Wandaden in Irak

Vernederende behandelingen van gevangenen zoals die in Irak door Amerikaanse en Britse troepen zijn gepleegd, zijn zo oud als het krijgsbedrijf. Alleen de foto's zijn een nieuwigheid. Deze omstandigheid maakt het er niet beter op. De Geneefse Rode-Kruisverdragen over het oorlogsrecht zijn glashelder. Het gedrag waarvan hier sprake is, kan niet door de beugel – of het nu gaat om krijgsgevangenen dan wel opgepakte burgers. De eerste strafmaatregelen tegen de betrokken militairen zijn al opgelegd. Verder onderzoek loopt nog. Overigens stellen met name de Britten vragen over het waarheidsgehalte van een aantal gepubliceerde foto's.

Militaire conflicten bergen een treurigmakende voorspelbaarheid van dirty tricks in zich. Tijdens de aanval van de Amerikanen waren het Iraakse soldaten die zich in strijd met het oorlogsrecht vermomden. Nu is de frustratie met name aan Amerikaanse kant kennelijk zo hoog gestegen dat men basisregels aan de laars lapt. Een paar dingen springen in het oog. Bij de Britten zijn het beroepssoldaten die in opspraak zijn geraakt, bij de Amerikanen reservisten die belast zijn met gevangenbewaking. Maar volgens hun – inmiddels teruggetrokken – commandante zou het gewraakte gedrag zijn gestimuleerd door de inlichtingendiensten die de gedetineerden wilden breken. Dat kan erop wijzen dat de excessen beperkt zijn gebleven tot speciale afdelingen. De VS hebben zestien gevangenissen in Irak. Bemoeienis van de inlichtingendiensten maakt het echter moeilijker de vernederingen af te doen als incident. Een systematisch karakter vergroot de ernst van deze kwestie en daarmee de noodzaak tot een diepgaand en onafhankelijk onderzoek. De vraag moet worden gesteld of de regering-Bush niet om moeilijkheden heeft gevraagd door in de oorlog tegen het terrorisme een categorie van `illegale strijders' in te stellen, die min of meer vogelvrij zijn verklaard. Tegen de wil van de regering heeft het Amerikaanse Hooggerechtshof nu gelukkig wel een zaak over dit beleid in behandeling genomen.

De wandaden tegen Iraakse gedetineerden zetten de geloofwaardigheid van de coalitietroepen onder druk. President Bush en premier Blair trokken moreel hoog te paard zittend tegen Irak ten oorlog. Inmiddels wordt de bevrijding van het land door steeds meer Irakezen gezien als een bezetting. Het imagoprobleem van vooral de Amerikaanse militairen, die zonder veel terughoudendheid opereren, wordt met de dag groter. Ook zonder de zware kwalificatie van `ernstige vergrijpen' zijn de praktijken zoals die uit de Abu Ghraib-gevangenis worden gemeld, een nieuwe tegenslag voor de coalitie in de toch al moeizame strijd om, zoals Bush het noemde, ,,de harten en geesten'' van de Irakezen. Public relations maken net zozeer deel uit van een gewapend conflict als de klassieke geweldsmiddelen. Het valt te verwachten dat de schokkende beelden uit Abu Ghraib ook een rol zullen spelen in de discussie in Nederland over het al dan niet verlengen van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Zuid-Irak. Daarbij dient het ius in bello (het recht dat tijdens de oorlog geldt) niet te worden verward met het ius ad bellum (het recht om oorlog te voeren, inclusief het recht deel te nemen aan een bezettingsmacht). Dat is een klassiek onderscheid. De politieke afweging is zonder deze verwarring al ingewikkeld genoeg.