`Ik volg geen orders'

Decennialang was Marcel Visser een begrip in de kapperswereld. Sinds twee jaar restaureert hij het liefst oude auto's.

,,Wat mijn ogen zien, doen mijn handen.'' Wie Marcel Visser (59) vraagt naar zijn levensmotto, krijgt steevast het citaat van Hare Majesteit te horen. ,,De koningin deed die uitspraak jaren geleden tijdens een tv-uitzending over boetseren. Toen die zin uit haar mond rolde, wist ik precíes wat zij bedoelde. Als kapper creëer ik ook wat mijn ogen mij ingeven. Ik volg geen orders. Van niemand niet.''

Met die houding heeft Visser het ver geschopt. Hij introduceerde medio jaren zestig een aantal revolutionaire technieken in het toen nog bekrompen Nederlandse kapperswereldje en wist door de jaren heen een grote schare fans aan zich te binden. ,,Ik hield soms wachttijden van twee maanden aan. Zeer tegen mijn zin, want een kappersbezoek is een spontaan gebeuren. Daar moet je niet wekenlang tegenaan hikken.''

Zijn ouders waren allebei kapper. Maar Visser leerde de fijne kneepjes van het vak van de beroemde Duitse haarspecialist Ullrich Junge. ,,Ik was vijftien jaar toen ik op aanraden van mijn moeder naar Düsseldorf afreisde. Samen met Parijs werd die stad tot het mekka van de kapperswereld gerekend. Per toeval kwam ik bij Junge terecht; ik had nog nooit van hem gehoord.'' De vele miljonairs die Visser in Düsseldorf van een nieuwe coupe voorzag, knipten met hun vingers als zij iets van hem gedaan wilden krijgen. ,,Als beloning kreeg ik dan een biljet van 10 mark in handen gedrukt. Tergend langzaam, zodat iedereen kon zien hoe breed ze het hadden.''

Het gecommandeer begon Visser steeds meer tegen te staan en na drie jaar verhuisde hij terug naar Nederland. Daar werkte hij een jaar lang voor de Utrechtse kapper Bert Deun, om vervolgens in de Domstad een eigen zaak op te richten. ,,Ik was twintig, een leeftijd waarop je nog goed naar je moeder luistert. Ma kende een kapper die met pensioen ging en raadde mij aan zijn winkel over te nemen. Het pand was oud en verlopen, maar ik heb het toch maar gekocht.'' Met een flinke lening van zijn tante kreeg hij de zaak weer redelijk op orde.

Waar andere kappers woorden als `maison' en `kapsalon' op hun gevel zetten, hield Visser het bij `haarmode' een Duits begrip, dat pas in de jaren zeventig in Nederland in zwang raakte. Hij was niet gecharmeerd van de botte Nederlandse kniptechniek (,,alsof je de vleugels van een eend kortwiekt'') en besloot te doen wat hij in Duitsland tot in de finesses had geleerd: snijden. ,,Ik behandel haar op een natuurlijke wijze. Zo permanent ik het haar met behulp van een injectiespuit die de hoofdhuid niet aantast. Voor de coupe soleil heb ik een speciale plastic muts ontworpen. En ik föhnde - iets wat in die tijd nog niemand deed.'' Zijn aanpak sloeg zó aan, dat Visser binnen een mum van tijd twee medewerkers in dienst moest nemen.

In 1974 ging hij in zee met Jasper van Veenendaal, een leeftijdgenoot met een wat oudere klantenkring. ,,Vanaf het begin ging men ervan uit dat Marcel en Jasper twee homo's waren. In deze wereld zijn heteromannen een zeldzaamheid.'' Misschien had die vooringenomenheid ook te maken met de voor heterobegrippen zeer extravagante inrichting van hun kapsalon: metalen vloer, sensuele ronde kaptafels, lamellen en bruin glas. Het tweetal werd door bladenmakers steeds vaker uitgenodigd voor knip- en kledingadviezen. En op internationale podia mochten zij hun snijkunsten vertonen.

In de loop der jaren groeide het aantal medewerkers van `Marcel en Jasper' van twee naar vijfenveertig. Visser en Van Veenendaal openden nog twee andere kapsalons en importeerden een kledingmerk. In zijn vrije tijd bestierde Visser een ijssalon en was hij fractievoorzitter van de mede door hem opgerichte partij `Streekbelangen' in Breukelen. Ook het aanbod om bestuurslid van de kappersvakbond te worden, sloeg hij niet af.

Sinds twee jaar doet Visser het wat rustiger aan. Het kappersmes heeft hij nog altijd niet opgeborgen, maar van een werkritme is geen sprake meer. Het liefst restaureert hij oude auto's in de garage van zijn grote loods in Breukelen. Of geeft hij bedrijfsadviezen aan jonge middenstanders. Met zijn twintig jaar jongere vriendin, die als pr-manager voor de Nederlandse Spoorwegen werkt, is hij dolgelukkig. ,,Het leven is een feest.''

Dit is een rubriek over mensen die terugblikken op of vooruitkijken naar hun carrière.