Keniaanse kater na omwenteling

Kenia's politieke omwenteling is niet gevolgd door een economische opleving. De groei was vorig jaar slechts 1,5 en niet de beoogde 2,3 procent. Nieuwe investeringen en hervormingen zijn uitgebleven. Corruptie steekt weer de kop op.

Cijfers van de Centrale Bank van Kenia blijken somber leesvoer voor de nieuwe regering van president Mwai Kibaki. Toen eind 2002 na 24 jaar wanbestuur onder de toenmalige president Moi een coalitie van oppositiepartijen de verkiezingen won, ging er een golf van opluchting door Kenia en de regio. Al tien jaar lang had geen enkele economische groei meer plaatsgevonden en was de corruptie gigantisch toegenomen. Kibaki beloofde een half miljoen banen per jaar te scheppen, nieuwe wegen te bouwen en weer groei te brengen in Oost-Afrika's grootste economie.

Een kleine anderhalf jaar later vallen de resultaten zwaar tegen. Voor dit jaar verwacht de Centrale Bank een groei van 2,6 procent – aanvankelijk was dat 3 procent. Ter vergelijking: de economieën van de buurlanden Oeganda en Tanzania groeien dit jaar vermoedelijk zo'n 6 procent.

Het nieuwe regime ging voortvarend van start, onder meer met de invoering van gratis lager onderwijs. Daardoor gaan er nu anderhalf miljoen meer kinderen naar school. Verder gaf de regering aanzienlijke loonsverhogingen aan groepen ambtenaren, onder wie hoogleraren en politieagenten.

Met veel fanfare begon de regering openbare onderzoeken naar schandalen onder Moi. Daaronder het zogenoemde Goldenbergschandaal, waarbij medewerkers van Moi begin jaren negentig een geschatte vijf miljard dollar (4,2 miljard euro) verduisterden. Bij een gerechtelijk onderzoek naar corruptie in de rechtspraak werden vorig jaar tientallen rechters op non-actief gesteld.

De nieuwe regering blijkt veel te weinig te verdienen om haar ambitieuze plannen te kunnen realiseren. Westerse donoren zegden vorig jaar 4,2 miljard dollar voor een periode van drie jaar toe en het Internationaal Monetair Fonds verstrekte een lening van 250 miljoen dollar.

Deze leningen komen echter met voorwaarden. De donoren stellen als conditie een afslanking van de overheidsuitgaven en de ambtenarij en verkoop van staatsbedrijven. Geen van deze hervormingen is nog doorgevoerd en de donoren willen eerst resultaten alvorens ze meer van het beloofde geld vrijgeven. Om de tekorten op te vangen ging de regering op de lokale geldmarkt lenen.

Het uitblijven van een economische opbloei is het geruzie tussen de politieke partners in de coalitieregering, groeiende criminaliteit en nieuwe corruptie. Kenia vestigde in Afrika een precedent, toen de oppositie zich verenigde om het maffiose bewind van Moi bij de stembus te verslaan en een coalitieregering te vormen.

De eerste maanden werkte het verbond. De mouwen werden opgestroopt tot de politici begonnen te bakkeleien over een nieuwe grondwet. Met een nieuwe grondwet zal het politieke systeem een grondige revisie ondergaan en dit raakt de machtspositie van iedere politicus. De nieuwe politieke klasse raakte hierover verdeeld en rolt sindsdien vechtend over straat.

Zo groot is de onenigheid, dat ministers elkaar beschuldigen van moordcomplotten. De zwakke Kibaki blijkt niet in staat hun op één lijn te krijgen. Daardoor maakt Kenia een reddeloze indruk, een land waar geen serieuze investeerder geld in steekt.

De aanvankelijke lof voor de anti-corruptiecampagne is nu verminderd. Ondanks talrijke onthullingen over corruptie door Moi, zijn familieleden en naaste medewerkers is er nog geen enkele prominente politicus gearresteerd. Regelmatig pakt de politie leden van het oude bewind op voor ondervraging, om hun vervolgens weer vrij te laten. Leden van de nieuwe politieke klasse blijven helemaal buiten schot.

Enkele ministers in de regering van Kibaki zijn in de media herhaaldelijk in verband gebracht met corruptie. Onder hen minister van Lokale Overheid Karissa Maitha en vice-president Moodi Awori. Zo zou Awori hebben ingestemd met de aanschaf van een uitgiftesysteem voor paspoorten bij een bedrijf dat 25 miljoen dollar duurder was dan de goedkoopste aanbieder.