`Na `911' is de handschoen uitgegaan'

Militairen die martelen, zoals nu in Irak, zijn niet ongewoon in oorlogstijd. Boosheid, angst en wraak krijgen de overhand. ,,Helaas gaan er altijd een paar over de schreef.''

Nederlanders martelden in Indonesië, Fransen in Algerije, Amerikanen in Vietnam, Canadezen in Bosnië, Russen in Tsjetsjenië, Belgen in Somalië. Oorlog verlaagt de norm en maakt ongevoelig. Maar hoever dat gaat hangt sterk af van het beeld dat onderdrukker en onderdrukte, bevrijder en verslagene, overwinnaar en verliezer van elkaar hebben.

In het geval van de martelende Amerikanen (en mogelijk Britten) in Irak kan, indien bewezen, worden vastgesteld dat het volledig heeft ontbroken aan respect en discipline. De Iraakse mannen in gevangenschap werden vernederd, misbruikt en mishandeld, zoals de hele wereld dankzij de foto's en een onderzoek nu te weten is gekomen. Van de Britse foto's wordt overigens de authenticiteit betwist, van de Amerikaanse niet.

Wat beweegt militairen van een bezettings- of vredesmacht ertoe zo te handelen, laat staan dat kwalijke gedrag vast te leggen op foto's en video's?

Andy McNab, voormalig officier bij de Britse SAS of commando's en zelf tijdens de Eerste Golfoorlog gemarteld in die zelfde Abu Ghraib-gevangenis nabij Bagdad, heeft wel een vermoeden. ,,Soldaten worden getraind om te doden'', schreef hij gisteren in verschillende Britse dagbladen. ,,Het is hun taak om gewelddadig en agressief te zijn.'' McNab praat het gedrag van de schuldigen aan marteling en misbruik niet goed, maar, zegt hij ,,wat kun je verwachten. [...] In een oorlog zie je vrienden doodgaan. Je emoties, boosheid, angst en de behoefte aan wraak, krijgen bijna de overhand. De meesten kunnen dit aan, maar helaas gaan er altijd een paar over de schreef.''

Specialisten in de Verenigde Staten wijzen er op dat bij de beoordeling van de kwestie de proporties niet uit het oog mogen worden verloren. Robert Leibner, verbonden aan de Georgetown University en gespecialiseerd in militaire operaties in het buitenland, zegt tegenover het Franse persbureau AFP dat ,,we niet moeten vergeten dat, hoewel dit een vuile zaak is, zij verbleekt in vergelijking met hetgeen Saddam [Hussein] de afgelopen dertig jaar heeft gedaan tegen zijn eigen volk.''

Het is geen verklaring voor het misbruik, maar het illustreert wel het gevoel van rechtvaardigheid in de Verenigde Staten. In een land, waar na de aanslagen van 11 september 2001 openlijk is gediscussieerd over de vraag of martelen kon worden toegestaan om bekentenissen af te dwingen van vermeende terroristen, wordt martelen gezien als een kwalijk, maar niet te vermijden onderdeel van de oorlog tegen terreur. Of om met Cofer Black, de voormalige anti-terreurchef van de inlichtingendienst CIA, te spreken: ,,Na 11 september is de handschoen uitgegaan.''

De Verenigde Staten verdiepen zich daarom ook liever in de vraag wie er verantwoordelijk is voor de excessen in Abu Ghraib.

In een brief naar huis, eerder dit jaar, schrijft sergeant Chip Frederick, een van de militairen die is aangeklaagd voor zijn rol in Abu Ghraib, dat ook hij zich heeft afgevraagd of de dingen die hij daar zag wel door de beugel konden. Maar hij vertelt ook dat ,,anderen'' hem hadden verteld dat ,,dit de manier is waarop militaire inlichtingen werden verkregen''.

Advocaten voor Frederick willen met name ingaan op dat punt. ,,De [militaire] inlichtingendienst heeft hen in deze positie gedwongen'', aldus advocaat Gary Myers tegenover de Amerikaanse krant The New York Times.

Volgens de internationale afspraken voor de behandeling van krijgsgevangenen zouden alle militairen die verantwoordelijk zijn voor de bewaking en ondervraging van gevangenen bekend moeten zijn met de normen van omgang. Maar het lijkt erop dat aan die eis niet is voldaan. Eén soldaat heeft tegenover de Amerikaanse krant de Los Angeles Times gezegd dat er geen standaardprocedure voor de behandeling van gevangenen aanwezig was en speciale training ontbrak. Het feit dat verscheidene leden van de militaire politie zich vrolijk lieten vastleggen tijdens de mishandeling van de Iraakse gevangenen, bevestigt het vermoeden dat zij geen enkel benul moeten hebben gehad van de mogelijke consequentie van hun gedrag.

Hoewel het misbruiken en mishandelen van de Iraakse gevangenen, indien bewezen, een schromelijke schending van de Geneefse Conventies voor het oorlogsrecht zijn, heeft ook het Amerikaanse gezag in Irak bepaald geen schone handen. Zo schrijft hetzelfde recht voor dat burgers die ,,om noodzakelijke redenen van veiligheid'' worden opgesloten, het recht hebben binnen de kortst mogelijk tijd tegen hun gevangenname in beroep te gaan.

Maar het heet geen verrassing dat van de 10.000 tot 12.000 mensen die in Irak door de Verenigde Staten worden vastgehouden, slechts 1.200 zaken zijn behandeld. Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft tegengeworpen dat het voor een snellere afhandeling van al die zaken onvoldoende capaciteit heeft. Bovendien, aldus het Pentagon, hebben de Verenigde Staten niet uitsluitend te maken met Iraaks verzet, maar ook met terroristen die het enkel en alleen op Amerikaanse belangen hebben voorzien. Voor hen zou het oorlogsrecht niet gelden - een argument dat ook voor de opsluiting van `illegale strijders' in het Cubaanse Guantánamo Bay wordt gebruikt. Het geeft Amerikaanse ondervragers de ogenschijnlijke vrijheid om veel verder te gaan in hun ondervragingstechnieken wanneer een gevangene niet bereid is meer te vertellen dan naam en rang.

    • Floris-Jan van Luyn