President tribunaal klaagt

De president van het Joegoslavië-tribunaal Theodor Meron heeft gisteren in een ongewoon felle brief aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties geklaagd over de gebrekkige medewerking van Servië-Montenegro.

De Amerikaan Meron steunt met zijn brief de klacht die hoofdaanklager Carla Del Ponte eerder bij de volkerenorganisatie indiende.

,,Ik zie het rapport van de aanklager als een indicatie van ernstig falen door Servië-Montenegro'', aldus Meron in zijn brief. Hij deelt naar eigen zeggen de zorgen van Del Ponte dat door de tegenwerking van Belgrado het VN-hof zijn werkzaamheden ,,niet tijdig'' kan afronden. Het tribunaal moet in 2010 de werkzaamheden hebben afgerond.

Volgens de Zwitserse hoofdaanklager weigeren de Servische en Montenegrijnse autoriteiten mensen te arresteren als het tribunaal daarom vraagt. Bovendien weigert het land tekst en uitleg te geven waarom er geen actie wordt ondernomen na de uitvaardiging van dergelijke arrestatiebevelen. Ook op het gebied van het afnemen van getuigenverklaringen en het verstrekken van documenten werken de autoriteiten het VN-hof tegen.

Het Joegoslavië-tribunaal beschikt niet over sancties om landen te dwingen mee te werken. De onderzoekers en aanklagers van het VN-hof liggen geregeld overhoop met Servië-Montenegro, Kroatië en de Servische Republiek in Bosnië.

Het enige middel dat het VN-hof tot zijn beschikking heeft, is een klacht indienen bij de Veiligheidsraad die op zijn beurt actie kan ondernemen. In het verleden heeft druk van de Veiligheidsraad effect gehad op de afgifte van documenten.