President van gebroken beloften

De herkozen president Bouteflika wil Algerije nu echt hervormen. Bijna niemand gelooft hem. Algerije is het land van gebroken beloften. `Wij tasten in het duister'.

In de rue Didouche Mourad, hartje Algiers, heerst een gezellige drukte. De terrasjes van de cafés zitten vol. De tijd van bloedige terreuraanslagen en een uitgaansverbod lijkt vergeten. In de Algerijnse hoofdstad en andere grote steden is het de afgelopen jaren veel veiliger geworden.

Dat vindt ook de 53-jarige Said Jalis. Said importeert boeken uit Frankrijk en verkoopt die in zijn winkel, vlakbij de universiteit van Algiers. ,,Zie je deze barst in die grote ruit. Hier vlakbij ontplofte in 1995 een bom te midden van de mensen die stonden te wachten op een taxi. Er vielen veel doden en gewonden. Ik ontsnapte op het nippertje aan de dood'', vertelt Said. ,,Gelukkig beleven we nu weer betere tijden.''

Toch is hij niet tevreden over het bewind van president Abdelaziz Bouteflika, die vorige maand met 83 procent van de stemmen werd herkozen. Vijf jaar geleden was Bouteflika de keuze van de legerleiding, en volgens de meeste waarnemers zijn de generaals nog altijd de ware machthebbers.

,,President Bouteflika heeft ons allemaal bij de neus genomen'', zegt Said. Naast de kassa ligt nog wat verkiezingsdrukwerk van de belangrijkste uitdager van Bouteflika, oud-premier Ali Benflis. ,,Ja, wij behoren tot de familie van de oppositiekandidaat Benflis.'' Maar Benflis behaalde officieel niet eens 8 procent, en ook de liberale kandidaat Said Saadi kwam er niet aan te pas. De oppositiekandidaten beschuldigen ook nu `le pouvoir' van massale verkiezingsfraude, al hebben ze zich deze keer niet voor de stembusgang uit de race teruggetrokken, zoals in 1999 gebeurde.

,,Bouteflika is een ramp. Hij heeft de afgelopen vijf jaar op alle niveaus familieleden benoemd, zijn broers, zijn neven en zijn zusters. Heel zijn entourage bestaat uit leden van zijn clan. Kijk maar naar de regering: 13 ministers, onder wie minister van Binnenlandse Zaken Zerhouni, zijn afkomstig uit Tlemcen, de thuisbasis van de Bouteflika-clan. Van hervorming van staatsinstellingen en bestuur is niets terechtgekomen. Er is absoluut geen sprake van modernisering, allemaal ijdele beloftes.''

In het hoofdkwartier van de radicale oppositiepartij RCD (Rassemblement pour la Culture et la Democratie), die een harde militaire aanpak van het moslimextremisme voorstaat en die vooral stevige wortels heeft in het Berberse Kabylie, slaat Hamid Lounaousi keihard op tafel om zijn ergernis te uiten. Hij was minister van Transport onder Bouteflika, tot de RCD van Said Saadi uit de regering stapte. ,,Toen wij in 1999 met Bouteflika in zee gingen was dat op basis van publieke beloftes van de president. Hij zou de staat – het bestuur en ook de justitie – hervormen, evenals het onderwijs. De RCD had dat geëist. De islamitische familiewetgeving zou worden afgeschaft. Bedrijven zouden worden geprivatiseerd, mits er sociale garanties gegeven zouden worden. Bouteflika heeft zich daar heel expliciet toe verbonden, maar er is helemaal niets van gerealiseerd. Nihil. Hij heeft wel een aantal commissies opgericht en experts benoemd, maar we hebben nooit een rapport gezien, laat staan echte hervormingen.''

Wat verderop in de rue Didouche Mourad staat een groepje studenten voor de hoofdingang van de Université d'Alger. Yougourtha, een Berber uit Kabylie, is 26 en na een opleiding als fotograaf die hem geen enkele kans op werk heeft geboden, is hij aan zijn laatste jaar Engels bezig.

,,Wij zijn uiteraard blij met de verbetering van de veiligheid'', maar daarmee is wat hem betreft ook alles gezegd. ,,Het staat mij tegen dat wij in dit land zo slecht zijn geïnformeerd. De pers wordt door de regering gekneveld. Het is niet zo dat wij geen capabele en kritische journalisten hebben, maar de kritische pers krijgt geen middelen. Ik heb lang gesolliciteerd en zelfs een tijd gratis gewerkt als persfotograaf, uit idealisme. Maar het heeft niets uitgehaald. De desinformatie in Algerije is stuitend. Dat is niet alleen bij verkiezingen het geval, al spelen de media ook daarin een uiterst bedenkelijke rol. Ze zijn spreekbuis van de machthebbers, of steunen een of andere rijke en invloedrijke pretendent.''

,,In zijn eerste ambtstermijn heeft Bouteflika vooral voor de rijken, zijn vrienden en zichzelf gezorgd. Voor de armen is het nu nog veel erger dan voorheen. Wie niet over een `marifa' beschikt (een contactpersoon die toegang heeft tot de machthebbers en het grote geld) kan het wel vergeten'', verzucht Yougourtha.

Bouteflika heeft zich vanaf het begin van zijn eerste mandaat uitgesproken voor het terugschroeven van de politieke invloed van het leger.

Dat heeft geleid tot een machtsstrijd met de generaals, die uitdraaide op een verklaring van de legerleiding, bij monde van generaal-majoor Mohammed Lamari, dat zij neutraal zou blijven in de verkiezingen. Voor de meeste Algerijnen stond die mededeling gelijk aan het geven van het groene licht van de legerleiding voor een tweede ambtstermijn voor Bouteflika. Voor de meesten lag de verkiezingsuitslag dan ook al vast en het verbaasde niet dat de aanhang van de president al voor het sluiten van de stembureaus zegevierend de straat op ging.

Maar hoe nu verder? Vijf jaar nadat het leger Bouteflika als burgerpresident had uitgekozen, lijkt diens relatie met de topgeneraals en clans binnen het leger op zijn minst flink vertroebeld. Bouteflika leek deze keer bij de verkiezingen niet meer helemaal zeker en het gonsde van geruchten over verdeeldheid onder de generaals. Er zou sprake zijn van een machtsstrijd tussen de veiligheidsdiensten, trouw aan Bouteflika, en vooral jongere officieren, die voor verandering opteren.

Bij zijn beëdiging heeft Bouteflika gesuggereerd dat ook hij nu de noodzaak ziet van een aantal dringende hervormingen. Hij wil Berbers meer rechten geven, verzoening bereiken met de politieke moslimbewegingen, en de vrouwvijandige familiewet herzien. Maar weinigen geloven hem nog op zijn woord.

Een hervorming is al wel doorgevoerd: het en bloc stemmen in de kazernes is verboden. Ook de honderdduizenden soldaten en veiligheidsagenten kunnen dus nu kiezen zonder de hete adem van hun superieuren in de nek. Maar ook hierover heerst scepticisme.

,,Vrije verkiezingen? Ach, laat je niets wijsmaken'', zegt de student Yougourtha. ,,Legerleider Lamari weet drommels goed waar hij naar toe wil, terwijl wij in het duister tasten. We kunnen niets in beweging zetten. Wie zijn mond roert, krijgt meteen klappen. Ze roepen nu al `fitna', chaos, en dat wordt niet getolereerd. Geloof me, het leger staat nog altijd klaar om in te grijpen.''