Superieure baltovenaar op Engelse snookertafel

Ronnie O'Sullivan deed zijn bijnaam The Rocket op het WK snooker in Sheffield eer aan. De kampioen denderde met superieur spel over zijn tegenstanders heen.

Snookerwatchers kwamen de afgelopen twee weken superlatieven tekort om het machtsvertoon van Ronnie `The Rocket' O'Sullivan op het WK te beschrijven. ,,Ronnie was dynamite'', zei verliezend finalist Graeme Dott gisteravond in de uitzending van de BBC over het superieure spel van O'Sullivan, die met afgetekende cijfers (18-8) voor de tweede maal in zijn twaalfjarige loopbaan als snookerprof het WK won.

De 28-jarige Engelsman werd na zijn indrukwekkende zegereeks in snookerpaleis The Crucible afwisselend afgeschilderd als een `snookerfenomeen', een `tovenaar' en een `machine', waartegen geen snookerspeler is opgewassen. De overmacht waarmee hij dit WK zijn tegenstanders alle hoeken van de tafel liet zien – als toeschouwer wel te verstaan, terwijl de kampioen zijn kunsten op het groene laken toonde – sprak boekdelen.

Zevenvoudig wereldkampioen Stephen Hendry, in de jaren `90 onaantastbaar, werd door O'Sullivan in de halve finale (`best of 33 frames') verpletterd met 17-4. `Ronnie speelde van het begin tot het eind goed. Als hij in deze vorm is, moet je maar blijven zitten en zijn speelwijze bewonderen. Het was sloopwerk wat hij deed', erkende The Boy Wonder, op de website van The Embassy.

Op de eerste speeldag van de finale nam de Schotse outsider Dott zondag verrassend een 5-0 voorsprong in de eerste sessie. Maar de om zijn explosiviteit en snelle spel bekend staande O'Sullivan, die dit toernooi een soepele en rustige speelstijl etaleerde, had zijn achterstand na de tweede sessie al omgebogen in een 9-7 voorsprong. Om Dott, dé verrassing van dit WK, gisteren na de middagsessie verbijsterd achter te laten door hem slechts één van de acht frames te gunnen: 16-8.

De avondsessie was een formaliteit. Slechts twintig minuten had O'Sullivan nodig om aan de benodigde achttien gewonnen frames te komen en zijn tweede wereldtitel – de eerste won hij in 2001 – te veroveren. Hij ontving een cheque van 250.000 pond voor zijn huzarenstukje, waarmee het totaalbedrag aan prijzengeld tijdens zijn loopbaan de grens van 4 miljoen pond inmiddels ruim is gepasseerd. Bovendien neemt O'Sullivan door zijn winst op The Embassy de eerste plaats op de wereldranglijst over van tweevoudig wereldkampioen Mark Williams.

,,Deze (titel, red.) is voor mijn vader'', zei een ontroerde O'Sullivan, die even daarvoor in de armen van zijn moeder was gevallen, tijdens de huldiging. Zijn vader zit een levenslange gevangenisstraf uit wegens moord. ,,Ik ga hem zo snel mogelijk opzoeken maar ik neem de trofee niet mee, want dat is niet eerlijk tegenover de andere bezoekers'', zei O'Sullivan na de grootste winst in een WK-finale, sinds de 18-5 zege van Hendry op The Whirlwind Jimmy White in 1993.

Met wervelwind en publiekslieveling White, die de finale van The Embassy maar liefst zesmaal verloor, heeft O'Sullivan zijn explosieve speelstijl en snelle `pots' gemeen. Alhoewel de stootkracht van White misschien ongevenaard is. Daar tegenover staan enkele staaltjes `supersnooker' van de speler die in zijn loopbaan zesmaal de hoogst mogelijke century break van 147 punten liet aantekenen. Samen met Hendry is O'Sullivan bovendien de enige speler met meer dan driehonderd century breaks (honderd punten of meer).

Net als White is O'Sullivan, mede door zijn drug- en drankgebruik in het verleden, zowel omstreden als geliefd bij het publiek. De Britten zijn dol op controversiële (sport)helden en zullen de voor de nabije toekomst voorspelde dominantie van O'Sullivan als een verademing beschouwen. Liever een onaantastbare O'Sullivan dan een uiterlijk saaie en onbewogen snookerkoning als zesvoudig wereldkampioen Steve Davis of The Boy Wonder Hendry, die het profcircuit respectievelijk in de jaren tachtig en negentig domineerden.