Vrijspraak van verdachte moord Mariëlla de Geus

De Hoge Raad heeft de vrijspraak van N.B. door het gerechtshof in Den Haag voor zijn vermeende rol bij de moord op de Goudse studente Mariëlla de Geus, in stand gelaten. Het hoogste rechtscollege van Nederland verwierp vandaag de cassatie die het openbaar ministerie (OM) tegen de vrijspraak had ingesteld. Het dode lichaam van Mariëlla de Geus (20) werd begin november 2001 gevonden op een parkeerplaats in het centrum van Gouda. De politie hield drie weken na de moord de toen 21-jarige B. aan. De officier van justitie was er zeker van dat de zwakbegaafde, schizofrene, verwarde man Mariëlla had vermoord en eiste tien jaar cel met tbs en dwangverpleging. De rechtbank was echter niet overtuigd en sprak B. vrij. Het gerechtshof was in juli 2003 ook niet overtuigd van B.'s schuld. Zijn betrokkenheid bleek slechts uit zijn eigen verklaringen. De politie heeft geen fysiek bewijs zoals vingerafdrukken of haren gevonden dat erop duidt dat B. de studente heeft vermoord of op de plek van de moord was. Het openbaar ministerie was het niet eens met de manier waarop het gerechtshof in Den Haag de vrijspraak motiveerde.