Batavus viert zijn eeuwfeest

De verkoop van nieuwe fietsen daalt, maar een eeuw na de oprichting groeit Batavus. Grondlegger Andries Gaastra was een visionair, die producten en markten goed wist te combineren. Batavus, nu onderdeel van Accell, wijst het verwijt van de hand als zouden Nederlandse fietsen te duur zouden zijn.

Het gaat goed met Batavus. Dat zeggen ze zelf en dat straalt de Friese fietsenfabriek ook uit. Honderd jaar nadat pionier Andries Gaastra in Heerenveen de grondslag legde, groeit Batavus in een krimpende markt. Vorig jaar werden in Nederland 1,2 miljoen fietsen verkocht, 3 procent minder dan in 2002. Voor het derde achtereenvolgende jaar een daling, maar voor Batavus waren de cijfers positief. Moederbedrijf Accell maakte een kwart meer winst. Alle reden voor een feestje dus, ondanks de boete die de kartelautoriteit NMa onlangs Accell oplegde voor het maken van verboden prijsafspraken.

Grondlegger Andries Gaastra trouwde op 15 september 1904 met Dientje de Haan. En opende nog dezelfde dag een winkel in uurwerken en naaimachines. Het assortiment werd spoedig uitgebreid met fietsen, eerst van het Duitse merk Presto, maar binnen enkele jaren ging Gaastra ze zelf maken onder de merknamen Batavus en Batafus. Iedere koper kreeg er van de zaak een les bij, het was immers de tijd van `het woeste rijden der slagersjongens', een gevaar op de weg. Nadat Gaastra in 1917 het fietsenfabriekje Phoenix had overgenomen, nam de productie van rijwielen een grote omvang. In de loop der tijd volgden overnames van illustere producenten als Bato, Magneet, Fongers en Germaan. Daarnaast ging Batavus in de volgende decennia ook schaatsen, motorcarriers, bromfietsen en ziekenhuisbedden maken.

,,De oude Gaastra was een visionair'', zegt algemeen directeur Rob Beset (41) nu. ,,Hij had een heel goed oog voor de combinatie van producten en markten. Hij zorgde voor een breed productenpakket, waardoor het bedrijf de crisisjaren kon overleven.''

Een Nederlandse primeur was de bromfiets, die in 1936 op de markt kwam. Geen doorslaand succes in die eerste jaren, want de berijder had nog een standaardrijbewijs nodig. Pas na de oorlog nam de brommerproductie een echt hoge vlucht, met de Bilonet en Batavette als uitschieters. Vanaf de jaren zeventig daalde de vraag, en de verplichting een helm te dragen gaf de brommerproductie in 1984 de nekslag.

Mede daardoor waren die jaren tachtig de zwartste periode in de geschiedenis van het bedrijf. De redding kwam van Atag, bekend van fornuizen en verwarming. Vooral die laatste sector was seizoensgevoelig, dus zocht Atag compensatie: een zomerproduct dat met metaal te maken had en waarbij ingewikkelde logistieke processen – een sterk punt van Atag – te pas kwamen. De fietsindustrie lag voor de hand. Nadat Atags fietspoot was uitgebreid met onder andere Koga Miyata en Loekie werd die in 1998 zelfstandig als de Accell Groep.

Inmiddels is Accell in omzet het tweede fietsconcern van Europa en verkoopt het behalve Batavus en Koga Miyata onder andere de merken Sparta, Hercules en Mercier. Ook heeft Accell de licentierechten voor de Benelux en Duitsland van het Zweedse Kronan. De Kronan, afgeleid van een Zweedse legerfiets uit 1939, werd in Nederland bekend door zijn robuuste ontwerp en succesvolle verkoop via internet. Vorig jaar werd het Finse Tunturi, dat behalve in fietsen ook in fitnessapparatuur doet, overgenomen en recent is Juncker, een handelsonderneming in fietsonderdelen en -accessoires, ingelijfd.

Van Accell is in de fabriek uit de jaren vijftig in Heerenveen-Zuid, pal naast ijsstadion Thialf, weinig te merken, van een Batavus-sfeer des te meer. Opvallend zijn de vele supportersuitingen voor voetbalclub SC Heerenveen, momenteel vijfde in de Eredivisie. ,,Heerenveen heeft zo'n zeventig à tachtig stewards bij zijn thuiswedstrijden,'' zegt projectmanager Gert Lesterhuis, ,,en die werken allemaal hier.''

De fietsfabriek van Batavus biedt een intrigerende combinatie van technologie en ambachtelijk handwerk. Montage, stickers plakken en een deel van het lak- en spuitwerk worden nog met de hand gedaan. Maar tien meter verder staat een nieuwe spaakmachine, die spaken automatisch in de naaf `schiet'. En weer een eindje verder is de `lakrobot' in bedrijf, een spuitinstallatie die als de vliegende draken in The Lord of the Rings neerduikt op fietsframes om de moeilijke hoekjes nog even bij te lakken.

In de showroom, waar de hele collectie van 2004 in kekke kleuren staat te glimmen, wijst Lesterhuis op de noodzaak van diversificatie. Bijvoorbeeld omdat de praktijk heeft uitgewezen dat mensen in het noorden van het land over het algemeen groter zijn dan in het zuiden, dus daar moet je met framematen rekening mee houden. Maar ook omdat ,,wat in de Randstad kan, op het platteland lang niet overal kan. En andersom.''

De circa vierhonderd werknemers van Batavus maken per jaar rond 300.000 fietsen. Dat is ruwweg een kwart van de 1,2 miljoen nieuwe fietsen die in 2003 in Nederland werden verkocht. De collectie, die dit jaar tachtig modellen omvat, wordt aan de man gebracht met een uitgekiend marketingsysteem. Centraal daarin staan de dealers, want Batavus gaat er van uit dat 85 procent van de aankoopbeslissingen op de winkelvloer wordt genomen. Luisteren naar die dealers in dealerpanels en ontbijtsessies is een essentieel onderdeel geworden in de marketingstrategie. Per regio zijn er panels met dealers die commentaar leveren op en informatie aandragen voor nieuwe ontwerpen, materialen en technische zaken. De tijd dat vertegenwoordigers alleen bij hen kwamen binnenlopen om de bestellingen op te nemen is voorbij.

Beset: ,,We proberen maatwerk af te leveren voor onze dealers. Uit onderzoeken weten we wat de samenstelling van de bevolking in een bepaalde regio is, wat voor auto's mensen kopen, welke bladen ze lezen, etcetera. Daar spelen wij op in. Ik geloof niet in doelgroepen: als je zó oud bent en dát inkomen hebt, heb je zó'n fiets. Ik geloof wel in gebruiksgroepen. Het hele patroon is de afgelopen decennia sterk veranderd. Kijk maar naar de kledingbranche. Dertig jaar geleden liepen alle mannen van zestig in eenzelfde soort pak. Nu loop je daarin voor gek.''

In de marketing wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van kennis van verkooppieken. In mei en juni ligt de traditionele verkooppiek voor recreatieve fietsen voor de zomermaanden en de vakantie. Beset: ``Ik ben zeventien, achttien jaar geleden bij Batavus begonnen in de buitendienst, in het zuiden van het land. Daar merkte ik dat kinderen die hun eerste communie deden bijna allemaal een fiets kregen. Die communie is in april, dus moet je in maart je fietsen aanbieden. Toen ik vier jaar geleden commercieel directeur werd, heb ik laten uitzoeken of dat nog steeds zo was. En jawel, dat is nóg zo. Zo ook schoolfietsen. Vroeger boden we die aan in augustus, want dan begint het nieuwe schooljaar. Maar dat is te laat. Want die kinderen sluiten bijna allemaal het vorige schooljaar af met hun laatste schoolkamp en dan moet je bagage meenemen. En dat kan niet op een kinderfiets. Dus moet je schoolfietsen aanbieden vóór het einde van het schooljaar.''

Directeur Beset is vooral trots op het predikaat `Leverancier van het Jaar' dat Batavus vorig jaar kreeg na een onderzoek van het RODI (Relatie-onderzoek dealer-importeur). Daarin waren alle fietsleveranciers in Nederland betrokken en steeg het bedrijf van de derde naar de eerste plaats, met een rapportcijfer van 7,4.

Rob Beset kijkt als fietsfanaat met genoegen terug op de tijd dat hij actief wielrenner was. ,,Ik was een type-Jan Raas, ik kon goed sprinten, maar kwam geen heuvel over. Ik was wél goed in het tactische spel.'' Na drie maanden als gastrenner bij een profploeg gaf hij er de brui aan. ,,Ik vond er niks aan, altijd maar spaghetti en sla.''

Batavus speelt al sinds de jaren zestig een rol in de wielrennerij. Het bedrijf had vroeger een geduchte amateurploeg en fungeerde als co-sponsor van de Televizier-Batavusploeg. Tegenwoordig is Batavus co-sponsor van de BankGiroLoterijploeg, maar deze sponsor haakt dit jaar af. Beset: ,,We vinden het wel belangrijk om in het wielrennen vertegenwoordigd te zijn, dus we willen wel doorgaan als co-sponsor. Maar nu wachten we even af.''

Dissonant in het verjaardagsfeestje dat het hele jaar duurt is de boete die de kartelpolitie NMa (Nederlandse Mededingingsautoriteit) vorige week de fietsbranche oplegde. De fabrikanten Gazelle, Accell en Giant moeten forse boetes betalen omdat de NMa hen verdenkt van het maken van – verboden – onderlinge prijsafspraken. Accell kreeg een boete van 12,8 miljoen euro. De NMa beschuldigt de drie fabrikanten, die samen 70 à 80 procent van de Nederlandse fietsenmarkt in handen hebben, ervan dat ze de consumentenadviesprijzen in het seizoen 2001 in onderling overleg hebben verhoogd.

De fietsbranche is verontwaardigd over deze beschuldiging en gaat in hoger beroep. Accell liet onmiddellijk weten het volstrekt oneens te zijn met de boete en tekende bezwaar aan: de beschuldiging van de NMa is ongegrond, er zijn simpelweg geen afspraken gemaakt. Ook noemde Accell het ,,belachelijk'' dat het onderzoek vier jaar in beslag genomen heeft.

Is een fiets in Nederland te duur? ,,Nee'', zegt Beset. ,,Als je dat stelt, vergelijk je appels met peren. Dan worden bijvoorbeeld de arbeidskosten niet meegerekend. Het is logisch dat een in China gemaakte fiets goedkoper is, want die mensen verdienen daar bijna niks. Vergelijk het maar met prijzen van auto's. Die zijn de afgelopen jaren 10 procent of meer duurder geworden, fietsen maar 3 tot 5 procent. Fietsen zijn kostbaar, ja, maar ze zijn niet duur.'' Dat er goedkopere fietsen worden verkocht via internet, warenhuizen en postorderbedrijven, vindt Beset niet verkeerd, ,,maar je doet wel concessies aan de veiligheid .''

Bij het honderdjarig bestaan staat Batavus er goed voor, zegt directeur Beset. Begin vorige eeuw waren er honderden fietsfabrieken, daar zijn er nog maar een paar van over. Batavus hoopt dit jaar zijn tienmiljoenste fiets van de band te laten rollen. Bij het grote feest in september zal Thialf op zijn kop staan.

    • Hans van Laarhoven