Rolls: Duitse perfectie

Over Rolls-Royce doen de wildste verhalen de ronde. Het bedrijf, dat zowel de Britse aristocatie, oliesjeiks als andere extravagante rijken tot zijn clientèle mocht rekenen, ging er prat op dat een Rolls nooit kapot kan gaan. Een sjeik die pech kreeg met een Rolls in de woestijn werd uit de brand geholpen door de fabriek die een helikopter stuurde met twee monteurs die de auto ter plekke repareerden. Een rekening werd nooit ingediend want ,,een Rolls kon geen gebroken as krijgen''.

Niettemin liet met name de kwaliteit, niet de luxe, van de bolides onder Britse leiding wel eens te wensen over. Met de overname van Rolls-Royce door het Duitse BMW werd Rolls-Royce het toppunt van Duitse technische perfectie. Vorig jaar verkocht de fabriek uit München 502 Rolls-Royces Phantom, een wagen die in Nederland `kaal' 520.000 euro kost.

Dit jaar wil BMW de productie zelfs opvoeren naar 1.000. Auto's die de fabriek moeiteloos denkt te kunnen slijten, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de merknaam uitermate sterk is en er altijd wel een paar honderd rijken zijn te vinden die een Rolls-Royce er gewoon bij willen hebben. Zeker nu het bij de consument populaire BMW zich over de Britse industriële icoon heeft ontfermd.

Aanvankelijk produceerde autofabrikant Rolls-Royce ook vliegtuigmotoren. Maar beide onderdelen gingen zelfstandig verder. Omdat BMW met Vickers, waaronder de vliegtuigmotoren van Rolls-Royce vallen, een joint venture had kon de Zuid-Duitse fabrikant ook over de merknaam Rolls-Royce in de auto-industrie beschikken. Volkswagen, dat Rolls-Royce had overgenomen, moest de Britse fabriek om die reden weer verkopen aan BMW.