt een woordvoerder van Randstad, de grootste uitzendorganisatie in Nederland. Volgens hem is de uitzendbranche een goede indicator voor economisch herstel. ,,Sinds 1960 is economische groei telkens voorafgegaan door een stijging van de uitzendmarkt: eerst in de VS, dan via Vlaanderen naar Zuid-Nederland.''

Hoogleraar Coen Teuling relativeert dat. ,,Dat de omzet van uitzendwerk daalt, zegt niet zo veel over de stand van de economie.'' Het enige wat uit de dalende trend kan worden afgeleid, is dat de werkloosheid in Nederland voorlopig niet zal afnemen. ,,De uitzendmarkt zegt iets over het herstel van de arbeidsmarkt. En die loopt in de economische cyclus ongeveer een jaar achter op het herstel van de bedrijvigheid'', zegt Teulings, die hoogleraar economie is aan de universiteit van Amsterdam en directeur van de Stichting voor Economisch Onderzoek.

De verklaring hiervoor is dat bedrijven in het begin van de economische groei de productie opvoeren met bestaande middelen. Pas als de groei aanhoudt en toeneemt, trekken ze nieuw personeel aan. En dat doen ze dan het liefst via uitzendbureaus. ,,Het is een goede manier om mensen die je eigenlijk vast in dienst wil hebben, op proef te nemen. En als het herstel tegenvalt, heeft het bedrijf zich niet aan deze mensen gecommitteerd.''

Niet ieder type uitzendwerk zegt evenveel over mogelijk economisch herstel. Uitzender USG (United Services Group) ontleent enig optimisme aan de groei van 3 procent in de technische sector, een vroegcyclische bedrijfstak. Op dat niveau zitten de laatcyclische administratieve banen (daling van 12 procent) en de medische sector (34 procent omlaag) nog lang niet.

Terecht optimisme, zegt Teulings. Ook in een land als Nederland, met relatief weinig industrie, zijn investeringsgoederen de motor van economisch herstel. Dus werkgelegenheid in de techniek en industrie zijn goede indicatoren. Overigens verbaast het hem niets dat Nederland een ,,veel heftiger recessie'' heeft dan andere Europese landen. Hij wijt dat aan slecht overheidsbeleid. ,,Op het hoogtepunt van de economische boom hadden wij een onhoudbaar laag werkloosheidspercentage van 2 procent. Andere landen zaten op 7 à 8 procent werkloosheid. Wij zaten dus lager dan de natuurlijke werkloosheid van ongeveer 5 procent die bedrijven in staat stelt nieuwe mensen aan te nemen.''

Bedrijven gaan dan volgens Teulings te veel betalen om toch aan mensen te komen, met als resultaat een loonexplosie. In zulke omstandigheden moet je geen belastingverlaging doorvoeren, zoals Paars II heeft gedaan. ,,Dan jaag je een toch al overspannen arbeidsmarkt verder aan.''

De drie grote uitzendbureaus melden wel allemaal dat de daling van de markt in de maand maart tot stilstand is gekomen. De bedrijven schrijven dat dat kan betekenen dat de arbeidsmarkt zich eind dit jaar of begin volgend jaar herstelt. Maar ze zijn allemaal voorzichtig. Of, zoals Randstad het zegt: ,,Er is nog geen reden om de champagne te ontkurken. We hebben al een paar valse starts gehad.''