Begraven in Bagdad

Een Nederlands graf in de Iraakse hoofdstad Bagdad. Anoniem begraven tijdens de Eerste Golfoorlog, vergeten na de Tweede. Wie was Petronella van Amerongen?

Papieren dwarrelen als sneeuw uit de gebroken ramen van het Iraakse ministerie van Industrie. ,,Het is een zooitje hier in Irak'', zegt grafdelver Ali Mansour als hij naar de gehavende betonkolos staart. Zijn sandalen zuigen vast in de modderpoelen die de protestantse begraafplaats voor buitenlanders in centraal Bagdad ontsieren. Eens per twee maanden krijgt Mansour bezoek van buitenlanders. Levende, wel te verstaan. Dode niet-Irakezen worden dezer dagen per gekoeld vliegtuig naar hun thuisland vervoerd. De bezoekers komen bijna allemaal voor het graf van Gertrude Bell, de Britse onderkoningin van Irak, die ten tijde van de Britse bezetting van Mesopotamië (1919-1932), drie voormalige Ottomaanse provincies samensmeedde tot het huidige land.

,,U komt uit Holland'', vraagt Ali Mansour. ,,Dan moet u weten dat we ook een Nederlandse hier hebben liggen.'' Langzaam sjokt hij naar een overwoekerd graf, zonder zerk of naamplaatjes. Het steekt schril af bij alle andere praalgraven. Ali Mansour moet lang nadenken wie er onder de hoop zand ligt. ,,Vlak na het uitbreken van de Eerste Golfoorlog in 1990 werd ze hier gebracht door leden van de protestantse kerk. Haar naam weet ik niet. Het waren zeer chaotische dagen'', zegt de doodgraver.

Wat doet het stoffelijk overschot van een Nederlandse op deze oude begraafplaats, zonder zerk of naamplaatje? Waaraan is ze overleden zo vlak na de Iraakse inval in Koeweit? En bovenal: wat had ze in Irak te zoeken in die dagen? Veel buitenlanders waren gevlucht. Mijn tolk Shamil Aziz oppert dat ze een non was. ,,Of ze was getrouwd met een Irakees.''

Doodgraver Mansour hoort de vragen stilletjes aan en sommeert vervolgens zijn zoon om de overlijdensaktes te brengen. Niet veel later komt Mohammed, die voor de nieuwe Iraakse politie werkt, met een stoffige ordner aangerend. Terwijl de zon langzaam over de zerken richting westen glijdt, speurt Aziz door de aktes.

Op de één na laatste overlijdensakte prijkt een Nederlandse naam: Petronella van Amerongen. ,,Hier staat de naam van de dokter die de akte heeft ondertekend'', zegt Aziz. Met zijn lange vinger wijst hij naar een krabbel en stempel van een adelaar, een van de symbolen van het Irak van voor de oorlog. ,,Dokter Hamid Jabbar'', leest mijn tolk langzaam voor. Daarnaast een toestemming van het Iraakse ministerie van Buitenlandse Zaken dat Petronella van Amerongen in Bagdad mag worden begraven. Het document is gedateerd op 17 augustus 1990, vijftien dagen ná de Iraakse inval in Koeweit, de dag dat ze is begraven. Een overlijdensdatum, doodsoorzaak en geboortedatum staan niet op de akte.

Bij de nonnenkloosters van Bagdad kent niemand Petronella van Amerongen. De ouderlingen van de protestantse kerk kunnen zich niet herinneren dat ze een Nederlandse in Bagdad hebben begraven. De Nederlandse ambassade in Bagdad is gesloten. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag laat droogjes weten dat dit soort archieven na twee jaar worden vernietigd.

Na dagen zoeken vindt Aziz de praktijk van dokter Jabbar. In een flat op drie hoog achter aan de lange `Kharrada' winkelstraat in Bagdad houdt hij kantoor. Het interieur is uit de jaren zeventig, de diploma's van Amerikaanse universiteiten van een decennium daarvoor. Jabbar spreekt bijna geen Engels meer. ,,Ik ben het verleerd'', excuseert hij zich. ,,We hebben hier zo lang geen buitenlanders gehad. Ik heb nooit meer kunnen oefenen.'' De handtekening op de akte is inderdaad van hem, maar meer informatie over Petronella van Amerongen heeft hij niet. ,,Ik heb destijds getekend, maar dat was een formaliteit. Ik heb het lijk nooit gezien. De doodsoorzaak weet ik ook niet. Maar ze had geen Iraakse man. Dat had op de akte moeten staan.''

Dokter Jabbar raadt aan om naar het mortuarium van Bagdad te gaan. De onveiligheid is in de Iraakse hoofdstad meetbaar in nummers. Deze zomer, in de maand juli, werden er meer dan 700 dodelijke slachtoffers binnengebracht die door geweld om het leven waren gebracht. Het jaar daarvoor waren dat er minder dan zestig. Ondanks de drukte worden de boeken keurig bijgehouden. Omdat het mortuarium niet is geplunderd in de chaotische dagen na de val van Bagdad, kan een dokter zonder moeite de map 1990 erbij pakken.

,,Petronella van Amerongen stierf aan een hartaanval op 21 juli 1990'', leest hij voor, als de afwijkende naam is gevonden. ,,Ze is 72 jaar geworden.'' De Nederlandse ambassade heeft voor haar getekend, zo blijkt uit het jaarverslag. Ze is bijna een maand later begraven omdat geprobeerd is haar lichaam naar Jordanië te vervoeren. ,,Maar ja, toen brak de oorlog uit'', verklaart de arts.