Mark Boog

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om te helpen de gedachten te bepalen.

KLEIN HUIS

Klein huis, maar gooi er eens een bal doorheen

en het wordt groot. Zie al die meters,

zijn ze niet van ons? En slenter eens alsof

je niet weet waar je heen gaat: ruimte rekt

zich geeuwend uit tussen de muren. Zie:

het dwalen dat de kamers met elkaar

verbindt is witgeverfd. Er is een trap,

een kapstok in een kast, wat deuren. Als

een landweg zo toevallig ligt het, doel

en startpunt bij de weg gezocht in plaats

van omgekeerd, zo lijkt het. Als je brood

haalt en weer terugkomt zul je zien dat we

een picknick kunnen houden. Snel ga nu!

Het krimpen kan onmogelijk ver weg zijn.

Uit: Mark Boog, Alsof er iets gebeurt (uitg. Meulenhoff, 2000)

Voor zijn debuutbundel Alsof er iets gebeurt won Mark Boog (Utrecht, 1970) drie jaar geleden de C.Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie. Hetzelfde jaar debuteerde hij voor de tweede keer, als romanschrijver met De vuistslag. Boogs romans liggen in het verlengde van zijn gedichten, die zich kenmerken door een alledaagse toon waaronder de paniek voelbaar is. In december 2002 verscheen van hem het tweeluik De warmte van het zelfbedrog (een roman) en Zo zagen we het zelden (gedichten); vorig jaar de bundel Luid overigens de noodklok. ,,Ik ben geen verhalenverteller'', zei Boog in een interview in deze krant. ,,Het gaat mij om de mooie zin, zowel in de poëzie als in de roman.'' Meer informatie op www.kb.nl/dichters