Survijvelvoedsel

Het is volop voorjaar en bij sommige echte mannen slaat het survijvelvirus toe: ze moeten de bush in om te overleven. Survijvelen is een welvaartsziekte die vooral slachtoffers maakt onder hoogopgeleide stedelingen. Meestal is een aanval na een lang weekend weer over.

Het liefst leeft de survijvelaar van bessen, noten en zelfgevangen wild. Maar die zijn in het voorjaar nauwelijks te vinden. Daarom moet de survijvelaar zijn eigen voedsel meedragen. Dat betekent dat survijvelvoedsel compact en energierijk moet zijn.

Vanouds is er het befaamde pemmican waarvan de poolontdekkers leefden: een mengsel van gedroogd vlees, reuzel en rozijnen. Ook zou de echte man graag gedroogd vlees meenemen, zoals het Zuid-Afrikaanse biltong – niet om van te leven, maar als een soort kauwgum, om de honger te verdrijven. Maar hoe kom je aan pemmican en biltong?

Gelukkig is er de survijvelwinkel zoals Bever Zwerfsport, waar gedroogd voedsel in handige meeneemzakjes aan de rekken hangt. Hier is pemmican te koop voor 7,95 euro per 100 gram. En in plaats van biltong is er Jack Links Beef Jerkey: `hoogwaardig mager vlees, een lekker gekruid tussendoortje verkrijgbaar in verschillende smaken' à 1,99 euro per zakje.

Ook ander overlevingsvoedsel hangt aan de rekken voor prijzen variërend van 6,40 euro tot 9,95 euro, alles voor twee personen: aardappelschotel met rijst, chili con carne, Indonesische rijstschotel, mousse au chocolat... Alleen heet water erbij en klaar. Reguliere gebruikers verklaren dat het allemaal prima te eten is. Maar, geven ze eerlijk toe, na een dag survijvelen smaakt alles.

Je kunt een pakket overlevingsvoedsel ook zelf samenstellen voor een fractie van de prijs. Voor een paar dagen op pad gaat het vooral om vetten en koolhydraten; vitaminen zijn dan van minder belang. Stop om te beginnen wat instantsoepjes in de rugzak. Ook Chinese noedels uit een pakje (0,45 euro) zijn in een wip klaar.

Van soep en noedels alleen kan een survijvelaar niet leven, het eten moet wel voedzaam zijn. Te denken valt aan de Maggi Boerenkoolstamppot of de Maggi Hutspot (1,90 euro bij de Konmar). Er zijn ook andere zakjes puree (1,40 euro) verkrijgbaar, waar je bijvoorbeeld aangekookt jong brandnetelblad doorheen kunt prakken. Brandnetels groeien volop in het smulbos en je hoeft geen botanicus te zijn om ze te herkennen. Pluk het blad met een plastic zakje om je handen. Neem wel wat vetachtigs mee, rookworst of katenspek – alleen puree is een beetje schraal. Katenspek kun je ook goed op brood eten.

Ook vrijwel instant-klaar zijn polenta en couscous, te koop in de supermarkt (1,27 euro voor 500 gram, goed voor 4-6 maaltijden) of bij Turkse winkels. Het zijn vrij flauwe gerechten, waar een gebakken uitje in thuishoort. Gedroogde uitjes vind je op iedere kruidenafdeling. Ook zijn er gedroogde gebakken uitjes te koop.

Iets langer koken kost macaroni of rijst. Door de pan weg te zetten in een handdoek en een slaapzak (het principe van de hooikist) is de kooktijd zelf slechts een paar minuten. In de tussentijd kun je mooi wat linzen koken, een peulvruchtensoort die snel gaar is (1,63 euro per 500 gram). De macaroni is goed te eten met pesto of met Parmezaanse strooikaas. Wie er per se vlees bij wil, zou kunnen denken aan chorizo.

Het nadeel van de meeste koolhydraatmaaltijden is dat ze wel vullen, maar toch een hongerig gevoel achterlaten. Een survijvelaar heeft ook vet nodig. Vet zit in kaas, harde worst en chocola. Margarine in de rugzak is niet aan te raden: het smelt of blijft juist keihard.

Zelfs een geharde buitensporter kan niet zonder melktoetje. Wie de ouderwetse Saroma-puddinkjes op de schappen ziet staan, moet onmiddellijk zijn slag staan. Koop anders namaak. Let op: soms moet er melk in plaats van water bij. Koop daarvoor melkpoeder, bijvoorbeeld `Elk' bij de supermarkt.

Wie vier dagen op dit meegesjouwde voedsel heeft geleefd, is gegarandeerd survijvelvirusvrij.

biersma@nrc.nl