Cox' europarlement bijt nooit

Voorzitter Pat Cox van het Europees Parlement wilde bij zijn aantreden, vijf jaar geleden, meer politiek debat. Dat streven is maar ten dele geslaagd.

Scheidend voorzitter Pat Cox van het Europees Parlement toonde zich gisteren op de laatste zittingsdag van dat parlement een tevreden mens vol met complimenten voor zijn medeleden. ,,U heeft laten zien dat een Europees Parlement dat verantwoordelijkheid krijgt, zich ook verantwoordelijk gedraagt', aldus de liberale Ier die de balans opmaakte van de vijfde zittingsperiode van het rechtstreeks gekozen euroarlement die deze week in Straatsburg werd afgesloten. Tussen 10 en 13 juni kunnen ruim 330 miljoen kiezers uit 25 Europese landen naar de stembus.

De boodschap die Cox gisteren afgaf was duidelijk: het Europees Parlement heeft wel degelijk wat te betekenen, waarmee hij direct de kern van het probleem aangaf. Het feit dat 25 jaar na de eerste directe verkiezingen van het Europees Parlement de voorzitter nog altijd moet verklaren dat dit instituut een belangrijke rol speelt, is veelzeggend genoeg. Want zijn parlementen in volwaardige democratieën niet per definitie het belangrijkste orgaan binnen de staatkundige structuur?

Maar de duizenden kandidaten die de komende tijd op campagne gaan zullen juist op dát punt wat uit te leggen hebben. Het nut van de werkzaamheden van het parlement wordt nog altijd door grote delen van het electoraat betwijfeld, wat zich uit in de dramatisch slechte opkomstcijfers. Het parlement zit dan ook met twee manco's: de bevoegdheden zijn beperkt, terwijl de onderwerpen waar de Europese volksvertegenwoordigers wél hun stempel op kunnen drukken veelal technisch van aard zijn en daarmee al snel buiten de interessesfeer van de gemiddelde kiezer vallen.

Binnen deze niet onaanzienlijke beperkingen heeft het parlement de nu afgesloten zittingsperiode toch van zich doen spreken. Als medewetgever werd een record aantal zaken afgehandeld en niet te vergeten: uitonderhandeld. Zoals Cox gisteren zei: ,,Het parlement heeft zich een volwaardige en betrouwbare partner getoond voor de Europese Commissie en de Raad [van Ministers, red.] en wist daarbij telkens het primaat van de politiek te benadrukken.'

De cijfers die Cox gisteren presenteerde laten zien dat het parlement in de gevallen waarin het geconsulteerd moest worden, zich niet heeft gedragen als louter een stempelmachine, maar diverse Europese regels op onderdelen heeft weten aan te passen. Twee voorstellen werden zelfs door toedoen van het parlement geblokkeerd: de overnamerichtlijn voor Europese bedrijven en een richtlijn voor Europese havens. Het zal de meeste burgers ongetwijfeld volledig zijn ontgaan, maar voor de direct betrokkenen waren de interventies van het parlement van belang. Niet voor niets duiken ook steeds meer lobbyisten in de wandelgangen op.

Maar dat neemt allemaal niet weg dat het europarlement in het echte Europese machtsspel nog altijd een ondergeschikte rol speelt. Toen Pat Cox tweeëneenhalf jaar geleden als voorzitter werd verkozen was hij vastbesloten er een meer politiek georiënteerd instituut van te maken. Voor die opdracht had hij de omstandigheden mee. Cox was de eerste voorzitter die zijn verkiezing niet dankte aan een achterkamertjes-afspraak tussen sociaal- en christen-democraten, de twee dominante machtsblokken in het parlement. Er ging een echte verkiezing aan vooraf waarbij hij pas na drie rondes en een spontane combine van christen-democraten en liberalen een meerderheid kreeg.

Achteraf kan worden gesteld dat Cox' voornemen het parlement meer te politiseren maar zeer gedeeltelijk is geslaagd. De sociaal- en christen-democraten met hun stevige lijntjes naar nationale regeringen zijn nog steeds niet te beroerd om in het parlement als zetbaas voor hun partijgenoten te opereren in plaats van het Europese geluid te vertolken. Zo nu en dan werd er wel eens geblaft, maar echt gebeten is er nooit.

Het vorige parlement kon nog op zijn conduitestaat schrijven dat het de Europese Commissie – het dagelijks bestuur van de Unie – vanwege incompetentie naar huis had gestuurd. De afgelopen vijf jaar is het bij dreigen gebleven, zoals ten tijde van de Eurostat-affaire, waarin sprake was van onrechtmatige handelingen van het statistisch bureau van de Europese Unie. De kwestie vormde voor veel parlementariërs een bewijs voor hun vermoeden dat de Commissie de zaken nog altijd niet op orde had.

Het probleem voor de europarlementariërs is dat grote delen van het publiek juist hetzelfde denken over het parlement. Ook de afgelopen vijf jaar overheerste het negatieve imago van een geldverslindend en rondreizend circus dat vooral ook goed voor zichzelf weet te zorgen. Vanuit het parlement wordt bij het horen van die kritiek direct gewezen naar de nationale regeringen die een doorzichtiger salaris- en onkostenregeling begin dit jaar hebben geblokkeerd.

Op zich is dit waar. Maar een parlement dat anno 2003 nog een taxivergoedingsregeling van 25 euro per week invoert – ondanks het feit dat de leden al aanspraak kunnen maken op een algemene onkostenvergoeding van 262 euro per dag en de dienststauto's van het parlement kunnen gebruiken – roept het probleem natuurlijk wel over zichzelf af.

Gerectificeerd

Pat Cox

In de intro bij het artikel Cox' europarlement bijt nooit (donderdag 5 mei, pagina 6) staat dat voorzitter Pat Cox van het Europees Parlement vijf jaar geleden aantrad. Hij werd in januari 2002 tot voorzitter gekozen, zoals correct in het artikel is vermeld.