Gezoem aan de stadspoort

Frank Mandersloot bouwde in het Amsterdamse havengebied een sculptuur van vier reuzentafels en acht bijenkasten.

Frank Mandersloot houdt van timmeren. Als vijftienjarige maakte hij voor zijn tienerkamer zijn eerste tafeltje, een wiebelige lattenconstructie van vurenhout. Het had een bescheiden formaat: het tafelblad mat zestig bij zestig centimeter, de hoogte dertig centimeter. Meer dan een middagje kunst- en vliegwerk kostte het hem niet. Hij was toen al een paar jaar bezeten van beeldende kunst. ,,Op mijn twaalfde zag ik een tentoonstelling van Mondriaan', zegt hij over die vroege start. ,,En vanaf dat moment speelde ik ineens niet meer met speelgoed. Ik wilde alleen nog maar schilderen, tekenen en sculpturen en bouwsels maken.'

Meer dan dertig jaar later vervaardigt Frank Mandersloot (Utrecht, 1960) nog steeds tafels, zij het dat hij ze nu laat timmeren in werkplaatsen en ze heel andere afmetingen hebben. De vier gestapelde tafels die hij onlangs door een hijskraan liet neerzetten bij Rietlandpark, het verkeersknooppunt bij de gelijknamige nieuwe tramhalte in het voormalige oostelijk havengebied van Amsterdam, zijn namelijk samen zo'n zestien meter hoog. Reuzentafels dus, met poten van beton en dik Azobé Keurhout en al even massieve tafelbladen. Onder het bovenste tafelblad hangt een fragiel metalen plateau waarop acht bijenkasten staan met echte bijen erin. Je komt er via een ingenieuze stalen ophaaltrap, die met behulp van een afstandsbediening kan worden neergelaten. Samen vormen die tafels en bijen Mandersloots nieuwste kunstwerk: `Voor de Bijen'. Niet voor niets staat het waar het staat. De tafels en de bijen symboliseren de vervoerstromen van treinen, trams, bussen, auto's, fietsers en voetgangers die bij Rietlandpark op verschillende hoogtes de hoofdstad binnenstromen.

Behalve een imposante sculptuur is `Voor de Bijen' dus ook een moderne stadspoort die de symbiose van mens en natuur benadrukt. ,,Het is de entree tot de binnenstad als je vanaf de rondweg de Piet-Heintunnel inrijdt', zegt Mandersloot een paar dagen na de officiële onthulling van zijn kunstwerk. ,,Tegelijkertijd kun je het zien als een afsluitpunt van het hele oostelijk havengebied, waar havenbekkens tot woongebied zijn gereconstrueerd. De bebouwing is er uit verschillende richtingen naar elkaar toegegroeid. Zo ontstond een restruimte die nu een verkeersplein is. `Voor de Bijen' is de visuele brug die al die verschillende gebieden met elkaar verbindt.'

Alleen al wat zijn omvang betreft is `Voor de Bijen' een hoogtepunt in Mandersloots oeuvre, dat vooral bestaat uit installaties met alledaagse voorwerpen die in een ongebruikelijk daglicht worden gesteld en daardoor van betekenis veranderen. Zo drukken zijn verzaagde en knullig gerepareerde tafels uit het begin van de jaren negentig door hun `littekens' een bijna menselijke melancholie uit. Een andere ervaring heb je bij zijn installatie `Tent' (1994), gemaakt van een zwabber en een deken. In een tent staat een monitor waarop de buitenkant van diezelfde tent te zien is, terwijl drie vrouwenstemmen in respectievelijk het Hebreeuws, het Portugees en het Servisch over hun kindertijd vertellen. ,,Die tent heb ik gemaakt met dekens van mijn ouderlijk bed. Ook de zwabber stond in de slaapkamer van mijn ouders. Als kind bouwde ik daarmee op hun bed altijd een tent. Die materialen heb ik dus letterlijk uit mijn jeugd genomen, maar ze kregen een universele betekenis. Toen ik als kind in het buitenland kwam, kon ik moeiteloos met vreemde kinderen spelen zonder dat er een taalprobleem bestond. Dat bracht me op het idee om drie vriendinnen van me, die uit verschillende landen kwamen, jeugdherinneringen aan elkaar te laten vertellen in hun moedertaal. Het mooie was dat je aan de intonatie kon horen dat ze elkaar begonnen te begrijpen. Met het maken van die tent werd de Toren van Babel overstegen.'

Natuur

In `Voor de Bijen' komt de flora samen met de fauna, en de mens met de natuur. Het kunstwerk valt iedereen op, niet alleen door zijn afmetingen maar vooral omdat je je afvraagt hoe die tafels nu precies op elkaar zijn gestapeld. Zo leunen de poten van de onderste tafel – waarvan het blad op straatniveau ligt – op het perron van de een paar meter lager liggende halte van de nieuwe IJtram. Aanvankelijk ontgaat je dat, zoals je ook het blad van die tafel niet onmiddellijk als tafelblad herkent, omdat het zo mooi in de grond verzonken ligt. Even raadselachtig is de positie van de twee bovenste tafels, die scheef op de twee onderste staan. ,,De verschillende richtingen van de tafels herhalen de bouwrichtingen in het gebied. De twee onderste tafels zijn gericht op de bebouwing langs het IJ; de twee bovenste wijzen in de richting van de bebouwde kant aan de andere kant van het plein.'

Gevraagd naar de reden van het gebruik van zowel hout als beton, zegt Mandersloot: ,,Eigenlijk is `Voor de Bijen' een gevisualiseerde fundering. In het boek dat erover is gemaakt refereer ik aan de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner, die Amsterdam een tafel noemt omdat alles wat er gebouwd is op palen staat. Van oorsprong waren dat houten palen, tegenwoordig zijn ze van beton. En daarom heb ik voor die materialen gekozen.'

Het verleden van het Amsterdamse havengebied en van het spoorwegemplacement dat in Tweede Wereldoorlog vertrekpunt was van de treinen waarmee de Nederlandse joden werden gedeporteerd, fascineert Mandersloot. ,,Ik houd van geschiedenis', zegt hij. ,,Het is tenslotte in de eerste plaats zaak om de dingen met elkaar te verbinden. Toch zou ik nooit een monument willen maken. Dat ontleent zijn betekenis altijd aan datgene waarnaar het verwijst, terwijl ik juist vind dat een kunstwerk een betekenis moet hebben die andere betekenissen veroorzaakt. Zoals je je bij de tramhalte Rietlandpark bewust wordt van geologie – dat het allemaal drab is.

,,De schaal van het gebied is on-Amsterdams. Het herinnert aan de grote vervoersbewegingen die er hebben plaatsgevonden, aan de poort naar de wereld die de Amsterdamse haven eeuwenlang is geweest. Het oude centrum is weliswaar verfijnd in zijn maatvoering, en de ruimte rond de grachten wordt buitengewoon efficiënt gebruikt, maar in het havengebied wordt eindelijk de schaal van de stad geopend. Daar krijg je ineens een grootschaligheid die we alleen uit de buitenwijken kennen. Het gebied is dan ook een mooie verbinding tussen de niet-bebouwde ruimte en het oude centrum.'

Commissies

`Voor de Bijen' maakt op organische wijze deel uit van zijn omgeving. Het is bijna of het er altijd heeft gestaan. In werkelijkheid gingen er zeven jaren van oeverloos gesoebat aan vooraf. Sinds de dag in 1995 dat Mandersloot het eerste ontwerp voor zijn sculptuur indiende, kreeg hij te maken met een reeks ijverige commissies die forse kritiek op zijn plannen uitoefenden en zich zorgen maakten over de veiligheid van het project. Uiteindelijk werd hem in 2002 toestemming verleend en kon hij aan de slag.

,,Er zijn vijf ontwerpen geweest, waarvan er uiteindelijk drie werden gepresenteerd', zegt Mandersloot over die periode van grootstedelijke besluitvorming. ,,Het eerste daarvan werd goedgekeurd en in samenwerking met de dienst ruimtelijke ordening opgenomen in de maquette die in 1997 gepresenteerd is aan de buurtbewoners. Dit ontwerp, waarin ik de verkeersfuncties van de personen op het plein wilde mengen met het kunstwerk, week af van de uiteindelijke vorm. Het werd ingegeven door de opdrachtstelling aan de architect van de IJtramhalte. Toen hij mijn ontwerp zag, weigerde hij het te integreren, ook al was het al goedgekeurd. Daarna is de huidige plaats weer in beeld gekomen en ben ik opnieuw aan de slag gegaan.'

De bijen zoemden toen al in zijn hoofd. ,,Mijn oorspronkelijke plan uit 1995 was om tussen de stapeling van monumentale tafels de tussenruimte dicht te bouwen met een ecologische atelierwoning. Het idee daarachter was om op die plaats leven te initiëren en er ook zelf te wonen. Dat sloeg terug op H.P. Berlage, die atelierwoningen op markante plekken in zijn stedelijke plannen realiseerde om de kunstenaar een herkenbare plaats in de stad te geven. Op de tramhalte wilde ik een extra houten tafel plaatsen met een blad ter hoogte van het maaiveld. Daar zou dan een klein stadstuintje komen, als een soort zwevende postzegel. Omdat mijn vriendin imkert wilden we er bijen gaan houden. Ook dat plan kon niet doorgaan vanwege de beperkingen van het bestemmingsplan. Ik heb toen de aanwezigheid van de bijen gehandhaafd.'

Mandersloot ziet bijen als een afspiegeling van het stedelijk milieu. De bij kan als individueel beestje niet overleven. ,,In een stedelijke structuur zijn mensen afhankelijk van de sociale codes en afspraken die ze met elkaar hebben. Als individu kunnen ze er niet overleven, omdat ze niet eens een moestuin hebben waaruit ze hun voedsel kunnen halen. Daarom beschikken ze over een verfijnd sociaal afstemmingsvermogen waarin ze dienstbaar zijn aan elkaar.'

Tot Mandersloots opluchting vreesden de omwonenden de komst van de bijen niet. Wel probeerde de lokale televisiezender AT5, eenmaal op de hoogte van de komst van de bijen in het oostelijk havengebied, onrust te stoken door een imker op te duikelen die zo zijn bedenkingen over de bijenkisten had. Na enige uitleg draaide hij snel bij. ,,Bijen steken als ze in het nauw worden gedreven. Ze zijn dan meteen dood. Anders dan wespen, die ook dierlijke eiwitten nodig hebben, zijn ze vegetarisch. Gevaarlijk zijn ze dus niet. Bovendien had een veiligheidsbureau bepaald dat voor `Voor de Bijen' een aanvlieghoogte van vier meter veilig was. Niet alleen om die reden, maar ook uit architectonisch oogpunt heb ik uiteindelijk zelf voor een hoogte van zeveneneenhalve meter gekozen. Een maatvoering die alles te maken heeft met de schaal van het plein.'

Hun voedsel – stuifmeel en nectar – zoeken bijen bij bloeiende bloemen. Vervolgens brengen ze het naar hun kasten. ,,Het is dus belangrijk dat er het hele seizoen door bloemen bloeien. Op het platteland hebben bijen het veel moeilijker dan in de stad. Dankzij de monocultuur zijn er op een bepaald moment weliswaar heel veel bloeiende bloemen, zoals in koolzaadvelden, maar de rest van het seizoen groeit er niets meer. Daardoor trekken tegenwoordig zelfs wilde bijen, die niet geïmkerd worden, naar de stad.'

Ecologisch plan

Speciaal voor `Voor de Bijen' is een ecologisch plan voor het verkeersplein ontworpen. Zo worden de grasveldjes en taluds in de directe omgeving van het kunstwerk beplant met bomen, planten en een miljoen bloembollen. ,,Sneeuwklokjes en krokussen zijn vroege voorjaarsbloemen', zegt Mandersloot. ,,Dus als de bijen in die periode voor het eerst de kast uitkomen en nog niet sterk zijn, dan kunnen ze op het plein zelf voedsel vinden. 's Zomers, als de zon meer kracht heeft, zijn ze sterker. Ze hebben een actieradius van ongeveer drie kilometer, zodat ze zo'n achtentwintig vierkante kilometer kunnen bestrijken. Ze halen gemakkelijk de dierentuin Artis, de Hortus Botanicus of het Oosterpark.'

Frank Mandersloot kreeg de opdracht voor een kunstwerk op Rietlandpark van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en het projectbureau IJtram. Ze kozen voor hem omdat hij in zijn installaties gewone dingen zo bekijkt dat hun betekenis verandert. ,,In 1995 vroegen een paar bevriende vormgevers me of ze werk van mij mochten gebruiken voor het omslag van het tijdschrift Archiprix. Het ging om een foto van de buiten- en binnenkant van de kelderdeur in het Rietveldhuis in de Utrechtse wijk Tolsteeg waar ik ben opgegroeid. In die kelderdeur bevond zich weer een ander deurtje, waar een kast achter zat om de stofzuiger in op te bergen. Op de bij die foto horende tekst haalde ik een anekdote uit mijn jeugd aan: ik speelde met mijn zus verstoppertje en was in die stofzuigerkast gekropen, waarin ik als een onderdeel van de Laocoöngroep tussen de stofzuigerslang opgevouwen zat. Mijn zus draaide de deur naar de kelder open, maar kon me natuurlijk nergens vinden, omdat ik achter dat kleinere deurtje zat. Met die foto heb ik het idee van Rietveld gekoppeld aan mijn eigen vondst om me als kind te kunnen verstoppen.

,,Mijn installaties waren in die tijd al vrij bekend in de kunstwereld, maar die cover werd als specifiek voorbeeld genoemd voor de manier waarop ik de kijk op een plein als Rietlandpark zou kunnen veranderen. De bedoeling van `Voor de Bijen' is dat je ineens een totaal andere perceptie van ruimte ervaart die niet alleen maar visueel is. Op het moment dat je beseft dat daar bijen leven, kijk je anders naar die omgeving en besef je ineens wat een rijkdom de ecologie in de stad toch is.'

Is het dan echt zo dat je meteen aan de natuur denkt, wanneer je in een stadswoestijn als Rietlandpark staat en bijen ziet? Mandersloot lacht: ,,Stadsbewoners hebben uit eigen waarneming vaak niet meer zoveel kennis van de natuur. Iedere prikkel om verantwoordelijk om te gaan met wat er is, draagt dan ook direct bij aan het verrijken van ons eigen leven.'

Als ik vervolgens opmerk dat de bewoners van de huizen in dat oostelijk havengebied veelal moderne technomensen zijn die verder van de natuur afstaan dan ooit, zegt hij: ,,Dat soort mensen vindt het ook prettig om op een vierkante meter geveltuin wat af te stressen. Sommige buurtbewoners hebben zelfs de IJtramdienst al gebeld met de vraag welke planten ze voor de bijen moeten nemen. De bijen zijn dus, precies zoals ik had gehoopt, een potentiële verrijking van dat gebied, omdat ze mensen aanzetten tot nadenken over de manier waarop ze kunnen bijdragen aan hun voedselvoorziening.'

Dat de bijen tussen een paar tafels wonen, is voor Mandersloot dan ook een vanzelfsprekende zaak. ,,De basisvorm van tafels herinnert altijd aan het huiselijk gebruik, aan het op huiselijke schaal markeren van een plek, in het midden van een kamer waar mensen tezamen komen. In zekere zin heeft ook `Voor de Bijen' die functie. Normaal gesproken zou Rietlandpark een vrij desolate plek zijn geworden. Door er een biotoop te creëren is het nu een plek waarmee mensen zich verbonden voelen, ook op afstand.

,,Een belangrijk aspect van de tafels bij Rietlandpark is dat ze een collectieve betekenis hebben en dat alleen de imker naar boven mag. Hij is de bemiddelaar tussen de bijen en ons, omdat die werelden gescheiden zijn – niet alleen uit veiligheidsoverwegingen, maar ook om onderscheid tussen de dingen te maken. In een vorige fase had ik nog een extra tafel gepland met plaats voor een duivenmelker. Daarmee wilde ik de tegenstelling tussen volks (die duiven) en high brow (de bijen) benadrukken. Dat plan werd echter afgeblazen uit angst voor duivenoverlast. Intussen heb ik gehoord dat er tussen de tweede betonnen tafel en de eerste houten tafel broedende duiven zijn aangetroffen.'

Het boek `Voor de Bijen' met essays van Frank Mandersloot, Arie Koster, Ton Schaap en Tijs Goldschmidt is uitgegeven door het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer, projectbureau IJtram