De gevallen helden van de 372ste

Gewone Amerikanen, met een normaal leven, die geen trek hadden in Irak. Dat blijkt de achtergrond van de meeste reservisten betrokken het schandaal rond de mishandeling van Iraakse gevangen. De Amerikaanse media spitten verder.

De 372ste was de trots van Cumberland, het stadje in de Amerikaanse staat Maryland waar de meeste leden van de militaire politie-eenheid, betrokken bij het schandaal in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis, vandaan komen. In het lokale gerechtshof en de vestiging van de winkelketen Wal-Mart hadden trotse vrienden en familieleden zelfs foto's opgehangen van hun `helden' in Irak.

Maar sinds de foto's van mishandeling en vernedering van Iraakse gevangenen de wereld rond zijn gegaan, en bekend is geworden dat zeker zes leden van de 372ste eenheid daarbij betrokken zijn geweest, zijn de gevoelens van patriottische trots als sneeuw voor de zon verdwenen.

De zaak is inmiddels zo groot geworden in de Verenigde Staten dat de media als vliegen op de stroop afkomen op het stadje en iedere stap, maar vooral misstap uit het verleden van de aangeklaagde militairen proberen te traceren. Uit al die verhalen komt een beeld naar boven van gewone Amerikanen die het spoor even behoorlijk bijster zijn geweest. Familieleden en vrienden zijn overtuigd van de onschuld van hun dierbaren.

Degenen die Lynndie England kennen bijvoorbeeld, zeggen hun ogen niet te geloven bij het zien van de foto's waar hun vriendin of familielid met een hondenriem in haar hand staat die is vastgemaakt aan de nek van een naakte Iraakse gevangene die op de grond ligt. De moeder van de 21-jarige England, Terrie, zegt tegenover de Amerikaanse krant Baltimore Sun, ,,Het is de hele tijd in het nieuws, maar we horen niks nieuws. Ze laten alsmaar de foto's zien. Hoe vaak moeten we dat nog zien.'' Zij gelooft dat haar dochter door anderen is aangezet om te doen wat ze deed.

Hoewel nog niets is bewezen, suggeren nieuwe feiten over de inmiddels aangeklaagde zes leden van de eenheid een belastender verhaal. Zo blijkt Charles Graner, de man die samen met England lachend poseert achter een piramide van naakte Iraakse gevangenen, een verleden te hebben met geweld. De Amerikaanse krant The New York Times maakt er in een reportage over de eenheid een punt van dat Graner is beschuldigd van gebruik van geweld tegen de vrouw van wie hij inmiddels gescheiden is.

Maar opmerkelijker misschien is dat de 35-jarige reservist in het dagelijks leven gevangenisbewaarder is van een zwaar beveiligde inrichting in Greene in de staat Pennsylvania waar ter dood veroordeelde gedetineerden zitten. Het is die gevangenis die eind jaren negentig media-aandacht kreeg wegens mishandeling van gevangenen. Naar aanleiding van dat schandaal werd de gevangenisdirecteur overgeplaatst, werden twee functionarissen ontslagen en twaalf bewaarders berispt. Maar het is onduidelijk of Graner bij die zaak betrokken is geweest. Zeker is dat hij daar toen al werkzaam was.

Graner komt in een inmiddels onthuld, maar intern militair rapport naar voren als degenen die de verantwoordelijk was voor de mishandeling en misbruik.

Familieleden van England willen geen uitspraken doen over de relatie die hun dochter met Graner zou hebben, maar volgens leden van de 372ste eenheid, tegenover verscheidene Amerikaanse journalisten is die relatie er wel.

Ook over England zelf, die overigens niet is aangeklaagd, wordt steeds meer informatie boven water gehaald. Vrienden noemen haar tegenover The Los Angeles Times ,,sterk en onafhankelijk'', een vrouw die ,,niet bang [is] een vingernagel te breken''. Ze zou voor haar 21ste al getrouwd en gescheiden zijn en zich hebben opgegeven als reservist om haar studie te bekostigen. Volgens vrienden wilde ze meteoroloog worden. Daarvoor gaf ze haar baan in een kippenslachterij op.

De ouders van England hebben gezegd dat hun dochter naar Irak vertrok met de opdracht Iraakse gevangenen te registreren. Dat zou zij daar ook hebben gedaan. Voor het bewaken van gevangenen zou zij niet zijn opgeleid.

De Englands vergelijken de aandacht voor hun dochter met de media-aandacht voor Jessica Lynch. Dat is de in de Amerikaanse media bejubelde soldaat die vorig jaar aan het begin van de oorlog in Irak gewond en al uit Iraakse handen werd bevrijd. Lynch verklaarde achteraf dat haar `heldenrol', voordat ze werd gevangen genomen, zwaar door Washington was overdreven. England zou nu op een soortgelijke, maar negatieve manier worden misbruikt om de fouten van anderen – de militaire inlichtingendienst die haar tot haar daden zou hebben aangezet – buiten de media te houden, aldus haar ouders. ,,Ze was toevallig op die plek toen die foto's werden genomen'', zegt haar moeder tegenover The New York Times.

De Amerikaanse media hebben inmiddels herhaaldelijk melding gemaakt van de ogenschijnlijke chaos en het amateurisme binnen de 372ste eenheid. Daarbij baseren zij zich vooral op het feit dat de eenheid uit reservisten bestaat die niet specifiek zijn opgeleid voor dergelijke taken zoals in Abu Ghraib. In de reportage van The Times wordt de 372ste dan ook beschreven als een eenheid die typisch is voor reservisten in de Verenigde Staten. Mannen en vrouwen die in het dagelijks leven midden in het civiele leven staan en alledaagse beroepen vervullen.

Zo is de commandant van de eenheid, Donald Reese, een ondernemer die gordijnen verkoopt. Een groot aantal militairen is, wanneer zij geen dienstplicht hebben, werkzaam in een van vele gevangenissen in de regio. Het gevangeniswezen behoort tot de belangrijkste werkgever in het gebied. Een van de aangeklaagde militairen vult zakken bij een plaatselijk supermarkt. Weer een ander is automonteur.

De meesten van hen lieten zich opleiden tot reservist omdat ze wat van de wereld wilden zien of geld nodig hadden voor de financiering van een opleiding. Amerikaanse reservisten krijgen wanneer zij zich beschikbaar stellen voor dienst zeventig procent of meer van hun studiekosten vergoed. Geen van allen zouden ze er rekening mee hebben gehouden naar Irak te worden gestuurd, laat staan verwikkeld te raken in een schandaal dat de Amerikaanse regering zo in verlegenheid heeft gebracht.