Edele leugens van Rum-Rum en Woof

In New York reageert het theater kritisch op de oorlog in Irak, president Bush en de Amerikaanse wereldvreemdheid. Drie toneelstukken leveren een belangrijke bijdrage aan een zelden gevoerd debat.

Het zal altijd te laat en te weinig blijven. Amerika's huidige machtsuitoefening is zo overdonderend en zo nieuw in zijn wereldhervormende ambities, dat iedere poging er nu al journalistieke, intellectuele of literaire uitdrukking aan te geven tekort moet schieten.

Wat in Irak gebeurt, verschilt dramatisch van de beloofde zegetocht. Alleen de meest geharde voorstanders klimmen nog in de pen met een optimistische lezing van Amerika's democratiseringsmissie in het Midden-Oosten. Ook degenen die de oorlog uitsluitend op humanitaire gronden toejuichten lijken het even niet meer te weten.

De kranten zijn kritischer geworden dan tijdens de aanloop naar de oorlog, maar het nieuws blijft vooruithollen op wat nu geaccepteerde twijfel is. Ted Koppel veroorzaakte een week geleden televisiecommotie door de hele uitzending van zijn dagelijkse achtergrondprogramma Nightline op ABC te wijden aan het voorlezen van de namen van 721 gesneuvelde Amerikaanse militairen.

En nu is het theater begonnen de achterstand in te halen. Een jaar geleden was het een uiting van slechte smaak zo niet gebrek aan vaderlandsliefde: kritisch toneel over de oorlog, de geilheid van de macht, de goedgelovige behulpzaamheid van de pers, de wereldvreemdheid van het Amerikaanse rijk.

Deze week waren in New York drie stukken te zien die precies daarover gaan. Zij oogstten gemengde kritieken, als toneelprestaties. Hun politieke strekking roept hoogstens een opgetrokken wenkbrauw op. Deze voorstellingen vallen opeens in de categorie `milde satire', nu het Pentagon wanhopig probeert de wereld te laten geloven dat het op het lichtnet aansluiten van Iraakse gevangenen een uitzondering was. ,,De daders zullen hun straf niet ontlopen.''

President Bush reed deze week met een campagnebus door staten als Ohio en Michigan, waar de werkloosheid hoog is en veel zonen-in-uniform ontbreken. Hij hield de kiezers voor dat de Democratische presidentskandidaat John Kerry ,,niet geschikt is om het land te leiden''. En zei bij herhaling: ,,Omdat wij ingrepen zijn de martelkamers [van Saddam Hussein] gesloten, omdat wij optraden zijn de verkrachtingscellen dicht'', zonder te verwijzen naar het gebeurde in de Abu Ghraib-gevangenis.

Voor Broadway is het heden meestal te lastig. Het is al heel wat dat het grote toneel in New York met het uit Engeland overgenomen Frozen zich durft te verdiepen in wat een seriemoordenaar met de overlevenden doet. Assassins zoekt musical-diepgang in de psyche van roemzoekers die presidenten willen vermoorden. Verder leunt Broadway vooral op een lijst muzikale tophits, van The Lion King tot Chicago, van Mama Mia tot en met The Producers.

In kleinere toneelzalen in New York hebben verschillende schrijvers wel een stem gevonden om hun verbijstering vorm te geven. Anders dan Amerikaanse humoristen, die nog steeds weinig raad weten met de oorlog. Het rauwste toneelstuk is Embedded, geschreven, geregisseerd en (sinds kort ook) gespeeld door Tim Robbins. De filmacteur Robbins kreeg net een Oscar voor zijn rol als slachtoffer van kindermisbruik in Mystic River van Clint Eastwood. Eerder schreef en regisseerde hij films als Cradle Will Rock en Dead Man Walking.

Schoothonden

Embedded is op het eerste gezicht een snel gemonteerd stuk over hoe het Amerikaanse leger de pers inlijfde. De journalisten die meegingen naar Irak moesten vorig jaar kiezen op eigen houtje de oorlog in te gaan, of `embedded', ingekwartierd bij een eenheid. In ruil voor aanwezigheid en fysieke bescherming moesten hun berichten worden goedgekeurd door de militaire censuur.

Robbins schildert de meeste `ingebedde' oorlogsverslaggevers af als schoothonden van de hen chronisch beledigende pers-kolonel. De enkele correspondent die tevens Irakezen spreekt wordt systematisch tegengewerkt: de totaal kritische Robert Fisk van de Britse krant The Independent kan er model voor hebben gestaan. En ook Judith Miller van The New York Times, die enkele primeurs over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak bracht en later moest inslikken, keert in nauwelijks verhulde gedaante in het stuk terug.

Pakkender zijn de scènes waarin een soort Washingtons Politbureau de oorlogskoorts opvoert. Verscholen achter maskers vergaderen een paar agressief neoconservatieve beleidsmakers zoals Rum-Rum (zou dat minister van Defensie Rumsfeld zijn?), Pearly White (defensie-adviseur Richard Perle), Dick (vice-president Cheney), Woof (onderminister van Defensie Paul Wolfowitz) en Gondola (Condoleezza Rice) over `de oorlog als edelporno' en de noodzaak het domme volk `edele leugens' (`noble lies') te vertellen voor het goede doel. ,,Chalabi is een leugenaar, die kunnen we vertrouwen'', roept er een gretig over de man op wie het Pentagon tot voor kort bouwde.

Robbins, wiens Actors' Gang het stuk vorig najaar in Los Angeles uitbracht, werkt met stereotypen, is hem voor de voeten geworpen. Zijn Irak heet Gomorrah, de hoofdstad heet Babylon. Zijn likkebaardende oorlogshitsers dwepen met Leo Strauss, overleden politiek filosoof aan de Universiteit van Chicago, die vaak wordt aangeduid als de godfather van de neocons die president Bush het ideologische fundament hebben gegeven voor zijn religieus geïnspireerde wereldpolitiek.

Het verwijt dat hij werkt met sjablonen van bordkarton is even juist als doelloos. Robbins schrijft kaal Engels en doet niet aan subtiliteiten. Hij plaatst zich in de traditie van de Duitse expressionisten als George Grosz, Otto Dix, Emil Nolde en Ernst Ludwig Kirchner. Die schilderden hun afkeer van wat zich in de eerste helft van de vorige eeuw ontwikkelde ook zonder visuele mooimakerij. Bertolt Brecht (Dreigroschenoper, Mahagonny) en George Orwell (Animal Farm) schreven uit verschillende tradities bijtend sarcastische toneelstukken en romans die met terugwerkende kracht veel op dat realisme lijken.

Het zou mooi zijn als de schoonheid van de taal de ontroering versterkte over het lot van de armere klasse in Amerika, voor wie het leger de enige weg naar vrijheid is. Het zou meegenomen zijn als Robbins die arme Strauss niet de schuld van alles gaf en iets beter had nagedacht over de blinde wegen van de macht. Maar hij hééft tenminste een stuk geschreven en er volle zalen mee getrokken. Dat is ook democratie. Die moet iedere dag bewezen worden.

Leslokaal

A.R. Gurney bespeelt met zijn Mrs. Farnsworth een fijner register. Zijn toon is beheerster dan die van Robbins en zijn boodschap is opener. Ook hij lijkt af te stevenen op een regulier anti-Bush stuk, maar halverwege wordt de dialoog complexer en daardoor verrassender. De afloop is conclusieloos voor wie het makkelijk wilde houden. Dat is hem in menige recensie verweten, maar Gurney benoemt interessante raakvlakken tussen privacy en politiek, tegen een achtergrond van zorg om Bush.

De handeling is miniem. In een leslokaal van een universiteit in Zuid-Manhattan wordt een werkcollege `creatief schrijven' gegeven. Een oudere studente (levensecht gespeeld door Sigourney Weaver) komt te laat. Zij excuseert zich en vraagt of desondanks haar plan als eerste mag worden besproken. Zij komt uit het Republikeinse tennisgebied in Connecticut, op comfortabele afstand van de grote stad. Te veel gebruik van voornamen breekt de noodzakelijke afstand tussen mensen af, zei haar grootmoeder altijd. Vandaar `Mrs. Farnsworth'.

Haar opzet voor een boek blijkt brisant materiaal te bevatten. Een studente aan het meisjes-college Vassar wordt zwanger gemaakt door een vlotte drinker van de naburige Yale universiteit, die niets wil weten van vaderschap zijn familie stuurt een advocaat met 10.000 dollar voor een abortus plus herinrichtingskosten. Met de pest in haar hart accepteert zij dit. Later, als zij een keurig getrouwde huisvrouw is, ziet zij hem terug op een receptie waar hij geld ophaalt voor zijn herverkiezing in het belangrijke ambt dat hij bekleedt. ,,Het enige wat hij te zeggen had was: `Hi There'.''

Naarmate duidelijker wordt waar dit verhaal over gaat wordt de politiek activistische docent steeds enthousiaster. Opschrijven dat verhaal, is zijn devies. Hij zal haar helpen het ruim vóór de verkiezingen uit te brengen. De eerste schets van de tekst blijkt overigens door meneer F. in de open haard te zijn gegooid op advies van zijn advocaat die waarschuwde dat het boek grote schade zou veroorzaken. Hoewel zij nauwelijks ontkent dat het verhaal autobiografisch is, weigert Mrs. F. toe te geven dat het om George W. Bush gaat.

En dan gaat het perspectief langzaam schuiven. Meneer F. komt zijn vrouw halen; hij vertrouwde haar smoes niet dat zij naar een musical was die zij al had gezien. John Lithgow (bekend van Broadway-rollen en films als The World According to Garp, Terms of Endearment en The Pelican Brief) maakt van deze ouderwetse Republikein veel meer dan een cliché. Zijn motieven blijken meer diepte te hebben dan kon worden aangenomen. Hij is ook politiek minder snel te plaatsen: George W. Bush veracht hij wegens een compleet gebrek aan belangstelling, een miserabel partijtje tennis, een nog slechtere kijk op bridge en ,,een namaak Texaans accent waarmee hij pretendeert niet een van ons te zijn''.

Mrs. F. wordt er door haar medestudenten en haar man van afgebracht haar verhaal om te zetten tot een boek. Het zou alleen voortkomen uit woede, persoonlijke en politieke, en dat vindt zij een slechte basis. Jammer voor haar docent. En, o ja, John Kerry, daar bracht zij nog een heel rugbyweekend mee door op Yale, waarin hij haar `schatje' noemde.

Kantoorliefde

The Internationalist is een piepkleine zaalproductie met een wereldwijd thema: wat begrijpt een Amerikaan van zijn omgeving zodra hij de VS achter zich laat? In dit geval gaat het over Lowell, een Amerikaanse zakenman die na een lange vlucht aankomt in een niet nader omschreven Europees land en gedesoriënteerd raakt door onverwachte kantoorliefde, sterke drank en veel onverstaanbare woorden en rituelen.

De prima klinkende tekst (deels in namaak-Scandinavisch) is van Anne Washburn, lid van een schrijverscollectief dat niet wacht op ontdekking maar zijn eigen stukken produceert. Ook hier goed spel over de hele linie van een stuk dat geen voltooid meesterwerk is, maar met verrassingen en vormen van nationale zelfspot een bijdrage levert aan een in tijden van terrorisme en oorlog zelden gevoerd debat.

De prestatie van dit soort toneelmakers wint aan betekenis nu blijkt dat Disney weigert de jongste film met Bush-kritiek van sarcastisch cineast Michael Moore (Fahrenheit 911) door dochter Miramax te laten distribueren. Vertoning in Amerika is voorlopig van de baan, in Europa gaat de film deze maand op het Filmfestival van Cannes in première.

Hoewel Moore's vorige satirische documentaire Bowling for Columbine een Palm won in datzelfde Cannes en goed geld verdiende, wil Disneybaas Michael Eisner niet het risico lopen de familie Bush te mishagen. Amerika krijgt zijn democratie niet cadeau.

`Embedded' voorlopig tot 22 mei, Public Theater, 425 Lafayette Street, New York, NY 10003.

`Mrs. Farnsworth' t/m deze week; voortzetting elders verwacht. Flea Theatre, 41 White Street, New York, NY 10013.

`The Internationalist', in 45 Below, >45 Bleecker Street, New York, NY 10012.