Raadselachtig fotoblad

Hé, een nieuw tijdschrift! Over fotografie nog wel! Het heet Capricious, verschijnt in Amsterdam, maar het colofon staat vol met New-Yorkers en Scandinaviërs. Toch is Capricious, hoe langer je je in het blad verdiept, vooral een raadsel. Dat begint al met de inhoud. Het blad onderscheidt zich van andere bladen doordat er nauwelijks een letter tekst in staat. Alleen maar foto's, van veertien jonge fotografen, die zo goed als onbekend zijn. Maar een toelichting op het werk wordt niet nodig geacht. Het blad houdt het bij ultrakorte persoonlijke, statements van het soort: ,,Louise Enhörning. Ze woont in Stockholm. Ze is vrij jong. (...) Voor mij is deze serie heel erg Stockholm, de vogels, de zwanen, de eenden, het water en de ijzige mist.''

Dat brengt de lezer op raadsel twee: wie is de `me' die deze tekstjes bij elkaar heeft geschreven? Het lijkt erop dat dit Sophie Mörner betreft, die in het colofon de `editor and publisher' van Capricious wordt genoemd. In een mini-interview op de binnenflap legt zij uit dat zij Capricious vooral als een persoonlijk project beschouwt. ,,Voor het eerste nummer heb ik gekeken naar mensen in mijn directe omgeving, maar in de toekomst wil ik uitbreiden'' – waarmee ze meteen het derde raadsel oproept. Namelijk: hoe kan een persoonlijk project van een jonge, totaal onbekende fotografe zo ambitieus uitgegeven worden? Hoe je het ook wendt of keert: Capricious is eenvoudig, maar niet goedkoop. Het is prima gedrukt, de kleuren zijn goed, het papier is, zeker voor dit soort uitgaven uitstekend. Waar haalt de redactie het geld vandaan? En tegelijk (raadsel vier): waarom? Waarom, in vredesnaam? Want Capricious is, ondanks Mörners ambitie, een tijdschrift dat kwalitatief ruimschoots onder de middelmaat blijft. Sophie Mörner zal vast een aardige vriendenkring hebben, maar een originele blik op fotografie is ze voorlopig niet gegeven. Het blad staat vooral vol met klonen, van Beat Streuli bijvoorbeeld, (de straatfoto's van Miss Liz Wendelbo) van Nan Goldin (Michelle Cortez) en vooral van Wolfgang Tillmans (Melanie Bonajo, Anti Color, Henrike Stahl). Desondanks (raadsel vijf) wordt het eerste nummer verkocht in boekwinkels in Amsterdam, Berlijn, Stockholm, New York, Sao Paulo en Tokyo. En dat sluit weer helemaal aan bij de ambities van publisher Mörner: ,,Ik wil Oost-Europa, ik wil Zuid-Amerika, Azië en andere delen van de States'' – help!

Uiteindelijk is Capricious zo'n groot raadsel dat het weer leuk wordt. Kijken is vragen stellen. Is het blad een subtiel commentaar op het feit dat alles wat naar fotografie zweemt juichend wordt binnengehaald? Is het een speeltje van een rijke dame (wie op internet Sophie Mörner intikt komt twee keer de omschrijving `Miljonärsdotter' tegen)? Een grap (in het colofon worden onder andere vormgever Jop van Bennekom en Artimo-directeur Gijs Stork bedankt)? Gevolg van is wel dat je blijft bladeren, steeds nieuwe oplossingen voor het raadsel verzint en wanhopig kijkt of je niets over het hoofd hebt gezien. En uiteindelijk leidt het allemaal nergens toe. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit allemaal bewust zo gedaan is, maar als dat wel zo is, is Capricious geweldig.

Capricious #1. Prijs €12,50. Inl: www.becapricious.com