De nazi's deden er een nul bij

In het collectieve bewustzijn van de gemiddelde babyboomer staat `Dresden' voor de waanzin van de oorlog. Mede gevoed door auteurs als Kurt Vonnegut (Slaughterhouse-Five) en Harry Mulisch (Het stenen bruidsbed) wordt het bombardement zo kort voor het eind van de oorlog, waarbij veel Duitse vluchtelingen omkwamen, gezien als een daad van zinloze wreedheid. Dresden wordt zelfs door velen gezien als oorlogsmisdaad die het geallieerde blazoen heeft bezoedeld.

Hoe komt het dan dat Dresden symbool is geworden van redeloze massavernietiging? In zekere zin, stelt de Britse historicus Frederick Taylor in Dresden, Tuesday 13 February, is de manier waarop Dresden zich heeft vastgezet in de westerse beeldvorming een triomf voor de nazipropaganda. Al op 16 februari bracht het Deutsches Nachrichten Bureau (DNB), het Duitse ANP, naar buiten dat Dresden een stad was zonder oorlogsindustrie. Dresden werd voorgesteld als een vredelievend, cultureel centrum. Geen woord over troepenconcentraties of kazernes. En toen het officiële dodental door de autoriteiten op 20.204 was gesteld, deden de nazi's er een nul bij: 202.040. Een getal dat Dresden naast Nagasaki en Hiroshima heeft geplaatst.

Zeker is dat in Dresden de hel losbarstte. Maar daarin stond Dresden niet alleen. De luchtaanval was weliswaar groots van opzet, schrijft Taylor, maar niet groter dan die op andere Duitse steden. Zo werd tien dagen na Dresden Pforzheim gebombardeerd. Daar vielen 17.600 doden en werd een op de vier inwoners gedood, in Dresden was dat een op de twintig.

Goedkope woningen

Taylor schrijft: `De bommen vielen op goedkope woningen langs nauwe, drukke straten met weinig open plekken', en het resultaat was een vuurstorm. Het vuur was zo hevig, dat een storm opstak. Bomen werden ontworteld en mensen werden de vlammenzee in gezogen. Bovenstaande zin in het besproken boek gaat niet over Dresden, maar over het bombardement van Hamburg in 1943. Toch is het inferno van Hamburg verbleekt naast dat van Dresden.

Veel is gezegd over de verloren pracht van de Dresdener binnenstad, het Florence aan de Elbe. Maar ook in de Beierse stad Würzburg, die een week na Dresden werd verwoest, verbrandden middeleeuwse monumenten. `Uitzonderlijk' aan Dresden was hooguit dat het bombardement door een samenloop van omstandigheden, het weer, de afwezigheid van luchtafweer, gebrekkige schuilmogelijkheden, `goed' was gelukt.

Het DNB loog over de afwezigheid van een oorlogsindustrie, zegt Taylor: `Ofschoon Dresden de bedriegelijke schijn van vrede ophield, werkte de stad harder dan ooit voor de zege van de Führer'. Al was die zege, ruim honderd kilometer van het Russische front, illusoir. Het bombardement van Dresden was, zegt Taylor, dan ook niet irrationeel. Er was een oorlogsindustrie in de stad en er lagen troepen. En uit tactisch oogpunt was het aanvallen van een militair verbindingsknooppunt achter het front alleszins te verdedigen. Toch is Dresden geen apologie. De puinhopen van de stad gloeiden bij wijze van spreken nog na toen de oorlog was afgelopen. De uitgestrekte ruïne die de stad was geworden, opende ons de ogen, aldus Taylor, voor de enorme vernietigingskracht waartoe de mens in staat was. `Mensen keken elkaar aan in schaamtevolle verwondering met de vraag: ,,Hebben we dit echt gedaan?'''

Angst

Dezelfde vraag dringt zich ook op bij lezing van Monte Cassino 1944 van de Engelse historicus Matthew Parker. De verhalen van de soldaten die tijdens de belegering van de beroemde Italiaanse bergvesting tegenover elkaar stonden, 18 tot 25-jarigen, zijn inwisselbaar. Het lezen van willekeurige, korte fragmenten is al voldoende om de misselijk makende angst op te roepen die de combattanten, van beide zijden, voortdurend moeten hebben gevoeld.

De geallieerden wilden met hun invasie van Italië zoveel mogelijk Duitsers weghouden van het oostelijke front. Daar hadden de Duitsers zich na Stalingrad weer militair hernomen en een offensief ingezet. De vrees bestond dat de Sovjets onder de Duitse druk zouden bezwijken. De bedoeling van de geallieerden was zo snel mogelijk op te trekken naar Rome. Maar na de geslaagde landing op Sicilië wisten de terugtrekkende Duitsers de geallieerde opmars ernstig te vertragen en bij Monte Cassino zelfs tot staan te brengen.

Sinds jaar en dag stond het bergstadje in militaire kringen bekend als nagenoeg onneembaar. Het werd dan ook het belangrijkste onderdeel van wat de sterkste Duitse defensieve positie in Europa zou worden: de Gustavlinie. Er volgde een bloedbad dat bijna een half jaar zou voortduren en een van de ergste veldslagen van de Tweede Wereldoorlog zou worden, ten koste van ruim een kwart miljoen doden en gewonden.

De Duitsers in Cassino waren, in tegenstelling tot de meeste geallieerde soldaten, gehard in de strijd en ze zaten in goed verdedigbare stellingen. Wat zij niet hadden was een luchtmacht. Tegen de geallieerde bommenwerpers konden zij weinig uitrichten omdat het meeste luchtafweergeschut de Duitse steden moest verdedigen. De verwoesting van het om zijn cultuurschatten wereldberoemde bergstadje was totaal. Een ooggetuige merkte daarover op: `Cassino zag er uit alsof er een monsterachtige hark doorheen was gegaan en alles daarna nog eens door een reuzenhamer was fijngestampt'.

Frederick Taylor: Dresden, Tuesday 13 february 1945. Bloomsbury, 544 blz. €37,74. Een Nederlandse vertaling verschijnt in oktober bij Het Spectrum.

Matthew Parker: Monte Cassino 1944. Vertaald uit het Engels door Ruud van der Helm. Mets & Schilt, 494 blz. €30,–