Hbo'er studeert steeds sneller

Hbo-studenten halen steeds sneller hun diploma. Had van de studenten die in het schooljaar 1991/1992 begonnen na vier jaar nog maar 33 procent het diploma behaald, van de generatie-1998/1999 was dat al 41 procent.

Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft gepubliceerd. De hbo-studenten met een vwo-vooropleiding presteren het best.

Terwijl de slagingpercentages elk jaar stijgen, blijven de afhaakcijfers zo goed als constant. In het eerste studiejaar haakt ongeveer 7 procent van de hbo-studenten af. Het aantal studenten dat pas afhaakt na eerst enkele jaren ingeschreven te hebben gestaan, daalt wel. Dat heeft te maken met de strengere opleidingsinstellingen, die slecht presterende studenten al vroeg wegsturen. Vwo'ers haken het minst af: na vier jaar heeft dan slechts eentiende het hoger onderwijs zonder diploma verlaten. Bij studenten met een andere vooropleiding is dat cijfer twee keer (havo, universiteit) of drie keer (mbo) zo hoog.

Dat betekent niet dat mbo'ers het slecht doen op het hbo: 45 procent is na vier jaar klaar. Het zijn de havisten die de langzaamste start maken op het hbo. Van de generatie-'98/'99 was 36 procent na vier jaar klaar (tegen slechts 28 procent bij het cohort '91/'92). Twee jaar geleden waarschuwde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een studie nog voor het gebrek aan aansluiting van mbo op hbo, nadat eind jaren negentig vele afzonderlijke mbo-scholen opgingen in regionale opleidingscentra (roc's).

Het verschil tussen jongens en meisjes wordt intussen groter. Eenderde van de mannen haalt na vier jaar het hbo-diploma, tegen 48 procent van de vrouwen. Zeven jaar eerder was het verschil ook al evident, maar kleiner.

In het economisch en het kunstonderwijs zijn de studenten het langzaamst: eenderde haalt daar na vier jaar het diploma. Maar op de kunstopleidingen is dit cijfer wel bijna verdubbeld sinds de generatie '91/'92.