Geen schuld, wel straf

Je zult een kind zijn van `foute ouders'. Wie een foto ziet, voorjaar 1945, van een moeder met twee kinderen die op straat te kijk staan achter het bord: `Ik ben een landverrader' begrijpt waarom levensverhalen van deze kinderen vaak in het teken staan van stigmatisering, schaamte, schuldgevoelens en loyaliteitsconflicten.

Anderhalf jaar geleden schreef Bas Kromhout in het Historisch Nieuwsblad na een enqûete onder leden van Herkenning, de vereniging van kinderen van `foute ouders', een artikel over deze groep. Op basis van hetzelfde materiaal, aangevuld met interviews en gegevens uit de vakliteratuur, verscheen nu van zijn hand Fout geboren, een uitstekend geschreven boek vol gruwelverhalen.

Na de geallieerde overwinning zijn de kinderen van collaborateurs van hot naar her gesleept. Soms vluchtten ze al na Dolle Dinsdag met hun ouders naar Duitsland. Anderen raakten na mei 1945 gescheiden van hun ouders, omdat die werden opgesloten. De kinderen werden in tehuizen `heropgevoed', ze kwamen in pleeggezinnen, sommigen zijn zelfs samen met hun ouders in een kamp opgesloten. Haast altijd kwam de haat van de omgeving ook op hun hoofd terecht. `Niet de schuld, wel de straf', heet een van de eerste egodocumenten uit deze kring. Voor na de oorlog geboren kinderen was de oorzaak van die haat soms een raadsel, omdat het verleden thuis werd verzwegen. Veel herenigde gezinnen waren meer verbonden door een vijandige verhouding tot de buitenwereld dan door liefdevolle onderlinge relaties.

Fout geboren is een aangrijpend boek, dat helaas aan kracht verliest in de slotdelen, waar feitelijke wederwaardigheden plaats maken voor verwijt en rancune. Het claimen van smartengeld, excuses en rehabilitatie roept tegenvragen op. Nadat Nederland rond 1970 had kennis gemaakt met het concentratiekampsyndroom, meldden zich al spoedig allerhande `kinderen' met psychische klachten die het gevolg leken te zijn van een ouderlijk oorlogsverleden: de joodse naoorlogse generatie, verzetskinderen en NSB-kinderen; vaak samengevoegd als `tweede generatie'. Die trauma-hausse heeft behalve nuttige inzichten ook een slachtoffercultuur opgeleverd – een verwijtend wijzen naar de buitenwereld dat ook in Fout geboren valt te constateren. Het gebrek aan inzicht in waaróm NSB'ers en SS'ers werden gehaat, is pijnlijk. Maar krijgen we hier niet vooral een beeld van diegenen die al hun levensproblemen toeschrijven aan de oorlog van hun ouders? De organisatie Herkenning vertegenwoordigt een beperkt deel van de honderdduizenden `foute kinderen', van de vragenlijsten kwam maar een deel terug en de non-respons is niet geanalyseerd.

Ook het gebruik van interviews ter reconstructie van dit verleden is gecompliceerd. Voor deze groep kenmerkende psychische klachten zijn nu juist een achterdochtige levenshouding en gevoelens van schaamte en vijandigheid. Men ervaart zichzelf snel als afgewezen en neigt ertoe die afwijzing toe te schrijven aan een veroordeling door de omgeving van de ouderlijke keuze. Dat is precies de toon van veel verhalen in Fout geboren. De buitenwereld lijkt sedert 1945 onveranderlijk vijandig. Realiteit of perceptie? Je zou het willen weten. Maar als de perceptie inderdaad vertekend zou zijn, spreekt dat het bestaan van psychische problemen niet tegen maar wijst het daar juist op.

Bas Kromhout: Fout geboren. Het verhaal van kinderen van foute ouders. Contact, 213 blz. €17,90

    • Jolande Withuis