Ontvoerders Erkel: `Jij bent een spion'

De ontvoerders van Arjan Erkel, een groep van twaalf moslimstrijders, waren ervan overtuigd met een spion te maken te hebben – een heel goede, want ze meenden dat ,,de Nederlandse geheime dienst de beste ter wereld was''.

Dat vertelt Erkel, de leider van de missie van Artsen zonder Grenzen in de Russische deelrepubliek Dagestan, in een interview over zijn ontvoering dat deze krant zaterdag publiceert. Het besef zat er zo diep in dat Erkel het uiteindelijk maar niet meer tegensprak. Hij kreeg de `Militaire Parade', een vakblad dat Russisch wapentuig aanprijst. ,,Ze zeiden: `Jij als spion kent al dat spul toch wel?' Dan zei ik: `Natuurlijk, maar de spionnenschool is al zolang geleden, herhaling is de moeder der kennis'.''

In het gesprek verhaalt Erkel uitvoerig over de omstandigheden van zijn ontvoering, op 12 augustus 2002, tot zijn vrijlating op 11 april van dit jaar. Hij werd niet slecht behandeld, al zat hij meer dan een jaar in een kamer vol pissebedden, muizen en termieten. ,,Ik heb daar complete moordpartijen aangericht.'' Met zijn ontvoerders had hij uiteindelijk een redelijk goede band. Alleen bij zijn ontvoering zelf werd hij mishandeld. Een keer had een van de ontvoerders een vuurwapen laten slingeren. ,,Ik dacht: is dit een test? Zitten er kogels in? Ben ik in staat vier man dood te schieten? Wil ik dat eigenlijk? Enfin, ik heb ze dat pistool teruggegeven in de hoop dat ze meer vertrouwen in me kregen.''

Niet alle vragen rond de ontvoering kan Erkel zelf beantwoorden. Zo werd hij ten tijde van de ontvoering gevolgd door agenten van de Russische geheime dienst, de FSB. Zijn ontvoerders wisten dat – toch namen ze het risico hem te ontvoeren, bijna alsof de FSB instemde met de ontvoering.

Een andere vraag betreft de vrijlating. Hij werd op een nacht geblinddoekt in een kofferbak geladen en weggereden om – volgens De Generaal, de leider van de ontvoerders – ,,aan een andere groep'' te worden overgedragen. ,,Na nog een uurtje, ik stapte uit, nog steeds met blinddoek om. Twee, drie trappen op, toen mocht ik kijken. Weer een nieuwe kamer, dacht ik. Maar ik zag gezichten voor me, geen bivakmutsen. Dat klopte niet.'' De kamer leek volgens Erkel op een politiekantoor. ,,Ik was op het hoofdbureau van de FSB in [de Dagestaanse hoofdstad] Machatsjkala. `Gefeliciteerd met je bevrijding', zeiden ze.'' Waarom de FSB nog een uurtje rondreed met de menselijke lading in de kofferbak, is nooit duidelijk geworden. Net zo min als duidelijk is waarom de veteranen van de KGB, die waren ingehuurd door Artsen zonder Grenzen en die bij onderhandelingen over de vrijlating waren betrokken, pas anderhalf uur later dat FSB-hoofdkwartier kwamen binnenlopen.