Ontwikkelingshulp gaat met de tijd mee

In zijn artikel verwees Boekestijn ter ondersteuning van zijn standpunt naar de provocerende opmerking van het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) dat de ontwikkelingshulp niet doelmatig is geweest. Maar zij en veel andere instant deskundigen op het terrein van de ontwikkelingssamenwerking hebben de geschiedenis van de ontwikkelingshulp aan Afrika in de afgelopen veertig jaar verkeerd geïnterpreteerd.

Ze doen derhalve simplistische uitspraken zonder te streven naar een beter inzicht in de historische context waardoor de ontwikkelingshulp aan Afrika grotendeels ondoelmatig is geweest. Ontwikkelingshulp kan doelmatig zijn – en is dat ook geweest – als deze geïnvesteerd wordt in de sociale en productieve sectoren van de economie. Dat is wat we kunnen leren van het verleden en van het Afrika dat wel functioneert.

Het is een feit dat in het verleden de ontwikkelingshulp in tal van Afrikaanse landen in de verkeerde sectoren is geïnvesteerd, maar dit zou in de toekomst kunnen verbeteren. Van 1960 tot 1989 werd de buitenlandse hulp aan Afrikaanse landen bijvoorbeeld hoofdzakelijk gedicteerd door de wedijver van de machtsblokken uit de Koude Oorlog om de strategische posities op het continent.

Dit betekent dat de ontwikkelingshulp aan Afrika voor een groot deel werd geïnvesteerd in wapens, legerbases, militaire uitgaven en materieel.

In veel Afrikaanse landen is daardoor de nadruk van de ontwikkeling verschoven van sociale en economische thema's naar een strikt militaire oriëntatie, met als gevolg voortdurende staatsgrepen, gebieden met militaire onderdrukking, slecht bestuur en dictators voor het leven.

Uiteindelijk is een aantal Afrikaanse landen rijk aan wapens maar verder in alles arm geworden. Het grootste deel van de ontwikkelingshulp aan dit continent in genoemde dertig jaar moet dan ook als verspild ontwikkelingsgeld worden beschouwd, omdat dit negatief heeft bijgedragen tot de verwoestende militarisering van het continent.

Gelukkig is sinds 1989 – precies het moment dat de Koude Oorlog eindigde – in veel Afrikaanse landen een groot deel van het ontwikkelingsgeld naar de sectoren onderwijs, gezondheid en sociale voorzieningen gegaan. De investering van ontwikkelingsgeld in deze productieve sectoren van de economie levert al tastbare resultaten op.

Ook is veel ontwikkelingsgeld gestoken in emancipatieprogramma's en in de opbouw van de instituties en organen van de civil society die nu overal in Afrika actief zijn.

Sinds de jaren '90 hebben onderdelen van die civil society in Afrika alles op alles gezet om de repressieve machtsrelaties in de maatschappij te veranderen en daarmee positief bijgedragen tot het democratiseringsproces op het continent. Maar al deze positieve inspanningen vergen tijd, steun en goed beleid om tastbare en duurzame resultaten op te leveren.

In dit opzicht is de ontwikkelingssamenwerking niet statisch geweest maar heeft ze zich aangepast toen de tijden veranderden.

In de praktijk trekt de ontwikkelingssamenwerking wel degelijk lessen voor de toekomst uit het verleden.

Dr. Abdullah Mohamoud is Afrika-deskundige en verbonden aan het SAHAN Wetenschappelijk onderzoek- en adviesbureau te Amsterdam.