LPF steunt nu soms de oude aartsvijand

Twee jaar na de dood van Pim Fortuyn lijkt de LPF een partij als alle andere. Maar de partij werkt aan een eigen gedachtegoed. En de leider kan een bekende Nederlander zijn.

De volgelingen van Pim Fortuyn zijn alweer een paar maanden ,,onder de kaasstolp vandaan''. Althans, zo spreekt LPF-fractielid Joost Eerdmans over het nieuwe onderkomen van de LPF in het pas geopende bijgebouw van de Tweede Kamer, aan de overkant van het Plein. Er is daar een Pim Fortuyn-vergaderzaaltje, mét achterkamertje, ooit bedoeld voor de hoeden. Er zijn nieuwe werkkamers voor de acht overgebleven fractieleden van de LPF en hun staf. De partij van Fortuyn is helemaal genesteld in Den Haag.

Toch moet men de nieuwe locatie van de LPF-burelen zien als ,,een symbolische afstand tot de gevestigde orde'', meent Eerdmans. Het dagelijkse wandelingetje naar het Binnenhof is cruciaal. Want opereren ,,als buitenstaander in de politiek'', net als Fortuyn, dat is ,,het bestaansrecht van de LPF''. Eerdmans ziet dat, misschien wel het meest van de acht Kamerleden namens de LPF, ook als een persoonlijke opdracht. ,,De mensen voelen zich niet vertolkt. Ik wil dat wel doen. Al moet ik daarvoor de spelregels doorbreken.'' Hij overweegt zich kandidaat te stellen om de LPF te leiden bij de volgende Kamerverkiezingen al is het hem afgeraden dat nu al te zeggen. Maar, zegt Eerdmans: ,,Ik ben ambitieus. En ik hoop dat er dan nog tien andere kandidaat-lijsttrekkers zullen zijn.''

Formuleren wat de tastbare politieke erfenis is van Fortuyn, dat is de dagelijkse opdracht van de LPF sinds de moord op de politicus vlak voor de verkiezingen, vandaag precies twee jaar geleden. Volgens sommigen is dat vergeefse moeite. De betekenis van Fortuyn lag in zijn agenderende kracht, zoals de kritiek op de ,,toenmalige gemakzuchtige interpretatie van de multiculturele samenleving'', zegt bijvoorbeeld Roel in 't Veld, voorzitter van de raad van toezicht van de Pim Fortuyn Foundation, die de nalatenschap van zijn vriend Fortuyn in stand wil houden. Die agenderende rol heeft de LPF niet overgenomen. ,,Na hem is er nooit meer iets geagendeerd door de LPF.'' De invloed van Fortuyn is volgens In 't Veld groter op de andere partijen, die nog verkeren ,,in een vorm van posttraumatische stress'' en nog steeds bezig zijn ,,met een tegenbeweging tegen Fortuyn.'' Maar de LPF zelf is een partij geworden net als de rest.

Die idee is precies wat de LPF wil bestrijden. De kern van het fortuynisme, dat is niet het optreden van een charismatische outsider, denkt de socioloog Bert Snel, sinds kort directeur van het Wetenschappelijk Bureau van de LPF. ,,Het ideeëngoed is belangrijker.'' Snel werkt aan een beginselprogramma waarin hij betoogt dat het fortuynisme een vierde politieke hoofdstroom is, naast christen-democratie, liberalisme en socialisme. De kern daarvan is, zegt Snel, dat het fortuynisme ,,uitgaat van de problemen van de mensen, niet van een groot ideologisch patroon.'' Zo is het aanpakken van het `bureaucratisme' een ideologisch-fortuynistisch thema.

Eigenlijk is er al een beginselprogramma. In het jaarverslag over 2003 dat de fractie in maart uitbracht staat een lijst van negen punten, ,,de kernnormen en -waarden van een herbergzame samenleving volgens Pim Fortuyn''. Daartoe behoren uitgangspunten als vrijheid van meningsuiting, vrijemarkteconomie, parlementaire democratie, `niemand staat boven de wet', naleven van de rechten van de mens en internationale verdragen, volledige scheiding van kerk en staat. Dat zijn de ,,hoofdpunten van de moderniteit'', waaraan de LPF ,,al zijn politieke standpunten afmeet'', zegt Mat Herben.

Maar hoe onderscheidend is de LPF daarmee in Den Haag? In de Kamer steunt de LPF vaak het kabinet, en veelal ook nog ongemerkt, omdat D66 loyaal genoeg is aan de coalitie om de LPF geen strategische sleutelpositie te geven. De LPF steunt ook geregeld de oppositie van voormalig aartsvijand PvdA. Zo zat LPF'er Van As vorige maand naast PvdA-leider Bos en FNV-voorzitter De Waal om een sociaal plan voor de prepensioenen te presenteren. Van As nu: ,,De LPF is geen rechtse partij, wij hebben ook een sociaal gezicht.''

Bij de LPF wordt met argusogen gekeken naar het `fortuynisme' bij ándere partijen. ,,De ratten zijn uit het riool gekomen,'' zegt Van As. ,,Iedereen praat Fortuyn nu na.'' Maar de LPF is daarom niet overbodig geworden. ,,Wij zijn nog steeds leading, wij setten de trend.'' PvdA-leider Bos wordt door LPF'ers bewonderd. ,,Die heeft het echt gelezen, dat kun je zien'', zegt Herben. ,,In het nieuwe PvdA-beginselprogrammma heeft hij het over kernwaarden van de moderniteit. Dat is Fortuyn.'' Eerdmans wijst Bos lovend aan als ,,volksmenner, net als Fortuyn.'' Hij wordt bij de LPF meer gewaardeerd dan VVD-fractieleider Van Aartsen, die nog steeds erg paars wordt gevonden. Hirsi Ali krijgt meer instemming voor wat ze zegt. ,,Maar bij het stemmen in de Kamer geeft ze niet thuis'', zegt Herben.

Het liefst zouden de LPF'ers zelf het debat leiden op thema's die zij als de hunne beschouwen, zoals segregatie in het onderwijs, immigratie, verplichte integratie, het tegengaan van de opkomst van de islam. Maar de LPF-woordvoerders Margot Kraneveldt, João Varela en Hilbrand Nawijn onderscheiden zich op deze terreinen niet als scherpe debaters. Dat is niet toevallig, zo blijkt uit hun bijdrages aan het jaarverslag. Voormalig fractiemedewerker Kraneveldt zag haar eerste jaar als Kamerlid als ,,opbouwjaar'' om zich te richten op een ,,inhoudelijke aanpak'' van haar onderwijsportefeuille. De omgang met de media vond ze ,,moeizaam''. Volgens Varela vergeet de ,,buitenwacht'' nog al eens dat de LPF ,,voor een groot gedeelte achter de plannen van het kabinet staat''. De LPF mag ,,best rebels'' zijn, vindt hij, ,,maar er is wel een gulden middenweg.''

Volgens Joost Eerdmans worden over de stijl van politiek optreden binnen de LPF-fractie ,,heftige debatten'' gevoerd. ,,Ik ben anders, agressiever. Ik vind dat je zichtbaar moet zijn.'' De LPF moet volgens Eerdmans taboes doorbreken. Zo stoort hij zich aan het ,,taboe op nationale trots''. Hij zou graag een grote nationale vlag in het parlement ophangen, net als in de VS. ,,Maar dat kan hier niet.'' Hij levert verder graag rechtstreeks kritiek op falende ambtenaren, hoewel de regel is dat Kamerleden daarop de minister aanspreken. Maar Eerdmans maakt politieke discussies graag persoonlijk, zegt hij. ,,Ik geloof in een personendemocratie. Men moet mensen af kunnen rekenen.'' Nu is de parlementaire democratie in zijn ogen vaak een kwestie van ,,vriendjespolitiek''. Functionarissen worden beschermd en later aan nieuwe baantjes geholpen. Is hij een populist? ,,Noem het maar zo. Als ze zeggen dat ik bij de onderbuikpartij van Nederland zit, so be it. Ik heb daar geen last van.'' Eerdmans bekritiseert ook graag vonnissen van rechters als ze in zijn ogen te mild zijn ook not done voor een Kamerlid. ,,De rechter moet van het volk zijn'', vindt hij.

De stijl van Eerdmans is binnen de LPF niet onomstreden. Partijleider Herben pakt het luchtiger aan. Hij valt in de Kamer op met af en toe een grap, zoals een verschijning met clownsneus. Zijn handelsmerk is het goochelen met spreekwoorden en gezegdes. Volgens Herben heeft de LPF nu ,,geen aansprekende leider nodig''. Andere partijen wel, maar ,,die willen daarmee maskeren dat zij inhoudelijk de zaak niet op orde hebben. En dat hebben wij wel.'' Het allerbelangrijkste voor de LPF is, meent Herben, dat de partij na haar verleden van ruzie nu ,,betrouwbaar overkomt.'' En daar zorgt hij als politiek leider voor, zolang de partij hem wil.

Herben denkt niet meteen aan Eerdmans als zijn opvolger. ,,Hij komt nu vaak in beeld omdat veiligheid zijn thema is. Maar dat is over twee jaar geen thema meer''. Herben gaat volgend jaar ,,met bekende Nederlanders'' bespreken of zij lijsttrekker willen worden. De kandidaten moeten ,,liefst een roestvrijstalen reputatie'' hebben, maar ,,ik denk niet alleen aan Peter R. de Vries'' de misdaadverslaggever die heeft gezegd mogelijk de politiek in te gaan. Besprekingen met een nieuwe leider zijn nog niet gaande, onderstreept Herben. En hij coacht ook `eigen' Kamerleden om op meer terreinen thuis te raken, zoals Max Hermans. ,,Maar een kroonprins uitroepen, dat is het stomste wat je in de politiek kan doen.''