Plan Cyprus 2

De Grieks-Cypriotische bevolking heeft zich negatief uitgesproken over een VN-plan dat voorziet in een hereniging van het eiland. In kranten wordt angst herhaaldelijk genoemd als voornaamste motivatiebron voor de verwerping van het zogeheten Annan-plan. Hierdoor zou de publieke opinie ten onrechte de indruk kunnen krijgen dat deze angst gerechtvaardigd is. Hoewel angst wellicht een subjectief argument vormt voor sommigen binnen de Grieks-Cypriotische gemeenschap, is dit objectief gezien niet te rechtvaardigen. Sinds jaar en dag vormen de Grieks-Cyprioten namelijk al een ruime meerderheid op het eiland waarbij dit vóór de tweedeling eens te meer gold. Dit verklaart waarom in de gewelddadige jaren '50 en '60 de Turks-Cyprioten vaker slachtoffer zijn geweest dan dader. Een actieve campagne bedoeld om Griekse hegemonie te vestigen op het eiland, heeft in die jaren de Turkse minderheid in het noorden steeds verder gemarginaliseerd.

In 1974 trachtten Griekse militairen, na een staatsgreep te hebben gepleegd in Griekenland, het eiland in te lijven bij het vasteland. Dit resulteerde in een Turkse militaire operatie die een einde maakte aan deze plannen en aan de massale schendingen van de rechten van de Turkse minderheid. Uit angst voor een herhaling van het verleden heeft Turkije soldaten op het eiland gestationeerd en wil het land deze troepen niet onmiddellijk en zonder garanties terugtrekken. Gezien de historische en demografische realiteiten van het eiland waar 650.000 Grieks-Cyprioten wonen en slechts 150.000 Turkse, is hier begrip voor op te brengen. Het Annan-plan voorziet, als compromis, in een troepenvermindering aan beide kanten tot 6.000 soldaten in 2011 en tot 1600 in 2018.

Aangezien dus zowel het plan, alsook de bovengenoemde historische en demografische feiten voldoende garanties bieden voor de veiligheid van alle Cyprioten, kan angst voor de Turken geen rationeel argument zijn geweest om het plan te verwerpen.

Het is nu afwachten welke houding de internationale gemeenschap zal aannemen jegens de Turks-Cyprioten die wel `ja' hebben gestemd. Het enige wat hun kan worden verweten, is dat ze 30 jaar geleden gered zijn van een etnische zuivering. Hiervoor zijn ze zwaar gestraft door middel van een verlammende politieke en economische boycot die al dertig jaar voortduurt. Deze merkwaardige beslissing van de internationale gemeenschap, die jarenlang de sociaal-economische ontwikkeling in het noorden heeft geremd, is nu niet langer te verantwoorden.