Feodale macho en megalomaan: een echte ster

,,De meest irrationele man die ik ooit heb ontmoet – een model-megalomaan'', zo noemde onlangs een westerse diplomaat in Tbilisi Aslan Abasjidze, de vannacht naar Rusland gevluchte dictator van Adzjarië, de autonome republiek in het zuidwesten van Georgië. Michail Saakasjvili, de Georgische president die hem vannacht verdreef, was nog beduidend onvriendelijker: ,,een mini-Saddam Hussein''.

Aslan Abasjidze (65) is een kleine man met een groot charisma, een charmeur die met dure geschenken en een fluwelen tong mensen voor zich innam en belangrijke vrienden maakte – westerse investeerders die miljoenen staken in de oliehaven Batoemi bijvoorbeeld, en de Moskouse burgemeester Loezjkov, en de Wit-Russische president Loekasjenko. Zijn aanhangers noemden hem liefkozend Babu, Opa. Ruim tien jaar lang regeerde hij zijn welvarende regio aan de grens met Turkije. In sommige opzichten helemaal niet slecht: dankzij die invloedrijke vrienden bloeide Batoemi. Abasjidze hield Adzjarië buiten drie oorlogen, de burgeroorlog die Zviad Gamsachoerdia zijn baan kostte, en de afscheidingsoorlogen van Abchazië en Zuid-Ossetië. Adjzarië bleef rustig, het bloeide dankzij de handel en smokkel op Turkije en de olie-overslag in Batoemi, de lonen en pensioenen werden er daadwerkelijk uitbetaald, de criminaliteit was er laag, hier geen stroomonderbrekingen, als in Georgië.

Aslan Abasjidze was ook een potentaat, een dictator, een feodale heerser die zijn land als zijn eigendom beschouwde. Telg uit een oud geslacht: sinds 1463 waren het Abasjidzes die, getolereerd door de Turken en (vanaf 1878) de Russen, Adzjarië beheersten. Het was toen autonoom, en het bleef autonoom. Zijn grootvader was parlementsvoorzitter van Adzjarië toen Georgië in 1918 (even) onafhankelijk werd en bemiddelde later tussen Lenin en Turkije's stichter Atatürk over de grenzen. Stalin liet die grootvader in 1937 executeren. Aslan werd in Sovjet-tijden schooldirecteur, gemeenteraadslid in Batoemi en gouverneur van de regio, na Georgië's onafhankelijkheid in 1991 diende hij als minister van Gemeenschapszaken in Tbilisi alvorens zich nog datzelfde jaar in Batoemi terug te trekken als heerser van `zijn' Adzjarië.

Hij regeerde met ijzeren hand. Verkiezingen won hij met Sovjet-percentages: minder dan 95 procent is het nooit geweest. Opposanten werden verdreven of opgesloten. Uiteindelijk maakten in Adzjarië maar twee families de dienst uit: de clan van de Abasjidzes en de clan van de Gogitidzes, die van Abasjidzes vrouw. Zijn zoon was 24 toen hij burgemeester van Batoemi werd. De geheime dienst wordt geleid door Abasjidze's zwager, een Gogitidze. De minister van Binnenlandse Zaken (en politiechef) is ook een Gogitidze. Familieleden van het echtpaar bezetten de sleutelposten. Aslan Abasjidze – een Kaukasische macho. Een megalomaan: zelfs een ster (in het sterrenbeeld Boogschutter) is naar hem genoemd. De clanleider zelf houdt van luxe – van zijn villa's, zijn Mercedes, zijn luxe jacht, zelf ontworpen (net zoals hij de vlag en het wapen van Adzjarië ontwierp), zijn dure wijnen.

Van afdracht van belastingen aan het centrale gezag in Georgië moest Abasjidze niets hebben. Ruim tien jaar lang tartte hij de Georgische leider Edoeard Sjevardnadze, gebruikmakend van de steun van Rusland – dat bij Batoemi een militaire basis heeft die profiteert van de smokkel op Turkije en dat Adzjarië en zijn eigengereide leider daarnaast graag gebruikte om Georgië onder druk te zetten en zijn invloed op de Kaukasus te behouden. Tien jaar lang verzette hij zich dankzij die Russische steun met succes tegen Sjevardnadze en diens pogingen hem tot de orde te roepen. En toen Sjevardnadze in november vorig jaar door het razendsnel groeiende verzet onder leiding van Michail Saakasjvili in de problemen kwam, bood Abasjidze hem op de valreep zelfs nog even een bondgenootschap aan: van de jonge Saakasjvili moest Abasjidze absoluut niets hebben – die immers had `de eenheid van Georgië' tot belangrijkste prioriteit verheven. Abasjidze had reden zich bedreigd te voelen.

Het aanbod aan Sjevardnadze kwam te laat, en tot woede van Abasjidze trad de president af. ,,Geen Rozenrevolutie, maar een coup'', zo oordeelde Abasjidze. Hij besloot de door Saakasjvili uitgeschreven presidentsverkiezingen op zijn Adzjarische grondgebied te boycotten. Daarmee was een confrontatie onvermijdelijk. In maart ontzegde hij de interim-president zelfs de toegang tot Adzjarië. Hij raakte snel in de problemen toen Saakasjvili een boycot van Adzjarië op touw zette, maar dankzij Russische bemiddeling – vriend Loezjkov kwam uit Moskou over – overleefde hij die crisis nog.

Het was de laatste crisis die Aslan Abasjidze overleefde: uiteindelijk lieten gisteren zijn eigen mensen hun Babu in de steek en kon ook Moskou hem niet meer redden. De ster is gevallen.

    • Peter Michielsen