Gesprek

Omdat iedereen gisteren weer even een mening had over Pim Fortuyn, maar niemand de moeite nam om hem zélf aan het woord te laten, heb ik maar de stoute schoenen aangetrokken en hem opgebeld.

Zou hij het als heiligschennis ervaren als ik hem daarboven lastigviel? In dat opzicht had ik meer te vrezen van zijn aanhangers, bedacht ik. Onze relatie was nooit optimaal geweest, maar misschien was het wel een opwindende gedachte voor hem dat juist een van die haatzaaiers van NRC Handelsblad hem benaderde.

,,Alles goed, meneer Fortuyn?'' informeerde ik onhandig.

Op de achtergrond hoorde ik beschaafd gelach en de stem van Joseph Luns die kraaide: ,,Geef 'm van katoen, Pim!'' Iemand met een schelle stem, in wie ik Hans Janmaat meende te herkennen, riep er bovenuit: ,,Maar persjoonlijk vind ik dit wél volstjrekt absjurd.''

,,Laat het maar aan mij over, Hans'', zei Fortuyn vaderlijk achter zijn hand. En toen tegen mij: ,,Wat kan ik voor u doen?'

Ik kuchte en vroeg: ,,Hoe heeft u de plechtigheden bij de herdenking van uw sterfdag ervaren?''

,,Niet alleen maar positief.'' Het kwam er kalm, maar gedecideerd uit. Hij was nog steeds de oude, besefte ik: onverbloemd zeggen wat je denkt.

Hij stoomde meteen op volle kracht door: ,,Het is natuurlijk vererend dat er voor mij een standbeeld in Rotterdam is opgericht, iets wat die stad mij trouwens ook wel verschuldigd was, maar dan mag ik toch wel verwachten dat er op een dag als deze méér mensen komen opdagen dan die lullige vijfhonderd? Zit de rest weer thuis op zijn luie kont, net als vroeger, vóórdat ik het voor ze opnam?''

,,Ze praten nog wel veel over u'', probeerde ik te troosten.

,,Jawel, maar wat heb ik daar an? Mijn broer Marten weet ook nog steeds niet van ophouden. Waar was-ie toen ik nog leefde? En neem zo'n kletsmeier als Jozias. Hij heeft me altijd bewonderd, maar dat durfde hij nooit openlijk te zeggen in de VVD. Kruipen voor die schlemiel van een Dijkstal, dat kon hij goed. Nu het niet meer hoeft, prijst hij me de hemel in! Heb je hem net gehoord in Netwerk? Hij jat mijn agenda, en hij geeft dat nog toe ook, maar tegelijk zegt-ie: hef die LPF maar op.''

,,Vol is vol!'' hoorde ik de man met de schelle stem op de achtergrond toeteren.

,,Hou even je gemak, Hans'', zei Fortuyn. ,,Ik heb altijd gezegd dat je voor een deel gelijk hebt, en tegenwoordig zegt bijna heel Nederland dat.''

,,Staat u erop dat de LPF blijft?'' vroeg ik.

,,Ach, meneer, wat doet het er toe? Ik ben weg en ik ben onvervangbaar, dat weet iedereen. Het was jammer dat ik die halve zolen bij de LPF moest aanstellen, maar de betere mensen wilden niet.''

,,Heeft u achteraf het gevoel dat Nederland u in de steek heeft gelaten?''

Er viel een stilte. Toen hij weer sprak, klonk zijn stem zachter, droeviger ook. ,,Natuurlijk heb ik dat. Nederland heeft mij altijd in de steek gelaten. Ik was een ongewenste zoon. Nederland zal mij ook weer zo snel mogelijk vergeten, daar ben ik van overtuigd. Mijn ideeën hebben ze opgepikt, want dat kwam ze goed uit, Nederland heeft nooit écht van vreemdelingen gehouden. Maar mijn persoon het zal ze worst wezen.''

Toen verbrak hij de verbinding en hoorde ik alleen nog maar de eeuwige ruis van de oneindigheid.