Drie moeders en de dood

Claude Miller heeft een feilloos reukorgaan voor buitengewone verhalen waarin eenduidigheid geen deugd is.

Keer op keer weet zijn classicistische cinema – bevolkt door complexe personages met geheimen en diepe wonden, en doorgaans gestructureerd als meerlagige tragedie – te verbazen, te beroeren. Onvergetelijk zijn Garde à vue (1981), La classe de neige (1998), l'Accompagnatrice (1992) en het noir-meesterwerk Mortelle randonnée (1983), waarin oude en jonge acteurs vlammen op een oorspronkelijke partituur van respectievelijk thriller, roman, novelle en psychologische thriller. Voor Betty Fisher et autres histoires `verfranste' Claude Miller Tree of hands van misdaadauteur Ruth Rendell op superieure wijze: tussen de ingenieuze Rendell-plotradertjes ontvouwen zich Milleriaanse drama's zonder dat storend geknars te horen valt. Vanzelfsprekend natuurlijk gaat de toeschouwer mee in het draaikolkverhaal van successchrijfster Betty (Sandrine Kiberlain), die tijdens een bezoek van haar inrichting-rijpe moeder Margot (Nicole Garcia) bij een tragisch ongeval haar zoontje verliest. Margot ontvoert dan een jongetje uit een gettobuurt en biedt hem als substituut aan haar ontroostbare dochter aan. De mank lopende moeder van het vermiste knaapje (Matilde Seigner) lijkt niet bijster aangedaan en voornamelijk geïnteresseerd in snel geld en foute kerels. Wat volgt, is een verontrustende ketting van aan deze ontvoering gerelateerde verhalen. Steeds worden verrassend situaties omgekeerd en duistere feiten over personages prijsgegeven. Indrukwekkend is de waarachtigheid van de personages – Garcia speelt op het scherp van de snede een uiterst kille Eucalypta, Seigner is een naargeestige opportuniste met losse handjes en Kiberlain een ontredderde vechtster met meer littekens dan alleen dat ene op haar rechterhand. De andere verhalen in Betty Fisher leggen verdere schaduwzijden van de homo sapiens in het licht, met dat van sjacheraar Alex (Edouard Baer in een meesterlijke bijrol) als schoolvoorbeeld van levensprutswerk. Kleine filmgrapjes (referenties naar Rendell en de tv-reeks Belphégor) verraden even Millers ouderwetse cinefiele lichtheid. En het ontvoerde jongetje? Dat blijkt onder de blauwe plekken te zitten en tv-verslaafd te zijn, maar het best met z'n nieuwe speelgoedolifant te kunnen vinden. Er is nog hoop.

Betty Fisher et autres histoires (Claude Miller, Frankrijk/Canada, 2001), TV5, 22.25-0.05u.