Een lapje grond bloedt

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, was mijn gedachte bij het lezen van de column van Afshin Ellian `Een lapje grond bloedt' (Opinie & Debat, 1 mei). Uitgerekend Ellian die als apologeet voor Israël optreedt. `Met wie moet Israël dan onderhandelen?', vraagt hij zich af: want roverhoofdman Arafat heeft voor hem afgedaan. De laatste had zich als een Palestijnse Mandela moeten opwerpen, ná de Oslo-akkoorden. In de jaren '50 van de vorige eeuw werd Ellians vraag als mantra van Israëls goede wil veelvuldig opgevoerd. Die mythe werd door Simha Flapan vakkundig doorgeprikt.

Over recht en moraal wil Ellian het hebben. Hij komt tot de opvatting dat Israël qua beide begrippen sterk staat. Indirect dicht hij Israël een beschaafd leger toe, alsof zoiets tegenstrijdigs ten enen male mogelijk is. Waarom ziet Ellian de relevante VN-resoluties over het hoofd? De term `bezette gebieden' in VR-resolutie 242 is hier cruciaal, in samenhang met met de preambule die stelt dat verkrijgen van land door middel van oorlog ongeoorloofd (inadmissable) is. Israëls optreden in bezet gebied is onderworpen aan Internationaal Recht en Vierde Geneefse Conventie. Dus niks 'betwiste gebieden'.

Ik heb nog wel een antwoord op zijn vraag, met wie Israël dán moet onderhandelen: met Marwan Barghouty bijvoorbeeld, die in een Israëlische cel gevangen zit. Maar tot Ellians geruststelling kan ik hem verzekeren dat Israël dat niet zal doen. Israël hecht te zeer aan mythen, om tot reële onderhandelingen over te gaan. Vergeet daarbij niet dat Israëlische onderhandelaars aan vredes-initiatieven (Geneefse Akkoorden, Ayalon-Nuseibeh plan e.d.) al snel in de hoek van landverraders of nestvervuilers worden geplaatst. Kortom, Ellians verhaal hinkt op vele punten. Wonderlijk.