`Sarko' strijdt tegen verval en Chirac

De nieuwe minister van Financiën van Frankrijk, Nicolas Sarkozy, presenteerde gisteren zijn beleid en zichzelf – op presidentiële wijze.

De Franse minister van Financiën Nicolas Sarkozy wist het gisteren zeker: ,,Frankrijk is niet veroordeeld tot slachtofferschap.'' Het oplopen van de staatsschuld en de werkloosheid, de zwakke economische groei en het vertrek van de industrie naar de lagelonenlanden: dat alles is geen noodlottige onvermijdelijkheid. Dat wil zeggen, op voorwaarde dat er ,,iets wordt gedaan', en ,,wel snel''. Strijdlustig maar ook nadrukkelijk staatsman-achtig klonk het: ,,Ik zal op alle fronten tegelijk vechten.'' Veelzeggend werd toegevoegd: ,,Ik kan me niet permitteren er één te verwaarlozen.''

Het is oorlogstijd, in dubbele zin. `Kleine Nicolas' alias `Sarko' trekt niet alleen ten strijde tegen het financieel-economische verval van zijn land, dat hij gisteren breed uitmat, maar ook tegen zijn hoogste baas, president Jacques Chirac. Behalve aan het werk is hij immers ook bezig de weg te bereiden voor de verwezenlijking van zijn hoogste ambitie: in 2007 gekozen worden als president.

Daar denkt hij ,,zelfs onder het scheren'' aan. Vandaar dat Chirac hem in maart, na de voor regerend rechts desastreus verlopen regionale verkiezingen, in de valstrik heeft gelokt van het ministerie van Financiën. Op presidentieel bevel moest hij het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar de misdaadbestrijding hem ongekende populariteit opleverde, inruilen voor de ondankbare taak de financiële staatshuishouding op orde te bregen in een klimaat van almaar afnemende economische groei. Die taak werd voor zo onmogelijk gehouden, dat hij er als doekje voor het bloeden de titel `minister van Staat' voor terugkreeg.

Maar sindsdien laat de presidentiële kwelgeest geen mogelijkheid onbenut om degene die de valstrik gespannen heeft er zelf in te laten lopen. Hij neemt openlijk een voorschot op de toekomst. Boven ieder communiqué van de minister van Financiën prijkt voortaan ook het kopje `minister van Staat'. De bodes op het ministerie hebben opdracht gekregen hun traditionele jacquet uit de mottenballen te halen, en, aldus uitgedost, iedere beweging van hun minister binnen het ministerie te begeleiden.

Geprivilegieerde topambtenaren is verzocht de privé-appartementen in het reusachtige ministerie te ontruimen, ten behoeve van de gezinnen van de minister zelf en van één vertrouweling. Sarkozy's echtgenote Cecilia, tot ergernis van het Elysée op Binnenlandse Zaken al alom aanwezig, is officeel tot adviseur benoemd. `Onbezoldigd' is er veiligheidshalve bij gezegd.

De rigoureus gewijzigde ambtelijke top is te verstaan gegeven dat er ook in de weekeinden kan worden doorgewerkt en wie het waagt twee minuten te laat op een vergadering te komen wordt openlijk op zijn nummer gezet.

Het zijn speldenprikjes vergeleken bij de kanonschoten die de minister voor de buitenwacht in petto heeft. Vorige week nodigde hij zichzelf, in de marge van het lente-overleg van het Internationaal Monetair Fonds in Washington, uit voor een onderhoud met zowel Condoleezza Rice, veiligheidsadviseur van het Witte Huis, als met Colin Powell, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Hij bedreef daarmee openlijk buitenlandse politiek, bij uitstek presidentieel terrein. Wat er besproken is, deed er niet toe: het succes van de actie school vooral in het angstvallige uitblijven van een reactie van Chirac.

Gisteren presenteerde Sarkozy de ,,eerste vingerwijzingen voor een economische politiek die ik ga voeren'' – een ongetwijfeld ter verhoging van het effect bescheiden geformuleerde aankondiging van een opzienbarende reeks van meer dan twintig maatregelen. Het pakket van presidentiële allure moet niet minder dan de Fransen ,,weer vertrouwen in zichzelf'' geven. Maar Sarkozy's eerste grote persconferentie – hij gaat er ieder kwartaal één geven om ,,verantwoording aan de Fransen af te leggen'' – had uiteraard ook weer een politieke bedoeling.

Alles was gisteren nadrukkelijk anders dan vorige week. Ontving toen de Franse president Jacques Chirac 250 journalisten in de overdadig geornamenteerde en vergulde feestzaal van het Elysée-paleis, zijn ministeriële dienaar én rivaal trad aan in de strakmoderne conferentiezaal van zijn hightech vormgegeven ministerie. Voor meer dan 300 journalisten, zoals zijn persdienst fijntjes liet weten. En zat de president achter een formica tafeltje krampachtig lastige vragen te vermijden en voorgekookte antwoorden van papier te lezen, zijn minister stond dynamisch achter een glazen spreekgestoelte en smeekte de media bij wijze van spreken om controversiële kwesties aan te snijden. Zodat hij, de vragensteller op z'n Amerikaans bij de voornaam aansprekend, steeds weer opnieuw strijdlustig van leer kon trekken.

Niet toevallig gaven twee, drie andere ministers dezer dagen ineens persconferenties, net als premier Raffarin, die morgen bovendien zijn tweede verjaardag als regeringsleider zal markeren met een televisieoptreden. Het is allemaal bedoeld om Nicolas Sarkozy niet alleen aan de weg te laten timmeren. Het lijkt vergeefse moeite. Zijn collega's, zijn premier en de hoogste baas mogen niet van hem houden, de presidentiële partij UMP is dol op hem. Gezien de peilingen is Sarkozy immers hun enige hoop.

Die hoop logenstraft de minister van Financiën vooralsnog niet. Hoeveel zoden zijn maatregelen aan de dijk zullen zetten, valt nog te bezien, maar naar vorm en inhoud ogen ze krachtdadig en voortvarend. Drie doelstellingen onderscheidt de minister: de financiën op orde brengen, de productiviteit ondanks een strenge begrotingspolitiek ondersteunen en het voeren van een `uitgesproken' industriële politiek. In zijn staccato betoogtrant schetste Sarkozy een zo zwart mogelijk beeld van de Franse economie: een staatsschuld van 1.000 miljard euro (64 procent van het bnp, tegen 20,7 procent in 1980), een werkloosheid van nog net geen 10 procent, terwijl voor publieke diensten 6 procent meer wordt uitgegeven dan het gemiddelde in de eurozone. Een economische groei van hooguit 1,8 procent, tegenover een mondiale groei van 4,6 procent.

Tegenover dat sombere beeld stelde Sarkozy zijn maatregelen. Alle fiscale voordelen worden `systematisch' bekeken op hun rechtvaardigheid en ze zijn sowieso nooit langer geldig dan vijf jaar. Ter verhoging van de consumptie, motor van de groei, mogen ouders en grootouders dit jaar tot 20.000 euro extra schenken aan hun volwassen nazaten. Er komt belastingaftrek voor de rente op consumptieve leningen, hypotheken mogen worden aangegaan en uitgebreid op basis van de (over-)waarde van het onroerend goed. De Staat brengt 100.000 vierkante meter op de markt, vooral in het peperdure centrum van Parijs. Er wordt versneld geprivatiseerd en, met goedkeuring van de Banque de France, vijfhonderd tot zeshonderd ton goud verkocht. De opbrengst blijft op de balans van de Banque, de staat strijkt slechts de rente op.

Er komt ook een organieke wet, die een deel van eventuele meevallers systematische gaat bestemmen voor de verlaging van de staatsschuld. Stoutmoedig herhaalde Sarkozy vastbesloten te zijn het begrotingstekort (nu 4,1 procent) in 2005 onder de door Europa geëiste 3 procent te brengen. Hij pleitte voor handhaving van alle regels van het Stabiliteitspact, maar ook voor een soepele `cyclische' toepassing.