Nieuwe aanslag onderstreept problemen Karzai

In Oost-Afghanistan zijn vanochtend de lichamen gevonden van twee buitenlandse werknemers van een Brits beveiligingsbedrijf en hun Afghaanse tolk. Het bedrijf, Global Risk, is voor de Verenigde Naties betrokken bij de voorbereidingen van de presidents- en parlementsverkiezingen. Uit welk land de gedode `Westerse' medewerkers komen, was nog niet bekend.

Het incident onderstreept opnieuw de moeilijkheden waarmee president Hamid Karzai wordt geconfronteerd. Door de onveiligheid in het oosten en zuiden hebben de voorbereidingen op de voor de toekomst van Afghanistan cruciale verkiezingen vertraging opgelopen. Aanvankelijk zouden de Afghanen in juni naar de stembus gaan, maar door de achterstallige registratie van kiezers is dat al uitgesteld tot september. Vorige najaar besloten de VN de hulp grotendeels te staken na de moord op een Franse medewerkster van de vluchtelingen organisatie UNHCR. De meeste aanslagen worden toegeschreven aan Talibaan en Al-Qaeda.

Dat Afghanistan nog onveilig en instabiel is, blijkt ook uit de nieuwe oproep die Karzai vanochtend deed aan de krijgsheren om hun wapens in te leveren. ,,Ik doe een beroep op de mujahideen (de islamitische verzetsstrijders) die dapper hebben gestreden tegen de sovjetbezetters om hun wapens over te dragen aan de regeringstroepen teneinde de totstandkoming van vrede in het land te bereiken'', zei hij in een toespraak in Kabul. ,,De enige troepen die wapens mogen dragen, zijn de regeringstroepen.''

De regering voert, met de VN en donorlanden, een demobilisatieprogramma uit, gericht op ontwapening én reïntegratie van de strijders. Maar het uit handen geven van de wapens gebeurt nog maar mondjesmaat. Het doel is dat vóór de verkiezingen 40 procent van de wapens is ingeleverd. Dat betekent dat voor 40.000 strijders nieuw werk gevonden moet worden.

De oproep van Karzai ligt gevoelig omdat zijn oproep vooral de strijdgroepen betreft van krijgsheren die zich, althans in woord, achter zijn regering hebben geschaard. Het gaat onder anderen om leiders als Ismaïl Khan (gouverneur in Herat), de noordelijke krijgsheer Rashid Dostam en de huidige minister van Defensie, Mohammad Qasim Fahim. Zij behoorden tot de zogeheten Noordelijke Alliantie, een losse alliantie van hoofdzakelijk Tadzjiekse en Oezbeekse strijdgroepen die weerstand boden aan de Talibaan. Na het begin van de Amerikaanse aanvallen op Afghanistan in oktober 2001 kregen ze wapens en geld van de VS om de Talibaan te verdrijven.

Volgens eerdere afspraken zouden de legers moet zijn ontbonden om plaats te maken voor een nieuwe nationale strijdmacht die de etnische diversiteit weerspiegelt. Maar het nieuwe leger telt nog maar 7.000 man, terwijl de krijgsheren hun privélegers achter de hand houden.