De rol van feiten en voorlichters

Volgens onderzoekers bedreigen voorlichters en commercie de persvrijheid. Maar minister Donner van Justitie vindt dat journalisten juist zélf bezig zijn hun vak uit te hollen.

Het zit de directeur voorlichting van het ministerie van VWS nog behoorlijk dwars. De onjuistheid dat zijn secretaris-generaal twee euroton zou verdienen, blijft opduiken in de media.

Het begon in oktober vorig jaar. Toen meldde de Volkskrant dat de hoogste ambtenaar van het ministerie, secretaris-generaal Bekker, dit bedrag zou verdienen. Veel meer dan een minister. Omdat het niet klopte, nodigde Bekker de journalist uit om zijn salarissstrookje te bekijken. Daarop stond minder dan 1,5 ton. Nog steeds meer dan een minister, maar géén twee ton. De fout werd gerectificeerd.

Maar een half jaar later dook het bedrag van twee ton wéér op. In een artikel in dezelfde krant, van een andere journalist. De tweede journalist had het bedrag nagezocht in het digitale archief. Onderaan dat artikel stond dat het bedrag was gerectificeerd. Maar de tweede journalist had het artikel niet geheel bekeken. ,,Lui en slordig'', zegt de directeur voorlichting, Cor Groeneweg, die tot anderhalf jaar geleden zelf journalist was. Vorige week dinsdag dook de twee ton weer op, in een column in Het Parool.

Zo zijn er meer voorbeelden van onzorgvuldigheid te noemen, ook bij deze krant. Dus ja, zegt Groeneweg, minister Donner van Justitie heeft een punt in zijn kritiek op de pers. De CDA-minister haalde maandag op een congres over persvrijheid uit naar de journalistiek. Journalisten zouden zich drukker maken om ,,wat verkoopt'' dan om de feiten. En media beschouwen elkaar als voldoende bron. ,,Vaak worden niet feiten, maar wat daarover wordt bericht als werkelijkheid gezien.'' Donner wierp in zijn rede ook de vraag op ,,of wij ons dat nog kunnen permitteren'' in deze tijd, waarin sprake is van ,,toenemende verontrusting onder de bevolking over bedreigingen''.

Trouw-hoofdredacteur Frits van Exter noemt dit in een reactie op de toespraak van de minister ,,de tweetrapsraket'' van Donner. ,,Hij is begonnen met kritiek op satire, op poppetjes van klei. En nu wordt de terroristische dreiging erbij gehaald.'' Volgens Van Exter is het motief van Donner eerder pragmatisch. ,,Het stoort Donner en Balkenende dat ze hun boodschap niet goed over het voetlicht krijgen. En dat ze soms belachelijk worden gemaakt.'' Hij vindt het overigens ,,prima'' dat de journalistiek aangesproken wordt op de kwaliteit. ,,Maar als het gaat om hypevorming, tetteren politici daar zélf ook behoorlijk in mee.''

Eén ding moet ook Van Exter Donner nageven. Hij voelt het klimaat goed aan. Dat is ernaar om de media kritisch aan te pakken. Want, het is inmiddels een dooddoener, de journalistiek zit in de beklaagdenbank. Dat begon na de moord op Pim Fortuyn. Sinds die tijd worden journalisten op één hoop gegooid met machthebbers omdat ze de onvrede die Fortuyn wist te kanaliseren, onvoldoende zouden hebben aangevoeld.

Maar volgens hoogleraar Journalistiek en Cultuur Frank van Vree (UvA) is er inmiddels meer aan de hand dan dit ,,ressentiment''. Hij onderzocht samen met docent Mirjam Prenger in opdracht van journalistenvakbond NVJ de onafhankelijkheid van de journalistiek. Eén van hun conclusies luidt dat bij die onafhankelijkheid op z'n minst kanttekeningen zijn te plaatsen.

Zo bagatelliseren bijna alle zestig journalisten die hij en zijn collega interviewden de invloed van voorlichters op hun werk. Terwijl die invloed groot is, zegt Van Vree die zich daarbij baseert op onderzoeken uit het buitenland. ,,Ik heb geen reden om aan te nemen dat het hier anders is.''

Kritiek op de nauwe verwevenheid van journalisten en voorlichters is niet nieuw, maar Van Vree toont aan dat de voorlichtersbranche reusachtig uitdijt en professionaliseert. Hij schat dat er 14.000 journalisten zijn tegenover 55.000 communicatiemedewerkers.

De toekomst ziet er niet anders uit. Er worden drie keer zoveel communicatiemedewerkers opgeleid als journalisten. De geïnterviewde journalisten klagen juist over toegenomen werkdruk door bezuinigingen. En de voorlichting professionaliseert. De informatie wordt steeds meer op maat aangeleverd. Een journalist die elke maandag een bepaald type artikel moet publiceren, krijgt op zondag iets aangereikt dat in dat format past, schrijven Van Vree en Prenger.

Die ontwikkeling ziet ook directeur voorlichting Cor Groeneweg. Zijn ministerie denkt goed na welk medium geschikt is om bepaald nieuws als eerste te melden. Gisteren kreeg bijvoorbeeld De Telegraaf van het ministerie gegevens over de opgeschoonde wachtlijsten in de gezondheidszorg. Nadat het nieuws daar volgens Groeneweg ,,in het zonnetje was gezet'' namen andere media het de hele dag over.

Groeneweg vindt dat de journalistiek niet altijd een goed antwoord op dit soort primeur-plaatsing heeft. ,,Media gaan er op in omdat ze bang zijn dat de concurrent het anders krijgt. Ze vergeten dan nog wel eens het nieuws aan andere organisaties voor te leggen of zelf feitenonderzoek te doen.''

Een andere bedreiging voor de journalistiek is volgens Van Vree en Prenger de invloed van commercie. Zo worden vrijwel alle reizen die journalisten van persbureau GPD maken voor de reisbijlages in regionale kranten, ,,gefaciliteerd'' ofwel deels gefinancierd door anderen, zoals nationale verkeersbureaus. Het ergste is misschien nog wel, zegt Van Vree, dat de lezer hier geen weet van heeft. ,,Die gaat ervan uit dat artikelen in volledige onafhankelijkheid gemaakt worden.'' Hij bepleit meer openheid. ,,Anders zal dit als boemerang bij de journalistiek terugkeren. En het imago is al niet zo best.''

Kranten en andere media zijn zich bewust van hun positie en pogen sinds enkele jaren meer verantwoording af te leggen. Correctierubrieken worden uitgebreid en ombudsmannen krijgen de ruimte. Deze krant publiceert wekelijks antwoorden van de hoofdredactie op brieven van lezers. Daarbij moet de krant soms en public door het stof. Zoals toen bleek dat een persbericht van radioprogramma Vroege Vogels, inclusief citaten van betrokkenen, vrijwel zonder wijzigingen in de krant was overgenomen onder de noemer `door een onzer redacteuren'.

Maar mogelijk moet er ook meer aandacht komen voor de rol van voorlichting in de berichtgeving, adviseert Van Vree. In Angelsaksische landen is het heel gebruikelijk om uitgebreid te informeren over `spinning', oftewel bewuste beïnvloeding van nieuws. Trouw-hoofdredacteur Van Exter ziet er wel wat in. ,,We richten de fotocamera geregeld op het mediacircus, misschien moeten we dat in de berichtgeving ook meer doen.''