Media

Een fel anti-Donnerstukje lag in de rede. Hij vroeg er ook om.

,,Ik besef dat deze opmerkingen mij vermoedelijk weer op veel vermaningen komen te staan in de columns'', anticipeerde hij maandag alvast in zijn filippica tegen de media op een congres van de journalistenvakbond NVJ.

En jawel, hij reikte in zijn vooringenomenheid heerlijke munitie aan. Neem deze zin: ,,Een toenemend deel van het werk van de overheid bestaat in het rechtzetten van wat verslaggevers eerder uit hun verband hebben gerukt.''

Daar zou je bij wijze van parodie zo mooi het tegendeel van kunnen maken: ,,Een toenemend deel van het werk van de pers bestaat in het onthullen van misstanden die overheden eerder aan het oog hebben onttrokken.''

Nog een voorbeeld: ,,Bij iedere andere tak van bedrijvigheid waar de producten zo belangrijk zijn voor de samenleving en het gevaar van verlies van kwaliteit zo groot, zou de wetgever allang hebben ingegrepen.''

Heeft een Nederlandse minister van Justitie ooit eerder zo onomwonden gezinspeeld op de mogelijkheid de pers onder overheidstoezicht te plaatsen?

Kortom, het stukje hoefde alleen nog maar geschreven te worden, ware het niet dat ik gisteravond de onvoorzichtigheid beging een plek te bezoeken waar veel media aanwezig waren. Ik had elders willen gaan kijken, maar mijn tram reed niet en daarom week ik uit naar de Baarsjesweg in Amsterdam-West.

Daar werd bij de Aya Sofiamoskee een dodenherdenking gehouden. De plechtigheid was er vorig jaar verstoord door Marokkaanse jongeren.

De media waren op volle oorlogssterkte uitgerukt. Cameraploegen en fotografen banjerden opzichtig door de moskee en drongen zich later bij het monument zelfbewust naar voren. Toen trompettiste Daniëlle Egbers de Last Post begon te spelen, stonden twee fotografen vlak achter haar elkaar te verdringen.

Nooit eerder zo'n rommelige, sfeerloze herdenking meegemaakt. Het was een media-event geworden, en God hoede de gewone bezoeker voor media-events. Hij kan beter thuisblijven. De media creëren op die plaatsen een werkelijkheid die met de werkelijke werkelijkheid, als ik het zo mag uitdrukken, niets te maken heeft.

,,Een waardige vertoning'', hoorde ik de nieuwslezer van het NOS-Journaal later zeggen. Maar dat was het nu juist niet. Het was ook niet zozeer onwaardig, het was eerder waardeloos.

Wat wilden de organisatoren ons doen geloven?

Dat de Marokkanen in het stadsdeel De Baarsjes erg geschrokken waren van de verstoringen van vorig jaar. Daarom zouden de doden nu eensgezind worden herdacht, inclusief de Marokkaanse slachtoffers aan Franse zijde dat versterkte de band.

Het was goed bedoeld, maar we schoten er zo weinig mee op. Op de televisie zag je nog een aardig hoopje mensen rond dat kleine witte monunent aan de Baarsjesweg staan. Maar het waren er niet meer dan een paar honderd, de persmensen meegerekend. Onzichtbaar en ongenoemd bleven de tienduizenden allochtonen in de achterliggende straten die lekker thuis waren gebleven. Zij pasten, letterlijk en figuurlijk, niet in het beeld dat ons werd voorgehouden.