Persvrijheid

De pers jaagt in horden, luidt een oud journalistiek gezegde. Dit illustreert dat de media wel weten dat hun berichtgeving steeds het gevaar loopt van kuddegedrag en napraterij. Het kon geen kwaad dat minister Donner (Justitie, CDA) daar nog eens op wees tijdens het congres over persvrijheid van de jubilerende Nederlandse Vereniging van Journalisten. De bewindsman ging echter verder. Hij stelde dat de wetgever allang had ingegrepen als de persvrijheid zich daar niet tegen zou verzetten. Daarmee valt deze taak volgens de bewindsman toe aan de pers zelf. Donner zei te beseffen dat deze opmerkingen hem op `veel vermaningen' zouden komen te staan. Een dergelijk koket voorschot op slachtofferschap maakt zijn stellingname er niet minder bedenkelijk om. De zelfregulering waartoe hij oproept is zelfregulering met het pistool op de borst van een verholen dreiging met overheidsingrijpen. Ware persvrijheid verdient beter. Wat is bovendien de inzet van de regulering die de bewindsman beoogt? Dat is `kwaliteit'. Donner heeft daar zijn eigen opvatting over: niet alleen de betrouwbaarheid van de feiten, maar ook ,,de echtheid van de beschreven werkelijkheid''. Dat is dan wél echtheid volgens Donner: de overheid heeft volgens hem steeds meer werk aan ,,rechtzetten van wat verslaggevers eerder uit hun verband hebben gerukt, in het uitleggen waar de klepel hangt bij krantenberichten die de klok hebben horen luiden''.

De gedachte dat het juist de functie van de journalistiek is een ander interpretatiekader te hanteren dan overheidsinstellingen, is kennelijk niet besteed aan deze minister. In gelijke zin kwam de slotspreker op het congres, de Amsterdamse burgemeester Cohen, zich beklagen dat zelfs de plaatselijke krant geen aandacht had besteed aan een van zijn fraaie beleidsnota's. Ook hier een pleidooi voor `zelfreiniging', zoals het bij de burgemeester heette. De twee toespraken, nota bene op een congres over persvrijheid, getuigen van een groeiend politiek-bestuurlijk ressentiment jegens de media. Vorig jaar kleurde dat al een rapport over `medialogica' van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), een adviesorgaan van de regering. Ook hier werd een aantal op zichzelf zinnige waarschuwingen gevolgd door een aantal zeer discutabele maatregelen. Zo zouden media hun nieuwskeuzes, interpretatie en commentaar moeten verantwoorden met behulp van een kwaliteits-charter en openbare hoorzittingen; zou de overheid een instituut moeten instellen om de media te `monitoren' en zou de Raad van de Journalistiek tanden moeten krijgen (een variant op het perstuchtrecht die na de Tweede Wereldoorlog terecht is tegengehouden).

Met name het cumulatieve effect van zulke maatregelen valt aan te merken als een aanslag op de informatievrijheid, zo bleek op een studiemiddag van de Vereniging voor Media- en Communicatierecht over dit rapport. Niet het minste gevaar is dat de maatregelen worden ingegeven door media die het niet zo nauw nemen, en uiteindelijk `serieuzere' media treffen. Het is verontrustend dat een zittende minister van Justitie aan een dergelijk proces wil meedoen.