Eerherstel voor de figuratieve kunst

Het begint met een perspectief van Carel Willink. Naakte steen, rechte lijnen, haarscherp getrokken, genadeloos licht. Er groeit geen gras, niets tenzij het vergunning heeft. Er wapperen vlaggen. Er is geen feestende menigte. Er staat een fris windje, maar niets garandeert je dat die vlaggen niet op een windsterktemeter zijn aangesloten die via een computer de wappersterkte bepaalt en dan via een besturingsmechanisme de vlaggen op de overtuigendste manier laat wapperen. Je voelt de wind in je gezicht. Benieuwd waar die ventilatoren staan. Vervreemding, als in een nieuwbouwwijk van een onbekende stad waar je op zondagochtend verdwaald bent.

In dit geval was het de RAI, het complex van de Rijwiel en Automobiel Industrie in Amsterdam. Daar wordt tot en met zondag 9 mei om 19 uur de KunstRai gehouden. Dat wil zeggen, op een oppervlakte van ongeveer 7.000 vierkante meter laten ongeveer 100 galeries een selectie uit hun handel zien. Hoeveel kunstwerken dat zijn is niet geteld. Tussen de 1.000 en de 2.000 misschien. In ieder geval te veel, dacht ik. Benieuwd naar hoeveel het teveel zou zijn, ging ik erheen.

In kringen van architecten, museumbeheerders wordt al jaren gezocht naar vorm en inrichting van het eigentijdse museum. Het Guggenheim in Bilbao moet je gezien hebben, niet om wat er binnen te zien is, maar voor de buitenkant die ontworpen is door Frank Gehry. Het Centre Pompidou (1977) van Richard Rogers en Renzo Piano blijf ik het onherhaalbare mooiste van allemaal vinden. Eervorige week was ik in het museum van Brooklyn dat na een grote verbouwing juist heropend was. Het oorspronkelijke gebouw met zijn neoklassieke pilaren heeft een nieuwe entree gekregen, een glazen hal waarin je een middelgroot lijnvliegtuig kunt parkeren. Dat is een mooi begin. Veel mensen die van kunst houden hebben aanleg voor claustrofobie. Komen ze een ouderwets museum binnen, dan willen ze – wat er ook voor moois te zien is – na een paar minuten al weten waar de uitgang is. In Brooklyn heb je daar geen last van.

Nu deze KunstRai. Die is onderverdeeld in blokken, gescheiden door, relatief gesproken, brede wandelboulevards. Je flaneert daar langs de deurloze stands van de galeriehouders, loopt hier en daar naar binnen, laat met je handen op je rug wat er aan de muur hangt op je inwerken, wandelt weer verder, enzovoorts, zonder dat je het gevoel van ruimtegebrek of overweldiging krijgt. Op de kruispunten van de boulevards staan tafeltjes, rustpunten waar je met andere liefhebbers in gesprek raakt. Ben je toch moe geworden, dan zijn er een paar café-achtige ruimten, niet afgescheiden maar organisch in het geheel opgenomen. Om goed naar kunst te kunnen kijken, moet je zo weinig mogelijk door wat voor ongemak dan ook worden gehinderd. Dat is door de inrichters van de KunstRai begrepen.

Wat hangt er? Wat staat er? Van alles. Ondoenlijk om er een rechtvaardig overzicht van te geven. Mij deed het plezier dat ik weinig installaties heb gezien van het genre bij elkaar gesmeten objets trouvés. Over negen jaar is het een eeuw geleden dat Marcel Duchamp een fietswiel op een keukenkrukje monteerde. De herdenking van deze onverslijtbare schepping zal met grote plechtigheden gepaard gaan. Ik stel me voor dat in iedere zaal uit een donkere hoek een groot lachen zal komen. Dat is de geest van Duchamp die daarmee zijn werk voltooit.

Is nu de figuratieve kunst `terug'? Liever zeg ik: in een gevorderd proces van eerherstel. Dat is op de KunstRai duidelijk te zien. Wat niet betekent dat abstract op de terugtocht is. Surrealisme in twee en drie dimensies is er ook. Engagement ook. Jammer genoeg niets dat beweegt en daarbij in werking is. Ik noem geen namen, verdiep me niet in richtingen, de verdiensten van afzonderlijke talenten. Dat laat ik graag aan de meer bevoegden over. Het gaat me nu om het geheel. Vergelijk het met het Waterlooplein, dat je ook niet met enige verhevenheid `bezoekt' maar waar je gewoon heengaat, uit nieuwsgierigheid, om een paar uur zonder verplichting goed te besteden, waarvan je iets leert en misschien wel iets tegenkomt dat je in ieder geval wilt hebben.

Zie de KunstRai als een momentopname door een groothoeklens, wars van kieskeurigheid, met alle schakeringen. En zo, in ruimtelijke zin, dacht ik toen ik weer buiten stond, in het bovengenoemde Willink-schilderij, zou je ook een modern museum kunnen inrichten. Blijf bij de tijd, ga zelf kijken.