Mezzo Kozená klinkt warm in vele stijlen

De Tsjechische mezzosopraan Magdalena Kozena (1973) behoort al geruime tijd tot de wereldtop van haar stemvak, en maakte dit najaar nog furore op Festival Oude Muziek en eerder, in 2001, in Händels Giulio Cesare bij de Nederlandse Opera. Gisteravond besloot Kozena de vocale serie van het Concertgebouw met een zeer divers liedprogramma in de Kleine Zaal. Het Amsterdamse recital maakt officieel deel uit van een Europese tournee ter promotie van Kozena's nieuwe cd Songs (DG 471 581-2). Maar het repertoire dat zij gisteravond live zong bleek volledig anders dan op de cd, en plaatste bekende en minder bekende Tsjechische liederen naast ijzeren repertoire van Wolf, Mahler en Debussy.

Kozená kan bogen op een licht, wendbaar en warm timbre, dat ze op cd-opnamen behalve voor véél barokmuziek ook reeds aanwendde voor muziek uit haar geboorteland. Ook nu stelde zij zich op als ambassadrice, en presenteerde naast drie pretentieloze Mozartiaanse Italiaanse ariettes van Leopold Kozeluh (1747-1818) ook de indrukwekkende en ontroerende Liederen op. 8 van Vitezslav Novák (1870-1949), een leerling van Dvorák.

Nováks Zda není snem? (Is het een droom?) is een lied vol smachtende melancholie over een verloren geliefde, dat verhelderde dat in dit donkere, romantische repertoire één van Kozena's sterkste troeven ligt besloten. Dat bleek ook uit haar vertolking van Mahlers Urlicht, dat echter óók sterk naar de bekendere orkestrale zetting in de Tweede symfonie deed verlangen. Dat gevoel werd niet weggenomen door pianist Malcolm Martineau; een innemend maar niet zeer uitgesproken of opvallend subtiel liedpartner.

Magdalena Kozená bezit een stem zo echt mezzoachtig warm in de laagte én ruim in de hoogte, dat zij zich eigenlijk alle denkbare vocale vrijheden kan permitteren. In Moessorgski's De kinderkamer liet zij tekstillustrerende stemvervormingen consequent prevaleren boven welluidendheid, waardoor de zeven liederen vol pruillipjes, kindergejengel en sippe snikjes echter erg veel van het goede bleken.

Maar het programma ontsloot verschillende stijlen en in uiteenlopend repertoire is Kozená ook evenzeer thuis, met een theatrale benadering als constante factor. Fraai klonken de lichte fraseringen in de Chansons de Bilitis van Debussy, mooi van sfeer en voordracht een treurlied als Janaceks A chot'sem devucha. In zulke onomwonden stromende liederen, wars van foefjes en accenten, is Kozená op haar best. Als encore klonk het poëtische Dans ton coeur dort un clair de lune naast een kort, door Erwin Schulhoff gearrangeerd Moravisch volksliedje. Zelfs in haar toegiften toonde Kozena zich een zangeres van uitersten.

Concert: Magdalena Kozená (mezzosopraan) en Malcolm Martineau (piano). Gehoord: 3/5 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 21/5, 10.30 uur (Avro).