Posten huisartsen slecht bereikbaar

De organisatie van veel huisartsenposten, waar patiënten buiten de normale kantooruren terecht kunnen met spoedeisende klachten, laat te wensen over.

Dit blijkt uit een onderzoek dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft gedaan naar het functioneren van de 105 huisartsenposten die Nederland telt. Volgens de inspectie zijn de bevoegdheden vaak niet goed geregeld. Ook de supervisie op de doktersassistent of de verpleegkundige die telefonisch voor de eerste schifting van de klachten zorgt blijkt niet overal adequaat te zijn. Bovendien is de spreiding van de huisartsenposten over het land onevenwichtig. Daardoor is eenderde van de bevolking 's avonds, 's nachts of in het weekeinde langer dan een kwartier naar zo'n post onderweg. Verder laat de telefonische bereikbaarheid van de huisartsenposten te wensen over.

De posten leveren 90 procent van de bevolking huisartsenhulp buiten de normale kantooruren. De resterende 10 procent krijgt die hulp nog van de traditionele huisartsengroepen waarin de samenwerkende huisartsen zelf met grote regelmaat de diensten voor hun rekening nemen.

Binnen de posten werken huisartsen samen met doktersassistenten en verpleegkundigen, voor het rijden van visites kunnen ze beschikken over daartoe opgeleide chauffeurs. De posten kwamen in de jaren '90 van de grond als reactie op klachten over de toegenomen werkdruk bij de huisartsen.

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) erkent, in reactie op het rapport van de inspectie, dat de bereikbaarheid van de huisartsenposten moet worden verbeterd. Hij gaat daarover praten met de betrokken partijen.

Volgens de Inspectie leiden de posten tot een professionelere organisatie van de huisartsenzorg. Maar door de snelle groei treden er wel `kinderziektes' op die op afzienbare termijn moeten worden verholpen, constateert de Inspectie.

[Vervolg HUISARTSEN: pagina 2]

HUISARTSEN

Arts pas laat aan de lijn

[vervolg van pagina 1]

Zo hebben veel posten de organisatie niet op orde. De bevoegd- en verantwoordelijkheden blijken vaak niet vastgelegd. Dit geldt vooral voor de supervisie op de doktersassistent of verpleegkundige die in de meeste posten de eerste schifting doet van de patiënten die zich telefonisch melden. Volgens de Inspectie moet bij spoedeisende klachten altijd worden doorverwezen naar een daarvoor aangewezen huisarts. Ook moet er meer aandacht worden besteed aan de goede begeleiding van de artsen die (nog) geen huisarts zijn.

Volgens de Inspectie is de geografische spreiding van de posten onder de maat. Die is in belangrijke mate door (historisch) toeval bepaald. Met name in de landelijke gebieden zijn de posten te veel gespreid waardoor patiënten te lang moeten reizen om er te komen (en anderzijds de arts bij een visite langer dan de normtijd van 15 minuten onderweg is). Zo'n 5,3 miljoen mensen doen er langer dan een kwartier over om een post te bereiken, 340.000 mensen zitten daarvoor langer dan een half uur in de auto. Wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van de eerstehulpposten in de ziekenhuizen, dan zijn die cijfers ruim 2 miljoen en 190.000.

Kritisch is de Inpectie ook over de telefonische bereikbaarheid van de posten. Bij meer dan de helft is die `onvoldoende' waardoor bellers te lang moeten wachten of te vaak naar een ander nummer worden verwezen. De posten hebben daar zelf vaak te zicht op. De Inspectie vindt dat bellers binnen maximaal twee minuten contact moeten krijgen en overigens ook maar een keer naar een ander nummer mogen worden verwezen.