CIDI verzoekt weigeren van moslimleider

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) heeft de regering opgeroepen de toegang te weigeren aan Qazi Hussein Ahmed, leider van de grootste fundamentalistische moslimpartij in Pakistan.

De leider van Jamaat-e-Islami is in Nederland uitgenodigd door de Arabisch Europese Liga (AEL) voor een lezing op 21 mei op de Haagse Hogeschool. In een brief aan minister van Binnenlandse Zaken, Remkes, schrijft CIDI-directeur Naftaniel dat het bezoek van Hussein Ahmed ,,een gevaar voor de staatsveiligheid van en de openbare orde in ons land'' inhoudt. Het CIDI verwijst daarbij naar de banden tussen Jamaat-e-Islami en de Talibaan en het terreurnetwerk Al-Qaeda. De partij is ,,een fundamentalistische moslimorganisatie die de gewapende jihad propageert'', aldus Naftaniel.

Het CIDI heeft ook een brief geschreven aan de hogeschool in Den Haag met het verzoek de bijeenkomst te schrappen. Naftaniel zei vanochtend niet te begrijpen waarom deze onderwijsinstelling gelegenheid biedt voor een dergelijke lezing. Vorig jaar maart sprak de voorman van de Arabisch Europese Liga, Dyab Abou Jahjah, ruim 700 studenten van de Haagse Hogeschool toe.

Net als aanvankelijk de Pakistaanse regering stond de Jamaat-e-Islami sympathiek tegenover het regime van de Talibaan in buurland Afghanistan. Veel Afghaanse `koranstudenten' van de Talibaan kregen hun opleiding op Pakistaanse `madrassa's' (koranscholen) die zijn gelieerd aan Jamaat-e-Islami en andere fundamentalistische partijen. Deze bewegingen hebben de afgelopen tijd fel gefulmineerd tegen het besluit van de Pakistaanse president Pervez Musharraf, vlak na de terroristische aanvallen op de Verenigde Staten op 11 september 2001, om zich aan te sluiten bij de Amerikaanse coalitie tegen terrorisme. Hussein Ahmed heeft herhaaldelijk gesproken over capitulatie voor de VS en hij kreeg, net als vele fundamentalistische leiders, enige tijd huisarrest wegens ophitsing.

De felle kritiek op de Pakistaanse regering en het uitgesproken streven naar een `echte' islamitische samenleving, inclusief invoering van de shari'a (de strenge islamitische wetgeving), hebben president Musharraf niet verhinderd om zaken te doen met Hussein Ahmed. Jamaat-e-Islami en vier andere fundamentalistische partijen sloten voorafgaand aan parlementsverkiezingen in 2002 een alliantie, die een groot electoraal succes boekte. Dankzij een deal met die alliantie kon Musharraf grondwetswijzigingen doorvoeren, die hem nog vier jaar aan de macht houden en die een blijvende rol voor het leger in het staatsbestuur garanderen.

Jamaat-e-Islami heeft nauwe banden met Hizb-ul-Mujahideen, een van de grootste islamitische strijdgroepen in Kashmir. Leden van Jamaat-e-islami worden ervan verdacht onderdak te hebben geboden aan uit Afghanistan uitgeweken leden van Al-Qaeda.