Via Siberië terug naar Europa

Op 1 mei wordt de Europese Unie uitgebreid tot 25 landen. Deel 8 van een serie familieportretten. Het verhaal van de Carneckis. Van Italië naar Siberië, en terug naar Europa.

Vale foto`s. Een familie voor een klassieke villa in hartje Rome. Een meisje in een wit kanten jurkje in een zonnige tuin, medio jaren dertig. Diplomaten, dienstbodes en chauffeurs op de grote marmeren trap rond vader Valdemaras, de ambassadeur van Litouwen. Mannen met sjerpen, medailles, steken, bepluimde helmen. Met paus Pius XI bij een echoput. ,,Elke ochtend zag ik Mussolini naar zijn werk rijden'', zegt Lucia Carneckis (78). ,,Ik vond zijn zwarte Fiat een lelijk koekblik, mijn vaders Renault was veel eleganter.''

Meer foto's. Dezelfde kinderen, nu rond de twintig met vilten laarzen voor een blokhut in de sneeuw. Harde, magere gezichten. Begin jaren vijftig, Jakoetië, Oost-Siberië. De koudste plek op aarde. Vader Valdamaras lag toen al tien jaar in een massagraf bij Jekaterinenburg. Lucia: ,,Wij hoorden later dat hij in zijn kamp de bijnaam `Boek' had, omdat hij op elke vraag het antwoord wist.''

De Litouwse familie Carneckis was er een van kosmopolieten voordat ze na 1939 een halve eeuw achter het IJzeren Gordijn verdwenen. Nu zijn ze weer uitgevlogen. Vytautas, de zoon van Lucia, behoort tot de katholieke lekenorde Focolare. Hij is vaak in Italië of Spanje. Andere kleinkinderen vertrokken naar Amerika. De vrouw van Lucia's neef werkte in Washington op de Litouwse ambassade, waar de diplomaat Valdemaras in de jaren twintig zijn vrouw Nina ontmoette. Lucia is in Rome geboren, net als haar vier broers. ,,Ons Litouws was doorspekt met Frans, Engels en Italiaans.''

De gepensioneerde tekenlerares Lucia Carneckis koestert haar verleden. Haar krappe Brezjnev-flatje in Vilnius staat net iets te vol antieke meubels. Een zuil van groen Italiaans marmer, paaseieren die haar broers in Siberië uit mammoet-slagtanden sneden. Nadat de Russen de familie weghaalden, redde de buurvrouw veel bezittingen uit het verlaten huis. De rest vond Lucia in de jaren negentig in het depot van een museum.

Van 1925 tot 1939 was vader Valdemaras ambassadeur in Rome. Een zware post, niet alleen omdat de jonge staat Litouwen devoot katholiek was, ook omdat het Litouwse regime indertijd schatplichtig was aan het fascisme. Eens per twee jaar ging de familie voor drie maanden naar huis in Kaunas, toen de hoofdstad. Lucia: ,,We reden telkens via een andere route terug, vader wilde dat wij Europa zagen.'' Zo bezocht ze in 1937 Nederland, verbaasde zich over ,,die huisjes op eilandjes, omringd door sloten, en een konijn, zo groot als een hond.'' Ze reden door nazi-Duitsland, schrokken toen ze in Bremen marsmuziek hoorden en iedereen opstond om `Sieg Heil' te brullen.

In de lente van 1939 keerde de familie terug naar Kaunas. Vader bereidde zich voor op zijn volgende post: Washington. Twee maanden later, in juni 1939, vielen de Sovjets binnen. ,,Moeder wilde vluchten, vader niet. Hij zei: `we kunnen ons vaderland niet in de steek laten.' Hij kon zich gewoon niet voorstellen dat wij in Siberië zouden opgroeien.''

Op 14 juni 1941 – de nazi's stonden op het punt de Sovjet-Unie binnen te vallen – laadde de geheime dienst NKVD in drie nachten de halve Litouwse elite in open trucks, bijna twintigduizend mensen. ,,Een grove vrouw zwaaide met een pistool en zei dat we honderd kilo bagage mochten meenemen.'' Lucia herinnert zich een rangeerterrein vol schijnwerpers en veetreinen. Schreeuwende soldaten, huilende kinderen. Toen de familie een week later in Siberië uit de trein werd geladen, stonden Russen langs de weg te schelden. Kapitalisten! Bourgeois! Uitschot! Sovchoze Zvetlagorski, in de regio Altai, viel achteraf wel mee. Lucia melkte koeien, kruide mest. ,,En we hadden aardappelen.'' Pas in de zomer van 1942 reisde de familie door naar de hel, het Bykov-schiereiland, bij de bevroren delta van de rivier Lena.

Lucia's jongere broer Paulas bewoont tegenwoordig het familiehuis in Kaunas, in 1993 kreeg de familie dat na een rechtszaak terug. In de gevel heeft hij een gedenksteen laten metselen voor vader Valdemaras. Hij bewoont een halve verdieping, de rest van het huis is verhuurd aan bedrijven. De familie deelt de opbrengst. ,,We zijn weer bourgeois'', grapt Paulas.

Paulas herinnert zich de eerste winter boven de poolcirkel maar al te goed. Met honderd Litouwers werd de familie in de sneeuw gedumpt. Er waren Polen, Wolga-Duitsers, Kazachen, Jakoetiërs en een Fin. De Jakoetiërs leerden de Litouwers hoe ze een joert moesten graven, een kuil in de grond met een laag hout en aarde bovenop. De kieren sloot je met een pap van sneeuw en water die binnen een minuut tot een glazige plak bevroor. Paulas: ,,We moesten vissen, maar er was helemaal geen vis.'' Na anderhalve maand stierf de eerste Litouwer van honger, daarna werd dat routine. ,,Je wist dat er iemand dood was als je bij thuiskomst gesnik hoorde en het vlammetje van een brandende houtsnipper zag. We sleepten de lijken naar het strand en stapelden ze op als bakstenen. De zee spoelde ze weg.''

Vier van de tien gedeporteerde Litouwers stierven in Siberië, de familie Carneckis overleefde. Sterke genen, vermoedt Paulus, maar ook toeval, of God zo men wil. Begin februari 1943 gingen de oudste broers met een slee op hongertocht. Ze vonden een stervende zeehond. Paulas: ,,We scheurden hem met de handen open, aten die rauwe blubber. Die zeehond heeft ons door de winter geholpen.''

Later werd het beter. Er kwamen bonnen voor aardappelen, suiker, brood en boter. Lucia kon goed tekenen, ze mocht begin jaren vijftig naar de kunstacademie in Jakoetsk. Paulas kreeg daar een opleiding als elektricien. In 1958 mocht de familie terug naar Litouwen. Zowel Lucia als Paulas was inmiddels getrouwd.

Paulas: ,,We bleven hier tweederangs burgers, voormalige vijanden van het volk. Stalin was dood, de angst niet.'' Paulas kreeg in Kaunas een baantje in de oude familiekerk op de heuvel, inmiddels een radiofabriek. ,,Wij zochten meteen uit waar we op zondag de mis konden bijwonen. Wij waren niet bang, we hadden alles al verloren.''

,,Litouwen behield altijd een levenslijn met Europa'', denkt Lucia's zoon Vytautas, een rustige, ernstige man in simpele kleding. Die levenslijn was Rome. De Sovjets vervolgden de katholieke kerk, maar kregen haar er nooit echt onder. Vytautas werd in 1954 geboren in Jakoetsk en studeerde af als bouwkundig ingenieur. Op de lagere school disputeerde hij al met zijn atheïstische docenten. Later, als tiener, trok hij in het weekend als pelgrim met zijn vrienden de bossen in. Daar zongen ze, praatten over het geloof. Hij is nu lid van Focolare, een katholieke lekenorde. Vytautas: ,,Oost-Duitsland had in 1962 een gebrek aan dokters, artsen van Focolare gingen vrijwillig in Oost-Duitsland wonen. De Stasi wist dat ze ook missionarissen waren, maar liet ze begaan. Zo breidde Focolare zich uit.''

De KGB wilde Vytautas begin jaren tachtig als informant rekruteren. Solidariteit roerde zich in buurland Polen, de KGB vreesde het katholicisme. Vytautas: ,,Het begon met een praatje bij een kop thee, het eindigde met chantage en dreigementen.'' Vytaytas benaderde een wetenschapper die ervaring had met de KGB. Een week later meldde Radio Free Europe dat de KGB Vytautas vervolgde. ,,De agenten schreeuwden daarna dat ik geheimhouding moest zweren. Dat was alles.'' Als informant was Vytautas nu waardeloos.

Vytautus, zijn moeder Lucia en zijn oma Nina stonden op de barricades rond het Litouwse parlementsgebouw in januari 1991, toen speciale Sovjet-troepen de tv-toren bestormden. Oma huilde toen de Russen zich terugtrokken. Ze had geleefd in Amerika, Londen, Rome, Siberië, Litouwen. Nu lag de wereld weer open voor haar kleinkinderen. Ze stierf in 1997, net 94 jaar oud. Lucia zelf zag eind 1991 een jonge Russische soldaat nerveus voor haar flatje ijsberen. ,,Zijn eenheid was hem vergeten. Ik zei: `Kom hier maar overnachten.'' Ze toont een briefje. `Dank u wel, grootmoedertje. Igor.'

Russen zijn goede mensen, denkt Lucia. Rusland, dat is een andere zaak. Voor de oudjes Lucia en Paulus Carneckis heeft de toetreding tot de EU maar één doel: bescherming tegen de oosterbuur. Lucia begint te huilen. ,,Ik ben zo blij dat we lid van de NAVO zijn.'' Over de Europese Unie is ze gereserveerder. ,,Zal Brussel, net als Moskou, van ons land geen eenheidsworst willen maken? Ik ben tegen culturele vermenging. Stel, een Litouwse trouwt een Duitser. Als ze ruzie hebben, en zij zegt: `je hebt ongelijk, want je bent een stomme Duitser', dan loopt dat nooit goed af.''

Als lid van Focolare koestert Vytautas dat soort angsten niet. ,,In mijn Broedergemeente wonen Duitsers, Italianen, een Nederlander. We zijn allemaal uniek en allemaal kinderen van God.''

De komende weken verschijnen familieportretten uit alle 25 lidstaten van de EU. Eerdere delen zijn terug te lezen op www.nrc.nl