Belager vrouw Balkenende krijgt tbs

De rechtbank in Rotterdam heeft dinsdag de 33-jarige belager van Bianca Hoogendijk, de vrouw van premier Jan Peter Balkenende, tbs met dwangverpleging opgelegd.

De rechters achtten bewezen dat Adem T. op 27 oktober doelbewust met een uitbeenmes op weg was om haar te doden. Ook had hij in zijn woning op zolder in een speelgoedhuis een vuurwapen met drie houders munitie verborgen.

Toch krijgt de man, lid van diverse schietverenigingen, geen gevangenisstraf omdat hij volgens de rechtbank ontoerekeningsvatbaar is. De officier van justitie had twee jaar celstraf en tbs geëist. De verdachte gaat in hoger beroep.

Adem T. pakte op 27 oktober een uitbeenmes uit zijn keukenla, maakte er een papieren hoesje voor en stopte het in zijn binnenzak van zijn nette pak dat hij speciaal had aangetrokken, om meer kans te maken dat de vrouw van de premier hem zou ontvangen.

Hij nam de trein in zijn woonplaats Zoetermeer en vroeg een taxichauffeur in Capelle aan den IJssel waar de premier woonde. Hij vertelde meerdere buurtbewoners dat hij een afspraak had met de vrouw van de premier. Een buurtgenote van Balkenende, die bij de politie werkzaam is, vertrouwde het niet en waarschuwde de politie. Volgens de rechters is Hoogendijk op het nippertje ontsnapt aan een aanslag.

Zelf zegt de verdachte dat hij geen kwade bedoelingen had. En dat hij het mes slechts voor eigen veiligheid had meegenomen. In zijn notitieboekje schreef hij echter dat in Zoetermeer in de treinen op vuurwapens wordt gecontroleerd. De rechtbank denkt dat hij daarom het mes, en niet het vuurwapen meenam. In 2001 had T. zijn toenmalige buurman ,,plotseling bij een tramhalte met een mes drie maal gestoken'', aldus het vonnis. Hij kreeg celstraf.

De man ambieerde een politieke carrière binnen het CDA, en wilde dat Hoogendijk hem zou helpen. Hij meldde zich acht maanden voorafgaand aan het gebeuren aan als proeflid bij het CDA. Hij bezocht ook partijbijeenkomsten en zei te zijn benaderd door Hoogendijk en later ook door haar gebeld te zijn. Toen het niet lukte om een afspraak met haar te krijgen en zijn politieke ambities gefrustreerd raakten, ging hij Hoogendijk met andere ogen bezien.

Het Pieter Baan Centrum oordeelde dat de verdachte aanvankelijk niets kwaads in de zin had. Pas wanneer tot hem zou doordringen dat hij geen afspraak met Hoogendijk had, zou hij tot geweld in staat zijn geweest. Het adviesorgaan van justitie achtte T. wel toerekeningsvatbaar.